Tussenkomst budget en meerjarenplanning 2015

Voorzitter, Collega’s,

Naar goede gewoonte spreek ik graag woorden van dank uit aan de medewerkers van de stad die alles in het werk hebben gesteld om het budget voor 2015 en de aangepaste meerjarenplanning voor te bereiden voor de stemming die vandaag ter tafel ligt.

De meerjarenplanning kreeg hier en daar wat andere accenten in vergelijking met de vorige meerderheid in deze legislatuur. Hoewel er deze keer wel prioritaire doelstellingen geformuleerd werden, kan onze fractie zich niet vinden in de gemaakte keuzes die hier vandaag voorliggen. Vooreerst is er het aanslepende zwembaddossier dat ons voortaan jaarlijks 1,2 miljoen euro kost en dit gedurende 20 jaar, en vanaf 2017 –wanneer het geëxploiteerd wordt door een private partner- zal oplopen tot een jaarlijkse kost van 1,8 miljoen euro die we zullen meeslepen tot 2027. Men kan dan wel propageren dat er een oplossing in de maak is, de vraag is echter welke prijs men bereid was hiervoor te betalen om de eigen flater, risicovolle beslissingen en inschattingsfouten uit het verleden recht te trekken. Wie herinnert zich nog het mobiliteitsthema dat alle verkiezingsdebatten in Turnhout overschaduwde en waar in het verleden al meerdere schepen hun tanden op stuk beten? Buiten een nieuwe zoveelste studie moet ik haast met een vergrootglas zoeken in de meerjarenplanning naar gebudgetteerde oplossingen. Er wordt overigens wel iets ingezet op fietspaden, maar de aandachtige Turnhoutenaar herinnert zich ongetwijfeld nog de overijverige TIM-fractie toen zij nog deel uitmaakte van de oppositie en pleitte voor 400.000 euro extra budget voor voetpaden en het nog gestemd kreeg ook. Ook daarvan is al niet veel meer terug te vinden in de meerjarenplanning. Of zit het ergens verborgen? Strookt dit met de eerder geuite engagementen ter zake? Veilige voetpaden zouden nochtans bovenaan de prioriteitenlijst moeten staan om veiligheid van onze voetgangers, maar ook minder mobiele mensen in onze stad te garanderen, want voor dat laatste is nog veel werk aan de winkel. De criminaliteit en het onveiligheidsgevoel in onze stad zijn nog steeds niet onder controle. Het stadscentrum is reeds sinds jaren een risicozone geworden. Het is daarom in ieders belang dat er tegen alle vormen van criminaliteit en overlast hard wordt opgetreden. Veiligheid is een recht. Daarin moet dus meer en efficiënter geïnvesteerd worden. Wij vinden het dan ook een lachertje dat in het budget voor 2015 slechts 3500 euro wordt ingeschreven voor een ontradingsbeleid inzake drugs, terwijl het drugsprobleem ernstig blijft in onze binnenstad. Als doelstelling noteren wij dat het college wil inzetten op wijkagenten, maar de vraag is echter hoe. Toen ik enkele maanden geleden op deze raad nog mijn bezorgdheid uitte over de steeds wisselende aanwezigheid van wijkagenten, waardoor de link tussen burger en politie totaal niet aanwezig is, moest burgemeester Vos mij het antwoord schuldig blijven. Ik kijk dan ook met veel belangstelling uit naar zijn engagementen ter zake, ook de budgettaire.

Wie het bestuursakkoord goed gelezen heeft, weet dat het bol stond van bezorgdheden over economie en tewerkstelling in Turnhout. Maar zoals het er nu naar uit ziet, heeft de berg een muis gebaard. Voor de jaarlijkse organisatie van de nieuwe staten generaal rond tewerkstelling met verschillende stakeholders wordt een povere 1000 euro uitgetrokken. Voor een strategisch plan over werk budgetteert men 12.500 euro en voorziet men in 2015 een studie over de ruimte van bedrijven. Dat lijkt mij bijzonder weinig, zeker nu vorige week minister Kris Peeters zelf aangaf dat Turnhout als steunzone zo snel als mogelijk erkend moet worden naar aanleiding van het nieuwe, maar zoveelste bloedbad dat Philips Turnhout in de tang zal nemen. U hoort het goed: “steunzone”! In heel Vlaanderen staat onze stad inmiddels gekend als een zone waar je weinig werkgelegenheid kan gaan zoeken. Helaas zijn ondernemers à la Vic Swerts die Soudal uit de grond stampte niet al te dik bezaaid in Turnhout. Too little, too late. Het lijkt wel of Turnhout een sociaal kerkhof aan worden is. Moet dit leiden tot een stad met fiere inwoners die een magneet moet zijn om nieuwe inwoners aan te trekken? Het is immers altijd een van onze, maar ook een van jullie objectieven geweest om Turnhout attractiever te maken voor jonge gezinnen en dan liefst tweeverdieners met kinderen die in onze stad zouden willen komen wonen en vooral werken. En toch lijkt men daar maar niet in te slagen. Het schrikt mensen af. De vooropgestelde doelstellingen zijn ter zake te weinig resultaatgericht en slechts druppels op een hete plaat. Niettemin mochten wij de jongste jaren liefst enkele duizenden extra burgers in Turnhout verwelkomen en toch stijgen de inkomsten voortvloeiend uit de personenbelasting niet evenredig daarmee. Moeten wij daaruit dan concluderen dat het overgrote deel van die nieuwkomers terecht komen in de werkloosheid of bij het OCMW? De vraag stellen, is ze meteen beantwoorden. De cijfers van onder meer het OCMW-budget kunnen ons hier wellicht meer over leren. Het is al langer geweten dat Turnhout armoede importeert en dat rijkdom druppelsgewijs de stad verlaat. Nochtans leert het college weinig uit deze cijfers en gaat zij er van uit dat er in de komende jaren toch telkens meer inkomsten uit personenbelastingen zullen worden gegenereerd. De huilstrategie van onze financiëschepen dat onze omliggende gemeenten over meer gegoede inwoners beschikken en wij niet, draagt weinig bij aan het debat en de oplossing van het probleem. Feit is dat de armoede stijgt in onze stad, de vergrijzing onverminderd doorgaat en we in onze regio nog steeds te kampen hebben met een blijvende toenemende graad van werkloosheid. Volgens de cijfers van Arvastat bedroeg in november van dit jaar de werkloosheidsgraad van het arrondissement Turnhout 7,57% en van de stad Turnhout 13,11% (de hoogste binnen het arrondissement en opnieuw een stijging van 9% op een jaar tijd), want ondanks alles blijft de werkloosheidsgraad relatief groot. Elke keer ik dit cijfer aanhaal binnen deze gemeenteraad, moeten wij vaststellen dat het toenam. Gelet op deze feiten hebben wij de verdomde plicht om prioritaire financiële initiatieven te nemen om jonge gezinnen naar onze stad te krijgen die onze armoedestatistieken niet omhoog trekken, maar wel bijdragen aan de toekomst van onze stad. Het is onze taak om eerst in mensen en pas secundair in bakstenen te investeren. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst. Of wachten we liever tot de problemen ons helemaal over het hoofd groeien?

2015 zal meteen het jaar zijn waarin de huisvuilophaling voor onze burger het dubbele of driedubbele zal kosten ten opzichte van de voorbije jaren. In de vorige legislatuur was de groene gedachte helemaal niet de drijfveer om naar het nieuwe DIFTAR-systeem over te schakelen. Goedkope contracten met leveranciers maakten een DIFTAR-systeem destijds niet aantrekkelijk. Nu de rollen omgekeerd zijn, koos men in officiële termen voor de natuur, maar in de praktijk dus opnieuw voor het geld. Deze verkapte belastingverhoging was niet het enige wapenfeit dat dit college op haar palmares heeft als het gaat om het genereren van creatieve belastinginkomsten. Vorig jaar werd de algemene dienstenbelasting reeds verhoogd met 50% en tegelijk ingevoerd voor rechtspersonen, waardoor onze stad op hetzelfde adres meerdere keren tegelijk langs de kassa passeert. Ook mochten we toen kennis nemen van een verhoging van tal van belasting- en retributiereglementen. Ik vraag mij af wat er in de komende jaren nog uit de hoed zal worden getoverd. Het staat reeds vast dat de belasting op drijfkracht niet zal verdwijnen. Onze fractie klaagt deze pestbelasting voor bedrijven tot vervelens toe al 15 jaar lang aan. Blijkbaar heeft men er geen oren naar. Noemen jullie dat de rode loper uitrollen voor ondernemers?

Het college heeft ons in het verleden bij monde van de schepen van financiën en de burgemeester alvast laten verstaan dat er een grondige oefening gemaakt zou worden over wat nu eigenlijk de kerntaken van onze stad zijn. Het Vlaams Belang heeft er altijd voor gepleit om onmiddellijk na de verkiezingen in Turnhout en in dit geval na de aanstelling van het nieuwe college over alle partijgrenzen heen, maar binnen de context van de gemeenteraad, eindelijk een open kerntakendebat te voeren, om uit te maken wat nu precies tot die kerntaken van een stad als Turnhout behoort en hoeveel men daarvoor wil betalen. Zolang dat niet gebeurt, zal men elk jaar financiële evenwichtsoefeningen moeten blijven maken, kan men nog voor tal van verrassingen komen te staan en zullen wij hier nog veel “gewijzigde budgetwijzigingen” moeten stemmen. Een financieel beleid dient in eerste orde gebaseerd te zijn op een langetermijnvisie. Een voorbeeld dat daarbij gesteld kan worden, is dat men de problematiek rond de stedelijke scholen heeft verplaatst naar 2017 zonder dat daarin knopen werden doorgehakt. Vandaag stel ik vast dat in de meerjarenplanning geen financiële middelen meer vrijgemaakt zullen worden voor de scholen vanaf 2017. Zouden er dan toch knopen zijn doorgehakt?

Tot slot dring ik er op aan dat het college zich vermant en eindelijk luistert naar de Turnhoutenaar die in 2012 koos voor een ander beleid. De interne vetes en gehakketak waarmee jullie in 2012 uit elkaar gingen zijn weer helemaal terug van weggeweest. Denk dus in de eerste plaats niet aan jullie zelf, maar aan de Turnhoutenaar die vandaag de dag nog steeds gebukt gaat onder tal van vragen en problemen waarop zij een oplossing verwachten. Financiële in de eerste plaats. Onze fractie het budget en de keuzes die daaruit voortvloeien in het kader van de meerjarenplanning dan ook niet goedkeuren.

Reccino Van Lommel

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...