Walen bereiden afscheid voor

U herinnert zich nog wel de beelden: Rudi Demotte en Laurette Onkelinx verklaarden voor camera en micro dat als de Vlamingen onafhankelijkheid wensen, die er vroeg of laat ook zal komen en dat de Walen zich dus maar beter kunnen voorbereiden op het einde van België. Bart De Wever, die zich anders niet snel op politieke uitschuivers laat betrappen, liet zich uit de tent lokken en reageerde dat de boedelscheiding “niet aan de orde” was. Hij organiseerde zelfs een internationale persconferentie om duidelijk te maken dat de N-VA niét aanstuurt op ‘separatisme’. Een boodschap die wellicht ook voor binnenlands gebruik bestemd was. De Wever hoopt immers nog altijd – tegen beter weten in? – op een verstandshuwelijk met Elio Di Rupo en een grote Belgische staatshervorming, de fameuze ‘Copernicaanse omwenteling.’ Het lijkt de omgekeerde wereld wel.

“Onze antennes zijn helemaal niet gericht op een plan B”, stelt Jeroen Overmeer, woordvoerder van de N-VA. “Wij willen onderhandelen.” Terwijl de Vlamingen nog altijd bevangen zijn door koudwatervrees, bereiden de Franstaligen in alle stilte de stilaan onafwendbare splitsing van het land voor.

Franse vrienden

“L’Union fait la Force”, klonk het vóór 13 juni nog op de verkiezingsaffiches van het cdH. Lachen is toegestaan, want als er de voorbije jaren iemand flink haar best heeft gedaan om de wankele poten onder de Belgische stoel weg te zagen, was het wel Joëlle Milquet, ‘madame mille-fois-non’.

Het plaatje was duidelijk: de Franstaligen als heldhaftige verdedigers van vorst en vaderland en de Vlamingen als laffe belagers. Maar kijk, intussen lekte uit dat toppolitici van de Waalse en Franse PS in Brussel en Parijs overleg pleegden over de onzekere toekomst van België. Het intieme rendez-vous lekte uit, maar kreeg in de Vlaamse pers merkwaardig genoeg minder weerklank dan het dinertje tussen De Wever en Didier Reynders.

Het Waals-Franse onderonsje markeert een omslag in de strategie of alleszins het denken van de Franstaligen. Mentaal lijken ze al afscheid te nemen van België, net zoals 45% van de Vlamingen (N-VA, Vlaams Belang en LDD) bij de jongste verkiezingen de zwarte Belgische bladzijde heeft omgedraaid.

Dromen van Wallobrux

Als het tot een splitsing komt, kiezen de Franstaligen voor een federatie van Wallonië en Brussel, een mini-België. Dat scenario wordt ernstig bestudeerd. Toen Joëlle Milquet in 2007 een ‘corridor’ eiste die Brussel met het Franstalige achterland zou verbinden, werd het voorstel nog weggelachen in Vlaanderen. Net zoals de uitlatingen van Demotte en Onkelinx over het voorbereiden van plan B werden weggelachen. Maar dat zouden we beter niet doen. Het was hen bittere ernst. De ‘corridor’ en de aanhechting van de Vlaamse faciliteitengemeenten bij Brussel moeten de hoofdstad loswrikken uit Vlaanderen. Het plan moet de Vlamingen doen terugschrikken voor een boedelscheiding. Het armlastige Wallonië wil Brussel graag als internationaal aantrekkelijke trofee binnenhalen en dicht zichzelf op eigen benen weinig overlevingskansen toe.

Ook in Vlaamse kringen en in de Vlaams pers wordt Brussel nog altijd voorgesteld als het ultieme struikelblok op weg naar Vlaamse onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid zou ‘onrealistisch’ zijn, maar hoe realistisch is Wallobrux? De Walen hebben niets met Brussel en Brussel heeft niets met de Walen. Zowel in Brussel als in Wallonië wordt veel Frans gesproken, maar dat is het dan ook. Wie gaat straks de 500 miljoen euro per jaar betalen die Brussel nu eist. Wallonië? Laten we de stelling dat Vlaanderen niet zonder Brussel kan een keer omdraaien: Brussel ligt in Vlaanderen en kan niet zonder Vlaanderen. Dat is ook wat economen Paul De Grauwe en Geert Noels zeggen in een recente studie: “Zonder Vlaanderen zakt het bbp van Brussel als een pudding in elkaar.” (De Standaard, 11.09.10)

Geen chaos, geen revolutie

“België of de chaos”, is het grijsgedraaide argument van de laatste belgicisten. Maar zowat iedereen, in binnen- en buitenland wordt elke dag met de neus op de feiten gedrukt: België is de chaos. Een onafhankelijk Vlaanderen is, zo blijkt uit een simulatie van ‘De Tijd’ best leefbaar. Kleine landen kunnen economisch slagkrachtig zijn, kijk maar naar Singapore, Zwitserland of Luxemburg. Vlaanderen zou synoniem kunnen staan voor budgettaire orthodoxie en goed bestuur en dus uitermate aantrekkelijk zijn voor buitenlandse investeringen.

De Belgische boedelscheiding hoeft geen traumatische ervaring te zijn. Integendeel, het kan een bevrijding zijn. Eindelijk verlost uit die lijdensweg van taaltwisten en politieke onenigheid, oeverloze onderhandelingen die tot niets leiden. Vlaanderen heeft troeven zat: onze havens, onze taalkennis, onze topuniversiteiten, onze hightechbedrijven. Eens de Belgische dwangbuis is afgeschud, kan Vlaanderen de grootste Belgische economische handicaps wegwerken: de verlammende bureaucratie en de wurgende belastingdruk voor personen en ondernemingen.

“Wij zijn niet voor revolutie, maar voor evolutie”, klinkt het altijd uit N-VA-hoek. “Voor de revolutie moet je bij ‘een andere partij’ zijn” (lees: het Vlaams Belang). Een goedkope karikatuur. Ook wij pleiten niet voor een ‘revolutie’. Wij zeggen al jaren dat België niet met een grote knal uit elkaar zal spatten, maar na een fatale kortsluiting. Omdat men op zekere dag tot de nuchtere vaststelling komt dat er geen Belgische regering meer gevormd kan worden. Of zoals Rik Van Cauwelaert aangaf: misschien moeten Bart De Wever en Elio Di Rupo – net als hun voorgangers in Tsjecho-Slowakije – eens onder een boom gaan zitten om de echtscheiding te regelen.

Niet wachten, nu aanpakken

Waar wachten we eigenlijk nog op? ‘Het zal niet gaan’, schrijven journalisten. ‘We zijn er niet op voorbereid.’ Valse argumenten die niet overtuigen. Misschien wordt het dan wel de hoogste tijd dat wij Vlamingen er ons op voorbereiden. De Franstaligen zijn alvast druk in de weer met hun scenario’s.

“De Franstalige partijen bereiden de toekomst voor, met Vlaams geld als het kan en zolang het kan en zonder Vlaanderen als het moet. Maar in dat laatste geval wordt Brussel bij Wallonië aangehecht, zodat er een Wallobrux ontstaat dat voor Frankrijk een aantrekkelijke prooi kan zijn, in tegenstelling tot Wallonië, dat Frankrijk niets oplevert,” schrijft Mark Grammens (Journaal, 23.09.10)

“Als België alleen maar kan overleven door de onderwerping van de Franstaligen, dan is België ons land niet meer”, verklaarde Charles Picqué, de minister-president van Brussel onlangs. Laat de boodschap goed tot u doordringen: de Franstaligen willen niet toegeven want zonder hun in België gebetonneerde voorrechten is België België niet meer. Wie nog gelooft in een Copernicaanse omwenteling die de Vlamingen geeft wat de Vlamingen toekomt, mag zijn hand opsteken. België kan alleen maar overleven als en zolang de Vlàmingen zich onderwerpen aan het dictaat van de Franstalige minderheid. Doen ze dat niet, dan heeft België voor Milquet, Onkelinx en Picqué geen enkele meerwaarde. In plaats van nog tijd en energie te stoppen in Belgische reanimatiepogingen zouden de Vlaamse partijen dus beter rond de tafel gaan zitten en zich voorbereiden op plan B. De Franstaligen moeten dan maar uitmaken welk scenario zij verkiezen: een echtscheiding met wederzijdse toestemming of een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring waarbij de Vlamingen hun koffers pakken en eruit trekken. Maar laat één ding duidelijk zijn: voor ons is de taalgrens ook de staatsgrens.

Tot slot mag niet onvermeld blijven dat het Vlaams Belang in Vlaanderen de énige partij is die zich voorbereidt op het einde van België. Binnenkort rolt een boek van Gerolf Annemans met mogelijke scenario’s voor de ordelijke opdeling van de persen. U hoort daar ongetwijfeld nog meer over.

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...