Vlaams Belang neemt bestuursakkoord zwaar op de korrel

Gisterenavond werd in Turnhout het nieuwe bestuursakkoord voorgesteld. Reccino Van Lommel maakt er zeer kritische bedenkingen bij. U leest hieronder zijn tussenkomst:

 

Samen stad maken. Het is een ambitieuze leuze die een saamhorigheidsgevoel moet creëren onder onze Turnhoutse inwoners. Een verbloemende leuze die niet laat uitschijnen dat zelfkennis het begin van alle wijsheid is. Laat ons vooral eerlijk zijn: Dit college mist elke vorm coherentie en is een verderzetting van het bestuur uit de vorige legislatuur, waarbij Groen opnieuw als vijfde wiel aan de wagen fungeert, een soort depannagestel dus. Dit college omvat figuren die vol zijn van rancune uit het verleden en liever elkaar de duvel aan doen in plaats van “samen stad” te maken zoals het bestuursakkoord wordt betiteld. Centrumrechts heeft vorig jaar haar kans verkeken en geen veranderende krachten in beweging gezet. Helaas dwingt dit de Turnhoutenaren vandaag opnieuw op dezelfde meerderheid te moeten rekenen. Een meerderheid die vol zit met mensen die zich aan de machten en oude verworvenheden uit het verleden vastklampen.

 

Dit college zou naar eigen zeggen streven naar een stad waar we met z’n allen trots op moeten zijn, terwijl zij van onze stad maakte wat het vandaag is. Het verleden heeft diepe sporen nagelaten in onze stad op alle vlak: economisch, financieel, cultureel, op vlak van veiligheid, netheid enzoverder. Trots zijn op een stad kan je pas als je daadkracht toont en deze koppelt aan een resultaatverbintenis. Alle geformuleerde doelstellingen voldoen niet aan het SMART-principe zoals dat common practise is in een gezond bedrijf en goede stuurlui zou moeten betamen. Voldoende specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Trots op onze stad kan de burger enkel zijn als de koers van het schip grondig wijzigt en de kapitein een flinke draai geeft aan het roer. Tot nader order is daar nog niets van te merken en tot mijn ontgoocheling ook niet af te leiden uit het bestuursakkoord. De Turnhoutaar kan enkel fier zijn op zijn of haar stad, als we de problemen onomwonden bij naam durven noemen en niet alles in geitenwollen sokkenstijl wordt benaderd. Een stad die veilig is en waar jongeren en ouderen ’s avonds durven buitenkomen, waar de burgemeester van veiligheid een echte prioriteit durft maken. Ik kan enkel fier zijn op een stad indien die niet de armste is van alle Vlaamse centrumsteden, een stad waar de Grote Markt op eender welk moment van de dag bruist en er niet verlaten bijligt. En ja, ik wil trots zijn op Turnhout als we alle financiën op orde hebben, alles correct wordt becijferd en deze raad niet tot een veredelde machine wordt ontpopt waar pestbelastingen aan het adres van onze burgers worden goedgekeurd. Ik wil leven in een stad waar werkgelegenheid is, waar het college optreedt als ambassadeur om de leegstaande bedrijfsterreinen in Turnhout te laten innemen door nieuwe bedrijven. Een stad overigens waar de werkloosheidsstatistieken zullen dalen in plaats van stijgen. Ook zou ik enkel trots kunnen zijn op een stad waar leegstand en verloedering worden weggewerkt in plaats dat deze problematiek mensen afschrikt om te leven of winkelen in Turnhout. Een stad waar prestigeprojecten door het college en projectontwikkelaars niet de leidraad zijn om ondernemers en handelaars in het centrum te wurgen. Dat noem ik trots zijn. Maar trots zijn op een stad waar het zwerfvuil overal aanwezig is, waar drugproblematiek niet de kop wordt ingedrukt, kan ik niet. Trots zijn op een stad doe je overigens wel als je je niet steeds meer een vreemde voelt in eigen straat en waar waarden en normen door eenieder worden eerbiedigd en gerespecteerd. Trots zijn op een stad kan je als men respect toont voor ons erfgoed en onze identiteit als Turnhoutse Bink. Tot slot wil een leven in een stad waar het college niet elk engagement verbloemt tot een nietszeggende vaagheid.

 

Dit is wat de Turnhoutenaar echt wakker houdt, beste leden van het college. Daar hoef ik geen schrijfstuk van 10 maanden aan te wijden. Hoe jullie een en ander zullen aanpakken staat niet beschreven. Als jullie in de inleiding schrijven dat dit akkoord een levendig document is dat kan evolueren op basis van maatschappelijke ontwikkelingen, verwacht ik nog veel wijzigingen van jullie kant om dit in overeenstemming te brengen met wat leeft bij de man en vrouw in de straat.

 

In uw bestuursakkoord heeft u het over het ‘merk’ Turnhout. U zal veel water naar de zee moeten laten vloeien om die beschadigde merknaam te herstellen. Vraag gerust eens bij niet-Turnhoutenaren na waarmee zij onze stad associëren en hoe aantrekkelijk ze deze vinden. Ik verzeker u: U zal teleurgesteld zijn!

 

Het mobiliteitsvraagstuk hield de kiezer tijdens verkiezingsjaar 2012 in de greep. Het enige wat dit college op dat vlak lijkt bezig te houden is de motor willen zijn van de bovenlokale verkeersproblematiek. Ik mis heel wat elementen in het akkoord die ingaan op de mobiliteitsproblematiek in onze binnenstad, tenzij dit voor hen niet belangrijk is. Hoe gaan zij bijvoorbeeld om met de omsluiting van Turnhout? Wordt het doortrekken van de ring terug actueel of verdwijnt dit onderwerp in de politieke koelkast voor onbepaalde duur? Hoe gaat men nu juist verder werken aan de doorstroming van de ring? Weer zo’n voorbeeld van die vaagheid. Ook is bij mijn weten de parkeerproblematiek in Turnhout nog niet volledig van de baan. Uit dit akkoord kan ik niet afleiden hoe het college zal omgaan met dit onderwerp. Dit alles wordt in het akkoord samengevat in ocharme 3 zinnen op pagina 15.

 

Naast verkeersveiligheid wil dit bestuur onze stad meer leefbaar maken door het veiligheidsgevoel te verbeteren. Men heeft het daarin onder meer over de wijkagent die goed geplaatst is om signalen binnen de wijk op te nemen. Ik refereer daarbij naar mijn vraag die ik stelde tijdens de afgelopen gemeenteraad waarbij ik mijn bezorgdheid uitte namens de inwoners in onze stad die hun wijkagent niet kennen en het feit dat in bepaalde wijken agenten zeer vaak gewisseld worden omwille van carrière-opportuniteiten of andere redenen. Ik kreeg toen een vaag en geen afdoend antwoord, waardoor ik mij vragen stel bij de geuite ambities en de praktische realiseerbaarheid die daarbij niet nader omschreven is. Zolang hier geen duidelijke visie of oplossing van jullie kant over bestaat, zal het blijven bij de zinnen die hier op papier staan. Onze fractie stuurde daarnaast reeds jaren aan op efficiënte en effectieve uitgebouwde BIN’s (buurtinformatienetwerken). Herhaaldelijk hebben wij dit op de politieke agenda geplaatst. Nu ik in het akkoord lees dat hierop zal worden ingezet, bedenk ik mij 2 mogelijke redenen: ofwel heeft men opeens het licht gezien, ofwel is het opnieuw een loze belofte zoals we hier al jaren gewoon zijn. Wij zullen jullie alvast blijven herinneren aan de belofte om de veiligheid van onze inwoners te verbeteren en naast preventief, ook voldoende repressief op te treden tegen talloze vormen van criminaliteit. Dat is iets waar onze burgers ten minste recht op hebben.

 

Op vlak van orde en netheid wordt ruim ingegaan in het akkoord. Desondanks is deze schepen dezelfde verantwoordelijke op dat vlak als in het vorige college én zit deze meerderheid nu reeds bijna een jaar in het zadel. Op dit vlak kunnen heel wat quickwins gerealiseerd worden. Het lijkt wel alsof men het voorstellen van dit akkoord als een soort startschot aanziet om deze problematiek eindelijk met grove borstel te lijf te gaan. In de afgelopen tijd is het straatbeeld qua properheid er met grote schreden op achteruit gegaan. Waar blijven die beloofde propere straten, aanpak van zwerfvuil, hondenpoep en wat dies meer zij?

 

In het verleden drongen wij ook aan op de versterking van onze stadsregio. Hoewel er een allusie gemaakt wordt in het akkoord naar die Stadsregio, blinkt het ook hier weer uit in vaagheid. Er wordt onvoldoende ingegaan op hoe men de stadregio wil versterken. Als men samen een grotere vuist wil vormen naar de hogere overheden, zal die versterking er hoe dan ook moeten komen. Voor het aspect Turnhout als efficiënte netwerkorganisatie wordt enkel ingegaan op de afstemming tussen Stad en OCMW, zonder dat de term “Stadsregio” zelfs aan bod komt.

 

Een van de belangrijkste elementen uit het akkoord waaraan men heeft getracht zorg te besteden is dat aangaande economie en werkgelegenheid. En zoals u allen samen met mij kan vaststellen, heb ik dit onderwerp aangebracht op de agenda van deze raad en neem ik even de gelegenheid en het genoegen om dit nu reeds aan te brengen aangezien dit naadloos aansluit bij dit onderwerp en ik het reeds indiende alvorens ik het bestuursakkoord las. De werkloosheidsgraad in Turnhout bedroeg tijdens de afgelopen maand juli nog 13,58% en als we dieper graven naar de afgelopen jaren, merken we een constante stijging van de werkloosheid in Turnhout op. In dit akkoord gaat men weliswaar in op het creëren van die tewerkstelling door een ondernemers- en bedrijfsvriendelijk beleid te willen voeren. Naar mijn gevoel wordt er sterk gefocust op onderwijs en opleiding, maar te weinig op die link met ondernemers. Een betere opleiding gaat er per definitie niet altijd toe leiden dat de leemte die ontstaat door sociale bloedbaden zoals bij Heinz en Proost -en binnenkort misschien Philips- zo maar wordt ingevuld. Ik vraag mij dan ook af hoe het vestigen van nieuwe bedrijven in Turnhout weer aantrekkelijk gemaakt kan worden? En wees nu eens concreet alstublieft, want werkgelegenheid in Turnhout is een van de voornaamste uitdagingen in de komende jaren. Welke concrete inspanningen zullen jullie op korte termijn doen om bedrijven te stimuleren om zich te vestigen in onze stad? Jullie spreken wel over het eens per jaar organiseren van een ‘staten generaal’ rond tewerkstelling, maar hoe gaan jullie concreet contacten uitbouwen met de ondernemers die jullie nodig hebben? Ook heel belangrijk: Welke middelen voorzien jullie daarvoor en welke tijdspaden worden daarvoor uitgestippeld tussen nu en 2018? Wanneer mogen wij het zogenaamd relanceplan verwachten? Als u spreekt over het aanpakken van tewerkstelling, zult u ongetwijfeld een doelstelling voor ogen hebben over wat betreft het aantal te creëren arbeidsplaatsen. Hoeveel jobs is de doelstelling van dit college? Ik merk daarnaast dat het college oog heeft voor de link tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Onze fractie heeft tijdens de vorige legislatuur meermaals punten aangebracht over hoe deze link kan worden versterkt. Men ging hier toen positief op in. Mag ik ervan uit gaan dat er reeds stappen zijn ondernomen, zodat men hier vandaag ongetwijfeld kan ingaan op de concrete resultaten van de beloften van toen? Of moet men van nul beginnen omdat jullie de beloften toen niet hebben ingewilligd? Graag had ik zeer concrete antwoorden verkregen op deze belangrijke vragen die de toekomst van onze inwoners sterk aanbelangt.

 

En als men dan echt de rode loper wil uitrollen voor ondernemers, durf ik er ook van uitgaan dat men allerhande pestbelastingen, zoals de belastingen op drijfkracht en de algemene dienstenbelasting voor bedrijven zal afschaffen? Graag had ik hieromtrent een verklaring van de schepen van financiën. Ik had ook graag meer duiding verkregen rond het aanpakken van de leegstand in onze binnenstad. Ik herinner me nog beeldig de tussenkomsten van de heer Boogers over het leegstandpercentage toen Groen nog in de oppositie zat. Vandaag lees ik in dit plaatje niet hoe men hier juist mee zal omgaan, wat de visie is rond het de winkeloppervlakte die zal worden gecreëerd in het Turnova-project en site Le Bon. Heeft men hier een visie op de afstemming tussen de vraag en het aanbod van de totale winkeloppervlakte en hoe men dit in overeenstemming brengt met de centra in de periferie? Het zijn elementen die ik niet terugvind in dit bestuursakkoord. Ik had hierover graag tekst en uitleg verkregen van de bevoegde schepen.

 

Tot slot -en ik kan het niet voldoende benadrukken- is er helemaal geen financiële vertaling van dit bestuursakkoord. Het is dus hoogst onzeker of deze vaag geformuleerde doelstellingen wel haalbaar zullen zijn in de praktijk. De schepen van financiën waarvan op zijn minst verwacht kan worden dat hij intussen expert is in zijn vakgebied deed niet eens de moeite om dit akkoord financieel uit te pluizen.

 

Voor ons is dit alles dus een ruime onvoldoende waard. Met dit akkoord en een incoherent bestuur, lijkt mij de kans op het welslagen van de beloften in deze bundel –dat u een akkoord noemt- dan ook bijzonder klein.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...