Veiligheid, een mensenrecht

Veiligheid is een fundamenteel mensenrecht. In een democratische rechtsstaat moeten politie en justitie er borg voor staan dat de burgers zich veilig kunnen voelen op straat, op het openbaar vervoer of bij de uitoefening van hun werk. Een criminaliteitsloze samenleving mag dan – inderdaad – een illusie of utopie zijn, maar dat de overheid alles in het werk moet stellen om de misdaad aan banden te leggen, staat buiten kijf. Zoniet dreigt de anarchie, de maatschappelijke chaos, de wet van de jungle. En dat is nu net wat in Brussel gebeurt, getuige een ophefmakende reportage in P-Magazine.

‘No go-zones’

In de artikels beklagen agenten zich over het bestaan van zogenaamde ‘no go-zones’ in Brussel. Wijken waar de politie amper nog durft te komen, waar combi’s worden bestookt met molotovcocktails en de brandweer met stenen wordt verjaagd. Wijken waar allochtone jongerenbendes de plak zwaaien en autochtonen worden weggepest. Waar agenten hun leven riskeren als ze er zich wagen. “Het is oorlog in Brussel”, zegt een agent wanhopig “en we zijn aan het verliezen”.

“Als de overheid mee wil, zouden we die wijken in een jaar tijd helemaal kunnen uitkuisen. Maar men wil niet mee…”

Struisvogelpolitiek

De journalist die de reportage schreef, trok zijn stoute schoenen aan, legde zijn oor te luister bij de politiek en werd vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd. Bij het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Dewael (VLD) wordt de hete aardappel meteen doorgeschoven: “De probleemwijken waarover u het heeft, vallen onder de bevoegdheid van de burgemeesters van Brussel, Molenbeek en Anderlecht. Zij zijn verantwoordelijk voor de lokale politie.”

Freddy Thielemans – u weet wel: de rode burgemeester die de politie vorig jaar op 11 september nog het bevel gaf om een vreedzame manifestatie in Brussel kordaat uit elkaar te ranselen en democratisch verkozen parlementsleden in de boeien liet slaan – bakt het nog bruiner. “Wat zegt u? No go-zones? Nee, dat klopt niet. Er is geen enkel probleem.” Op de vraag of hij dan even mee een wandelingetje wil maken door één van de beruchte wijken, wordt de telefoon ingegooid. Ook commissaris Christian De Coninck ontkent bij hoog en bij laag het bestaan van ‘no go-zones’.

Volgens de agenten steken Thielemans en De Coninck hun kop in het zand. “Misdadigers pakken veroorzaakt onrust, werkongevallen, overuren, rellen. Dat willen ze niet, want dat zou aantonen dat er een probleem is. En dus laten ze de situatie verrotten en geven ze die wijken gewoon op.”

Stemmen ronselen

Handtasdiefstallen? Ach, daar liggen de burgemeesters niet wakker van. De slachtoffers zijn doorgaans pendelaars. En die stemmen niet in Brussel…

De bekende Vlaams-Nederlandse journalist Derk Jan Eppink schreef ooit dat Moureaux en co. in Brussel de rode loper uitrollen voor het “islamo-socialisme”. Ze knijpen een oogje toe voor moslimfundamentalisten en kleine criminelen, want elke stem telt. Een agent bevestigt dat: “In Sint-Gillis zit je met 70 tot 75 procent inwoners van Noord-Afrikaanse afkomst. De verkiezingen gaan daar maar over één zaak: welke partij zorgt ervoor dat mijn kind niet in een instelling terechtkomt, wanneer hij een portefeuille pikt. Wel, de politiek – en vooral de Parti Socialiste – zorgt daarvoor. Al jaren!” Intussen zijn de weerloze burgers, de agenten die hun plicht doen en de stad die overgeleverd wordt aan de straatterreur de dupe van de politieke lafheid en platte electorale berekening. Onaanvaardbaar. Wraakroepend.

Voor alle duidelijkheid. Wij willen niet alleen een kordate aanpak van Noord-Afrikaanse relschoppers, maar ook van Oost-Europese jongeren die steeds vaker opduiken in de statistieken. Van autochtone criminelen net zo goed als van voetbalhooligans. Lik-op-stuk, zonder onderscheid.

Zachte heelmeesters

Over naar justitie. Die draagt, samen met de politiek, een verpletterende verantwoordelijkheid in het klimaat van straffeloosheid. Niet alleen in de brandhaarden van Brussel, maar in vele Vlaamse steden. Dat is ook de mening van de betrokken politiemensen die uitpakken met onbegrijpelijke toestanden. Zoals jonge kereltjes die al zeventig of tachtig keer zijn opgepakt, maar keer op keer opnieuw worden losgelaten op de maatschappij. ‘Boefjes’ heet dat dan, die na een telefoon met het parket, het politiebureau vrolijk buiten wandelen. Onaantastbaar.

De agenten nemen geen blad voor de mond en hebben het over ‘sabotage’ van het gerecht. Ze schreeuwen na de politiehervorming om een ingrijpende hervorming van Justitie, want “wie zware criminelen nauwelijks bestraft omdat de gevangenissen en instellingen overvol zitten, snijdt in het vel van de samenleving en schopt tegen de schenen van agenten die dagelijks hun best doen om de misdadigers te bestrijden.”

Andere prioriteiten

De frustratie bij het politiekorps bereikt stilaan het kookpunt. “Pleeg 60 handtasdiefstallen en je loopt ’s avonds weer vrij. Maar rij 10 km/u te hard en je krijgt een boete. Maar ik ben een ‘flik’ die het crapuul wil aanpakken in plaats van brave burgers te pesten”, zegt een boze agent in de bewuste reportage. ‘Cafépraat’ klinkt het dan. Of ‘populisme’, het containerbegrip waarmee de traditionele partijen pertinente vragen en terechte verontwaardiging in de kiem trachten te smoren. Maar de feiten zijn wat ze zijn.

Het is niet alleen een kwestie van gemakzucht: het flitsen van automobilisten is – in tegenstelling tot het bij de kraag grijpen van criminelen – zonder enig risico en brengt bovendien aardig wat (Vlaams) geld in de noodlijdende schatkist Maar het is vooral een kwestie van prioriteiten. En die liggen in dit gekke landje niet bij criminaliteitsbestrijding.

Om aan te tonen dat hij niet het watje is waar iedereen de nieuwe minister van Justitie voor houdt, heeft Jo Vandeurzen (CD&V) het licht op groen gezet voor een juridische klopjacht op ere-voorzitter Frank Vanhecke. Die wordt vervolgd voor een fout berichtje in een lokaal partijblad. Het bericht werd meteen rechtgezet, en de auteur – niet Frank Vanhecke – is bekend. Maar dat mocht allemaal niet baten. Barbertje moet hangen. Zelfs als de wet daarvoor even opzij moet geschoven worden. Zo gaat dat in dit land.

Vandeurzen heeft niet voor de lang verwachte kentering gezorgd op Justitie. Criminelen worden nog altijd met fluwelen handschoenen aangepakt, gedetineerden worden nog altijd vervroegd en vaak veel te snel vrijgelaten. Steeds vaker worden alternatieve straffen uitgesproken… en nadien niet uitgevoerd of gecontroleerd. Zelfs bij gevaarlijke seksdelinquenten.

Intussen haalt Justitie het zware geschut boven om (boegbeelden van) de Vlaamse onafhankelijkheidspartij politiek te liquideren. De criminelen en de Franstaligen lachen in hun vuist. Jo Vandeurzen is een ‘waardige opvolger’ van blunderqueen Laurette Onkelinx.

Wij hebben er nooit doekjes om gewonden. Wij staan aan de kant van de eenzame politie-agent, van de weerloze bejaarde op straat, op de bus of in de tram, van het hulpeloze meisje dat door jongeren wordt uitgescholden, bespuwd of bepoteld. Wij staan aan de kant van de ambulanciers en de brandweermannen die met stenen worden bekogeld tijdens het uitoefenen van hun job. Wij staan aan de kant van de leraars en leraressen. Wij staan aan de kant van de eerbare burgers, autochtoon én allochtoon. Wij en wij alleen – het Vlaams Belang! – zijn de partij van recht en orde. Uw veiligheid was onze prioriteit en zal dat altijd zijn.

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...