Vlaamse kater

“Na vijftien maanden moeten we vaststellen dat we nergens staan. We staan terug waar we begonnen zijn en misschien nog minder ver.” Met die spijkerharde diagnose trok N-VA-voorzitter Bart De Wevr er na een maandenlange lijdensweg uiteindelijk dan toch de stekker uit. Daarmee lijkt ook een einde te komen aan het kartel CD&V/N-VA, een moeizaam en tegennatuurlijk verbond tussen Vlaams-nationalisten en Belgische machtspolitici. Een verstandshuwelijk dat berustte op het broze cement van geld, mandaten en de strategische electorale berekening dat samen vijf minuten politieke moed zouden volstaan. De Vlaamse kiezers van het kartel en vooral N-VA hebben de voorbije maanden sloten zure wijn te drinken gekregen en blijven achter met een pijnlijke kater.

Van uitstel naar afstel

Na herhaalde mislukte pogingen van Yves Leterme werden Langendries, Lambertz en De Donnea uitgestuurd. Meteen was duidelijk dat het de drie koninklijke musketiers vooral om uitstel te doen was: de hete communautaire aardappel doorschuiven naar later, liefst tot na de verkiezingen van 2009. Iets wat premier Leterme ook goed uitkwam, maar het rapport van de drie was van zo’n ondraaglijke lichtheid dat iedereen met ietwat politiek doorzicht kon aanvoelen dat dit onverteerbaar zou zijn. Aan ‘de interpersoonlijke solidariteit’ – lees: de miljardentransfers, het arbeidsbeleid en de fiscaliteit – mag niet geraakt worden, klonk het in de nota van Langendries en co. Bovendien werd in de nota gepleit voor de oprichting van ‘een ander onderhandelingskader’ om de problematiek van B-H-V op te lossen. Onvoorstelbaar eigenlijk dat de CD&V het rapport zo positief onthaalde. Het kartel stond op springen.

En toen, toen kwam Didier Reynders op de proppen. Die schoot elke illusie met betrekking tot een geloofwaardige dialoog van gemeenschap tot gemeenschap aan diggelen. Ook hij eiste een ‘onderhandelde oplossing’ voor Brussel-Halle-Vilvoorde en deed er nog een flinke schep bovenop: ook de uitbreiding van Brussel en de benoeming van Franstalige burgemeesters die de taalwetten aan hun laarzen lappen, moeten op tafel komen. Ook in Franstalige kringen was niet iedereen blij met de provocatie. Bovendien leek het er op dat Reynders de scherven binnen het kartel had gelijmd. Maar voor de N-VA was de maat vol. Na vijftien maanden strompelen van de ene deadline naar het andere ultimatum was de rek er definitief uit. En dus zegde de partij afgelopen zondag – onder luid applaus van de partijmilitanten – het vertrouwen op in Di Rupo, Reynders en Milquet, en dus ook in de regering-Leterme.

Daarmee lag de bal terug in het kamp van CD&V. Vlaams minister-president Kris Peeters werd ’s avonds nog op pad gestuurd om de Franstaligen tot enige toegeeflijkheid te bewegen en aldus het zieltogende kartel te redden. En kijk, het partijbureau van CD&V pakte uit met een triomfantelijke mededeling dat de Franstaligen geen voorwaarden meer stelden en bijkomende garanties hadden gegeven dat de staatshervorming er echt komt… Kris Peeters tuinde er met open ogen in en verklaarde de dialoog weer voor geopend.

“Gratis cinema”

“Bijkomende garanties? Welke bijkomende garanties”, klinkt het schamper bij de Franstaligen. Die lachen het verhaal van Peeters weg als “goedkope cinema”. Schijntoegevingen, meer niet. Gebakken lucht. Wat een doffe ellende. Arm Vlaanderen, in strategie en onderhandelingskunst andermaal een maatje te klein voor de geslepen Franstaligen. Want wat is het resultaat van 15 maanden schaduwboksen? Niet alleen het kartel is uit elkaar gespeeld, maar ook de Vlaamse regering. De Vlaamse eensgezindheid en de unaniem goedgekeurde voorwaarden voor onderhandelingen liggen op het kerkhof. In de hoofdkwartieren van de Franstalige partijen werd de voorbije dagen ongetwijfeld feest gevierd. De Vlamingen zouden genoegen nemen met ‘borrelnootjes’, maar voor de Franstaligen mag het wat meer zijn: champagne en kaviaar!

CD&V met billen bloot

Ingewijden bij CD&V fluisteren dat de partijtop aanvankelijk bereid was de N-NA te volgen en dus te kiezen voor het kartel, maar dat Yves Leterme zijn veto heeft gesteld. Of, zoals we vorige keer al schreven: Leterme zit in de Wetstraat en hij wil er niet meer weg. Er zal veel volk voor nodig zijn om hem buiten te dragen.

Hoera, juicht Le Soir. “Nadat CD&V zoveel keren aan de schandpaal is genageld, moet de partij nu geprezen worden. Gisteren heeft ze haar rendez-vous met de geschiedenis gehad. Ze heeft haar verantwoordelijkheid genomen.” Verantwoordelijkheid nemen betekent in België dus uw verkiezingsbeloftes begraven en uw principes verloochenen, buigen voor de dictaten uit Wallonië. We hebben het al vaker gezegd en geschreven en dat wordt nu nog eens bevestigd: een Vlaming kan maar premier worden in dit land als hij bereid is om braaf aan het handje van de Franstaligen te lopen.

Omwille van zijn eigen macht en politieke carrière zet Leterme de toekomst van Vlaanderen en het lot van zijn partij op het spel. Wie zei ook weer dat Yves Leterme steeds meer op Guy Verhofstadt begint te lijken? De balans voor CD&V oogt catastrofaal: het electoraal winstgevende kartel is opgeblazen, minister-president Peeters werd het mijnenveld ingestuurd en is zijn Vlaamse maagdelijkheid kwijt. Leterme heeft geen Vlaamse meerderheid meer én geen geloofwaardigheid. Wie gelooft die mensen nog?

Dit land is ziek

Politicoloog Carl Devos bestempelde de fameuze ‘dialoog van gemeenschap tot gemeenschap’ vorige week nog als “comateuze gesprekken in een rammelende ambulance”. Treffende beeldspraak.

Ach, het gaat al lang niet meer om wat sommige intellectuele bobo’s en commentatoren smalend afdoen als Belgische “stammentwisten”, getuige de onwelriekende affaire aan de politietop. Zogenaamde canapébenoemingen, schriftvervalsing, geknoei met examens, vriendjespolitiek en twijfelachtige promoties. Minister Patrick Dewael kondigde sancties aan, maar kroop kwispelend terug in zijn hok nadat de Franstalige regeringspartijen ermee gedreigd hadden om zijn hoofd op het schavot te leggen als hun ‘chouchou’ politiebaas Fernand Koekelberg moest opstappen. “De chantage van de Franstaligen is ronduit decadent”, schrijft Carl Devos walgend. “Dit land is ziek.” (De Morgen, 19.09.08)

Eenzelfde geluid bij Eric Donckier (Het Belang van Limburg, 18.09.08): “Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Straks weigeren de Franstaligen het ontslag van iemand omdat hij Franstalig is en weigeren de Vlaamse partijen het ontslag van iemand die Nederlandstalig is. In dat geval wordt de taal een alibi om vanalles en nog wat te doen, men kan dan toch niet ontslagen worden. Dit is te zot om los te lopen. In dat geval heeft dit land geen enkele zin meer en kunnen we maar beter meteen splitsen.”

Inderdaad. Dat is de enig mogelijke conclusie na 15 maanden communautaire stilstand en na de beschamende affaire bij de politie. Laten we er eindelijk mee ophouden. De Franstaligen willen geen staatshervorming. Zij willen dat alles in België bij het oude blijft. Maar in feite breken ze België af, dag na dag. Ons niet gelaten, dan moeten wij het niet doen. Soms kan politiek heel simpel zijn…


Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...