VOLKSOPSTAND IN EUROPA

Hatelijke ‘ja’-campagne

De politieke tenoren in Frankrijk en Nederland hebben nochtans geld noch moeite gespaard om hun onderdanen te overtuigen om ‘ja’ te stemmen. Maar de dure overheidscampagnes en zorgvuldig geregisseerde politieke debatten hebben niet het gewenste effect gesorteerd. De argumenten voor de Europese Grondwet waren doorgaans niet echt overtuigend. En de voorstanders bleven te vaak steken in verkapte of zelfs regelrechte bedreigingen aan het adres van de tegenstanders.

“Er is geen alternatief, geen plan B”, klonk het in Frankrijk, in België, in Nederland. Tja, als je alleen maar ‘ja’ mag stemmen, waarom organiseer je dan een volksraadpleging? Ook gehoord: “Neen-stemmen betekent oorlog”, “Dan gaat het licht uit”, “We worden het stoute kind van de klas en belanden in de hoek” en meer van die onzin. Het mocht allemaal niet baten.

De kiezers in Nederland hadden lak aan de betutteling en de opgestoken vingertjes. Ze hebben blijk gegeven van een behoorlijke dosis gezond verstand en politieke moed. Leon De Winter heeft dan ook overschot van gelijk als hij in Elsevier schrijft: “Het electoraat heeft zich niet in de luren laten leggen, en het is gepast om nu even heel trots te zijn op de scherpzinnigheid en de daadkracht van ons volk. Want ‘nee’ zeggen terwijl de ja-zeggers voortdurend verklaarden dat nee-zeggers gek, zwakzinnig, fascist, racist, xenofoob, debiel waren of – zoals Freek De Jonge zei – aan een gebrek aan levenslust leden, getuigt van karakter.”

Vlaams Belang

De arrogantie, de domheid en de blinde hatelijkheid waarmee de voorstanders van de Europese Grondwet tekeer gingen tegen critici en tegenstanders, is een doorslagje van de moddercampagne die de media en de traditionele partijen nu al jaren voeren tegen het Vlaams Belang. Dat die kruistocht ook al geen succes was, hoeven we u niet meer te vertellen. Het Vlaams Belang groeide verkiezing na verkiezing en is vandaag de grootste partij van het land.

De hele politieke top in Nederland was voor de Grondwet. Van de christen-democratische regeringspartijen CDA en de liberale VVD tot de socialistische oppositiepartij PVDA. Het voltallige kabinet was uitgesproken voor, net als 128 van de 150 leden van de Tweede Kamer.
Alle grote politieke partijen, het bedrijfsleven, de vakbonden, de kerken en het gros van de media hadden zich enthousiast in het pro-kamp opgesteld. Daarom komt de klap zo hard aan.
Ook het onbegrip, de woede en de frustratie in de traditionele partijen en de media over de duidelijke afwijzing van de Europese Grondwet kunnen alleen maar vergeleken worden met de giftige reacties na elke verkiezingsoverwinning van het Vlaams Belang.

Gigantische kloof

De politieke aardverschuiving die Pim Fortuyn ontketende in Nederland heeft de gigantische kloof aan het licht gebracht die gaapt tussen het volk en het politieke establishment. Tussen het volk en de media die zich maar wat graag aanschurken tegen dat establishment. Die kloof is nog lang niet gedicht.

Paul De Bruyn stelt in Gazet van Antwerpen (03.06.05) terecht dat de politiek ‘een kaste’ is geworden en dat dit ‘de kern van het probleem’ is. “Het politieke establishment”, zo schrijft De Bruyn, “heeft geen voeling meer met het publiek. Politici, met hun kabinetten, hun adviseurs en hun administratie zijn een wereld op zichzelf geworden. Zij komen niet meer buiten hun eigen kringen. Zij zijn een kaste geworden die dezelfde ideeën denkt en hetzelfde jargon hanteert, waarvan het publiek meestal niets meer begrijpt. De geslotenheid van de kaste wordt nog versterkt door journalisten en commentatoren die er zelf ook toe zijn gaan behoren. Ook zij spreken dat jargon. Ook zij delen die redeneringen, zodat zij geen tegenwicht meer kunnen vormen. Het resultaat is dat in die kringen maar één gangbare opinie circuleert.”

We hebben zelden zo’n klare en juiste analyse gelezen over de betweterige houding van de politieke klasse én de media. Niet alleen ten aanzien van Europa en de Europese Grondwet, maar ook ten aanzien van het Vlaams Belang en het succes van onze partij. Denk maar aan de uitlatingen van journalisten na wat zij steevast een ‘zwarte zondag’ plachten te noemen: “Het Vlaams Belang heeft 1 miljoen kiezers. Waar zitten die allemaal? Want ik ken er niet één van.” Dat zegt wel genoeg. Het is diezelfde zelfgenoegzaamheid en ivoren-toren-mentaliteit die ervoor zorgt dat politici en journalisten uiteindelijk in hun eigen mantra’s gaan geloven. Brussel-Halle-Vilvoorde? “Ach, de mensen liggen daar niet wakker van.” Integratieproblemen? “Het gaat de goede kant uit.” Criminaliteit? “De cijfers dalen en per slot van rekening gaat het vooral over een subjectief ‘onveiligheidsgevoel’.”…

De rel met De Gucht

Karel De Gucht, het genie van Berlare, greep het ‘neen’ van onze noorderburen aan om die ‘domme Nederlanders’ en de Nederlandse regering de mantel uit te vegen. De Gucht noemde premier Balkenende ‘een mix van Harry Potter en stijve kleinburgerlijkheid’. De politieke leiders hadden er een soepje van gemaakt. En voegde hij er in alle bescheidenheid aan toe: “Verhofstadt en ikzelf zouden dat heel wat beter hebben aangepakt. Mochten wij een referendum georganiseerd hebben, zou de bevolking volmondig ‘ja’ hebben gestemd.”

Een en ander was aanleiding voor een zware diplomatieke rel tussen Nederland en België en Verhofstadt moest zich de zolen van onder het lijf lopen om de plooien weer glad te strijken.
“De Gucht gedraagt zich niet als een diplomaat, maar als een gekke generaal die altijd wel iemand in de buurt vindt om desnoods alleen tegen ten oorlog te trekken. Van de ‘mestkevers’ van het Vlaams Belang tot Beysen, Coveliers en Dedecker, de dissidenten binnen zijn eigen partij. Dat het recente VLD-congres ei zo na uitdraaide op een bloedbad en dat de partij is weggedeemsterd naar een schamele 16 – 17 % mag mee op het conto geschreven worden van De Gucht en zijn ‘buitenaardse intelligentie’.” (Paul Geudens, Gazet van Antwerpen, 06.06.05).

Geudens heeft een punt als hij schrijft dat Balkenende beter even verveeld zijn schouders had opgehaald voor “de zoveelste ongepaste, domme uitspraak van de Belgische minister”. “Hij had beter gezegd: ‘Indien een normale collega-minister zoiets zegt, is er een diplomatiek probleem. Maar we weten allemaal van wie het komt. Laten we er dus niet meer aandacht aan geven dan het verdient’. Dat ware harder aangekomen.”

De Gucht maakte het nadien nog erger door de schuld in de schoenen te willen schuiven van een journalist van Het Laatste Nieuws. Om zijn gezicht te redden nam hij zijn toevlucht tot platte leugens. Niet één keer maar drie keer op rij. Dat hij het zo niet gezegd had en dat zijn woorden verkeerd werden weergegeven. Waarop de Nederlandse televisie uitpakte met een geluidsfragment dat De Gucht ontmaskerde als leugenaar. Dan maar plan B: ‘het was helemaal niet bedoeld om gepubliceerd te worden’. Alweer een leugen, want De Gucht had zélf om het interview gevraagd en onderhandeld over de bladzijde waarop het zou verschijnen. Over naar plan C: ‘ik en mijn woordvoerder hebben het niet nagelezen, want anders zou dat bewuste fragment zeker geschrapt zijn’. De derde leugen. De rel heeft alvast de verdienste dat De Gucht nu in binnen- en buitenland te kijk staat als een gepatenteerde leugenaar. Het is dan ook niet toevallig dat hij in dezelfde partij zit als Guy – Pinokkio – Verhofstadt.

Mochten wij in de plaats geweest zijn van Balkenende, zouden we De Gucht er even fijntjes op gewezen hebben dat hij wel bijzonder slecht geplaatst was om Nederland de les te spellen. Nederland heeft tenminste de politieke moed en het democratische fatsoen gehad om over de kwestie een volksraadpleging te organiseren. Iets wat België duidelijk niet had, al was het maar omdat de VLD ook in dat dossier plat op de buik was gegaan voor het veto van Elio Di Rupo en de Parti Socialiste.

Anti-democratische oprispingen

‘Dit is het beste argument tegen het organiseren van referenda’, bromde Jean-Luc Dehaene na het overtuigende Franse ‘non’. Waarop hij de Nederlandse kiezers plechtig opriep om die domme Fransen “een poepje te laten ruiken”. Maar onze noorderburen waren niet onder de indruk. Ze lieten Balkenende en Dehaene een poepje ruiken. Dehaene was – zoals dat heet –
‘not amused’.

Herman Van Rompuy, ook al een kopstuk van de christen-‘democraten’, bakte het nog bruiner. Hij liet verstaan dat het referendum “een opstapje naar de dictatuur” is. Voor een partij die ‘respect’ heeft gekozen als uithangbord, getuigt dit niet van bijster veel respect voor het resultaat van democratische verkiezingen en het beoordelingsvermogen van de kiezer. Hetzelfde geldt overigens ook voor Guy Verhofstadt, maar dat zal u al lang niet meer verbazen. Terwijl heel wat Europeanen in de stembus te kennen gaven dat de uitbreiding van Europa te snel en te ver gaat, liet Verhofstadt kurkdroog weten dat men vooral moet verder gaan met de ratificatie van de grondwet, dat het nog sneller en verder moet. Verhofstadt gedraagt zich als de weerbarstige kleuter die door het dolle heen geraakt omdat zijn speeltje werd afgepakt.

Turkije

Wat nu? Europa is niet dood, maar de Fransen en de Nederlanders hebben krachtig aan de noodrem getrokken. Nu is het tijd voor bezinning. Europa was altijd een ver-van-mijn-bed-show, maar het referendum heeft voor het eerst gezorgd voor een echt debat. Dat kan alleen maar toegejuicht worden.

Het ‘neen’ was geen neen tegen Europa maar tegen de politieke kaste. Tegen het huidige Europa én tegen het Europa dat in de steigers staat. Een Europa dat ‘gezegend’ is met alle kwalen van de Belgische staat, maar dan in het groot. Wij willen geen Europese superstaat, geen grijze eenheidsworst. De Europese volkeren en staten moeten zichzelf kunnen blijven en hebben recht op een eigen identiteit. Die stem, de stem van het Vlaams Belang, werd niet gehoord in het politieke en maatschappelijke debat. Ook na het Franse en Nederlandse ‘neen’ hadden de media in ons land alleen maar oog en oor voor de – ontgoochelde – voorstanders van de grondwet. Het zegt veel over de onafhankelijkheid en objectiviteit van de berichtgeving in ons land. Over het democratische deficit en de dramatische toestand van het politieke debat.

Welk Europa willen we? Dat is de hamvraag. Waar ligt de grens? Wat ons betreft liggen de grenzen van Europa aan de geografische grenzen van Europa. Logisch, toch? Misschien moeten de vetbetaalde toppolitici in Brussel maar eens een atlas kopen. Dan zullen ze zien dat Turkije niet thuis hoort in de Europese Unie. Net zomin als Marokko of Tunesië. Het is geen geheim dat Franstalige politici in ons land nu al pleiten om ook die landen op te nemen in de EU.

Politiek en media fietsen nog altijd in een wijde boog om de hete brij. De kwestie van de omstreden Turkse toetreding wordt als afgehandeld beschouwd. Discussie gesloten. Nochtans was dat één van de redenen waarom Frankrijk en Nederland massaal tégen de Grondwet hebben gestemd. Onder het motto ‘wij weten wat goed voor u is’ gaan de politici het debat over Turkije uit de weg, ook na de publieke oorvijg die ze kregen in de stembus. Het ziet er dus naar uit dat ze hun les nog niet geleerd hebben. En dat zal hen vroeg of laat nog zuur opbreken. Want, als burgers de kans krijgen maken ze zélf wel uit wat goed voor hen is. En gelijk hebben ze!

Frank Vanhecke
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...