Toespraak voorzitterscongres

 

Dames en heren, goede vrienden, kijkers thuis, die voor het eerst in Vlaanderen denk ik thuis via het internet een partijcongres kunnen volgen.

Ziezo. Het is gebeurd. Het is zover. Vanaf nu gaat u, gaat iedereen mij voorzitter noemen. Niet dat ik het dààrvoor gedaan heb moet ik zeggen. Reeds de ongeëvenaarde Rijksnederlandse schrijver Godfried Bomans wist het ambt van voorzitter in Vlaanderen zeer treffend in het juiste kader te plaatsen en te relativeren. Hij zei ooit, als een raadgeving aan zijn landgenoten : als je naar Vlaanderen gaat, begroet dan gerust iedereen met voorzitter. Zeg gerust tegen iedereen mevrouw de voorzitter, meneer de voorzitter. In de meeste gevallen heb je dan gelijk, want in Vlaanderen is iedereen wel voorzitter van iets. En in alle andere gevallen word je nooit tegengesproken, want ze zijn ook allemaal graag voorzitter daar in Vlaanderen.

Het is 16 december. Vandaag wordt De slag bij Bloedrivier, The battle of Blood River herdacht. In 1838 trok in wat vandaag Zuid Afrika heet, een groep voortrekkers onder leiding van Piet Retief door het koninkrijk van de Zoeloes in de hoop er land te vinden om zich te vestigen. De toenmalige Zoeloekoning Dingaan onderhandelde met Piet Retief hierover en "schonk" de voortrekkers een groot stuk land nabij de rivier Ncome. Door een foutieve vertaling van een Engelse dominee die het gesprek tussen Piet Retief en Dingaan leidde en verduidelijkte, kwamen de voortrekkers in de problemen. Piet Retief ging ervan uit dat deze landconcessie hun eigendom was terwijl Dingaan vanuit de Zoeloetraditie deze concessie louter zag als een gebruiksrecht. Beiden voelden zich bedrogen en Piet Retief werd samen met een aantal familiehoofden door sluipmoordenaars van Dingaan gedood. Ook honderden vrouwen en kinderen vielen aan een nachtelijke overval ten prooi in Bloukrans. De verbolgen voortrekkers gaven het idee van een vreedzaam samenleven met de Zoeloes op en eisten hun landconcessie op als eigendom. Ze kozen Andries Pretorius als hun nieuwe leider, bouwden een Laager (een cirkel van ossenwagens) rondom hun erven en stuurden een boodschapper naar Dingaan om hun beslissing over te brengen. Dingaan doodde de boodschapper en verzamelde een leger Zoeloekrijgers om de Boeren weg te jagen.

Op 15 december legden de (calvinistische) voortrekkers een gelofte af aan God. Indien God hun de overwinning zou schenken, zouden ze de dag eren als vrije dag. Op 16 december 1838 streden slechts 464 voortrekkers met 200 knechten tegen een Zoeloeleger van ongeveer 10.000 man sterk. Dankzij hun Laager, hun geweren, hun twee kanonnen maar vooral hun motivatie, versloegen de voortrekkers de Zoeloes verpletterend. De triomferende voortrekkers besloten na deze overwinning om hun pact met God jaarlijks te herdenken als Dingaansdag, Geloftedag of de Dag van de Eed. Vandaag de dag is 16 december nog steeds een Zuid-Afrikaanse feestdag en zelfs Nelson Mandela heeft met veel respect enkel de benaming omgedoopt tot Herenigingsdag of Dag van de Verzoening.

En het is daarom dat ik hier vandaag –op deze 16de december – mijn danktoespraak wil aanvatten met hetzij de Voorzienigheid, hetzij onze partij te bedanken, omdat ze voor deze dag, voor deze eerste dag van mijn voorzitterschap Geloftedag heeft uitgekozen.

Niet- dat zeg ik er bij ten behoeve van mogelijks minder goedmenende persorganen, als die eventueel zouden bestaan- niet omwille van de zwarte slachtoffers van de veldslag, of omwille van de naam Bloedrivier of zo, ik zie de krantentitel al staan, in De Morgen of zo (is hier iemand van De Morgen ?) “Annemans wil rivieren van bloed”… Niet dààrom dus. Neen, ik ben blij met deze 16de december omwille van 5 redenen die ik u zal noemen .

1.Onze band met de traditie en met de geschiedenis van het Nederlandse volk dat wij zijn, en dus onze weigering om het Zuid-Afrikaanse broedervolk verloochenen. Leve Heel Nederland.

2. Omdat deze datum de datum der Voortrekkers is. Want als er iéts is in onze geschiedenis, waarmee wij ons als Vlaams Belang sterk kunnen associëren dan is het wel de rol van voortrekker, wegbereider. Als er iéts is waarom wij geschiedenis hebben geschreven en zullen blijven schrijven, dan is het omdat wij gingen waar geen anderen tot dan toe waren geweest. Omdat wij spraken waar alle anderen zwegen en omdat wij rechtdoor en zonder kronkelwegen Vlaanderen naar de nieuwe tijden hebben geleid. Ja voortrekkers zijn wij vast en zeker geweest en nog altijd.

3. Omdat de verkeerde vertaling van Zoeloekoning Dingaan wel aantoont hoe belangrijk taal is voor een goed begrip. Met andere woorden, vraag het maar aan Zoeloekoning Dingaan : de kennis van de taal lost niet àlle problemen op, maar het is in ieder geval een manier om ernstige moeilijkheden te vermijden. In Vlaanderen Nederlands, of iets populairder : in Vlaanderen Vloms en op St Anneke mosselen met friet.

4. Die slag tussen die enkele voortrekkers en het grote leger van Dingaan, was een mooi bewijs van wat wij zelf ervaren maar ook voor de toekomst in gedachten moeten houden. Tegen een schijnbaar onoverwinnelijke overmacht, tegen een overweldigend aantal van machtige tegenstanders, kunt ge winnen met tactiek, sluwheid en vooral met de kracht van een overtuiging.

5. 16 december heet dus in Zuid Afrika “Geloftedag”. En ik zou van deze dank-toespraak willen gebruik maken, niet enkel om u te bedanken voor zoveel vertrouwen maar ook om bij u een gelofte af te leggen, om u een belofte te doen.

Een hele boel van onze tegenstanders – waaronder zélfs tegenstanders die zich op het Vlaams-nationalisme beroepen- een hele boel van onze tegenstanders permitteren zich om al te dansen op ons graf maar ik kan hen zeggen : hou op! Het is verloren moeite. Het graf is leeg. En het graf blijft leeg. Het Vlaams Belang lééft.

En dus vrienden ik beloof u : ik ben de vierde voorzitter van deze partij, en ik zal proberen die eer waard te zijn, maar ik beloof u nu al dat ik niet de laatste zal zijn. Na mij, komen er nog. Na mij komen er opnieuw overwinningen voor het rechtlijnige nationalisme in Vlaanderen. Na mij is het niet gedaan. Na mij zal het pas beginnen.

Goede Vrienden,

Ik zou in deze danktoespraak ook een bijzondere dank willen uitspreken, niet omdat dat een mooie traditie is maar omdat ik het meen uit de grond van mijn hart- een bijzondere dank willen uitspreken voor mijn voorganger Bruno Valkeniers.

Ik denk niet dat iemand in zo ondankbare omstandigheden voorzitter van een partij is geworden en vooral is gebleven als Bruno, die niet voorzitter werd uit ambitie maar omdat hij sinds de stichting van de partij als basismilitant ter beschikking stond, en omdat wij altijd op hem konden rekenen toen wij hem nodig hadden. Bruno heeft in deze periode van zijn voorzitterschap de eenheid van de partij – met àl zijn inspanningen, daar kan ik echt van getuigen, met àl zijn inspanningen bewaakt en bewaard, en het is geen overdrijving als ik het zo stel, dat het dankzij hem is dat wij hier vandaag nog altijd en opnieuw één eensgezinde partij kùnnen zijn. Bruno is dus voor ons allemaal een historische voorzitter, en hoewel hij nooit de glorie van een verkiezingsoverwinning heeft mogen kennen, en hoewel deze opvolging met enige overdrijving een soort kruisafneming is vandaag, kan ik alleen maar zeggen Bruno, onze dank, de dank van ons allemaal hier is warmer dan de soms kortstondige warmte van de glorie. Dank Bruno.

Ik wil hier vandaag ook danken, allebei mijn tegenkandidaten in deze voorzittersverkiezingen Bart Laeremans en Philip Claeys. Ik kan ze moeilijk bedanken omdàt ze tegenstanders waren, alhoewel, ze hebben daardoor alleen al een totaal vernieuwend elan van openheid en debat hebben gecreëerd in onze partij, maar ik dank hen vooral voor de sportiviteit en de loyauteit waarmee zij zich sinds die partijraad achter de eenheid van onze partij hebben geschaard. Jullie gaven de jongeren een voorbeeld van hoe het moet, dank u Bart, dank u Philip.

Dank zij die verkiezingen heb ik trouwens eindelijk nog eens een verkiezing gewonnen, dat was lang geleden, en ik kan u zeggen, dat smaakt naar nog: ik heb er terug zin in gekregen.

Ik wil hier vandaag zeer zeker ook de jongeren bedanken van onze partij, de nieuwe en de nog nieuwere generaties waarvan er enkelen hier vandaag gesproken hebben. Ik zeg enkelen, want er zijn er gelukkig nog veel meer. Dat doet er mij trouwens aan denken dat ik u allemaal moet danken voor uw geduld. Acht sprekers op een congres, iedereen hield er zijn hart voor vast, maar het is dankzij uw geduld gelukt. Ik wilde dit tot iedere prijs, jongeren op dit podium, niet om mijn leeftijd en mijn grijze haren te verbloemen of te compenseren maar om duidelijk te maken waar het mij om te doen is. Want ik voel dat de idealistische jongeren nu met ons de weg gaan (een weg die niet met rozenblaadjes bestrooid is en die een harde weg zal zijn) ik voel dat jongeren mee op weg willen naar een totale heropstanding van het rechtlijnige nationalisme in Vlaanderen. Wat ik wou tonen is met andere woorden : het is mij niet om mij te doen. Het is mij om hen te doen. Dank u wel jongeren.

Ik wil hier op dit punt ook nog wel even 1 ding duidelijk stellen, ten behoeve van jullie allemaal. We gaan geen verjonging om de verjonging nastreven, net zomin als we perse vernieuwing omwille van de vernieuwing gaan nastreven. Vernieuwing gaan we nastreven omdat alleen diegene die zich vernieuwt en diegene die zich flexibel weet aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden, deel kan uitmaken van de nieuwe tijden. Alleen als we verjongen kunnen we zeker zijn dat niets uit die nieuwe tijden aan onze aandacht zal ontsnappen. En dus zal ik er op toezien dat alle vernieuwing en alle verjonging, dat is niet noodzakelijk hetzelfde, dat alle vernieuwing en alle verjonging uitsluitend zal ingezet worden ter verbetering van onze partij. En dus, ja wij gaan werken aan een andere partij en om dat beeld dan toch maar eens te gebruiken , ja wij gaan proper badwater laten aanrukken maar wij gaan het kind van onze partij, van ons partijprogramma en van de idealen van onze partij, wij gaan dat kind niet met het badwater weggooien.

Wij gaan goede vrienden, al gaan we het dan wel anders doen, niet iets anders doen. Wij worden geen politieke partij van het grote centrum, een groter stuk van de rechterzijde. Wij willen opnieuw het stuk van de voortrekkers, de creatieve rechtlijnige nationalisten in Vlaanderen. Wij willen staan voor een Vlaams nationalisme zonder schijnoplossingen, geen wiggel en geen waggel nationalisme, geen gespleten tong en geen spreidstand, geen naar-de-mond-praterij en geen macht tot iedere prijs. Geen kronkelwegen dus maar rechtlijnigheid. Geen mistgordijnen maar duidelijkheid. Geen mooipraterij maar geloofwaardigheid.

Voor dat Vlaams nationalisme tekenen wij. Voor eerlijkheid en duidelijkheid. En voor mij mogen alle Vlaams-nationalisten doen wat ze willen. Maar ik verzet mij hartsgrondig tegen de gedachte dat het Vlaams nationalisme een eenpartijstaat zou moeten worden. Laat dat –per uitzondering – een terrein zijn waar wij pleiten voor diversiteit, de diversiteit binnen de nationalistische gelederen. Wij als Vlaams Belang gaan onze eigen weg, omdat het een weg is die wij moeten gaan.

Net als de eerste voorzitter van de partij, mijn voorganger, de voortrekker Karel Dillen met zijn medestander zijn weg ging naast de Volksunie, zo zullen wij onze weg gaan naast de 21ste eeuwse variant van de Volksunie omdat die zoveel kenmerken ervan vertoont. Als ik een prominente spreekbuis van wat bij hen – naar aanleiding van de zaak Ceder en de zaak Van Overmeire- de “linkervleugel” is genoemd , als ik Siegfried Bracke op de Franstalige televisie op een dilemma dat hem wordt voorgelegd tussen Valkeniers en Maingain zonder blikken of blozen zie antwoorden “Maingain”, dan wéét ik weer heel sterk en 100 procent zeker waarom ik hier vandaag aan Karel Dillen kan beloven : Gij Karel, gij hebt het rechtlijnige nationalisme tegenover de Volksunie politiek stem gegeven : wij volgen u en niemand anders.

Als ik gisteren de nieuwe burgemeester van Antwerpen in een interview , ons op 1 hoopje zie gooien met de communistische vreemdelingenpartij PVDA en als ik hem zie zeggen –blijkbaar leidt macht altijd meteen tot arrogantie – dat Filip Dewinter weggooien een kwestie van democratische hygiëne is, dan wéét ik weer heel sterk en 100 procent zeker waarom ik hier vandaag sàmen met Filip Dewinter aan Karel Dillen kan beloven: Gij Karel, gij hebt het rechtlijnige nationalisme tegenover de Volksunie politiek stem gegeven : wij volgen u en niemand anders.

En ik ga niet nakaarten over /of blijven hangen in het verleden (tegenslagen zijn als pillen, ge moet daar niet op blijven kauwen, ge moet die gewoon doorslikken) dus ik ga vanaf nu, op de grondvesten die Bruno Valkeniers heeft nagelaten werken aan de toekomst van het Vlaams Belang. Maar nog 1 ding wil ik wel zeggen. Zij die ons verlieten, zij die geen geduld hadden en wegliepen achter de rattenvanger van Hamelen hadden ongelijk…zij hadden ongelijk want zij moesten eenmaal op hun bestemming aangekomen, ter bevestiging van het daar in zwang zijnde cordon sanitaire niet alleen al hun vrienden verloochenen. Zij moesten hun ideeën veranderen en verloochenen, zij moesten veranderen en verloochenen waar ze voor stonden om schepen of soms zelfs om niet eens dàt te kunnen worden. Maar u allemaal, u allemaal die gebleven bent, u hebt een rijkdom die uiterst zeldzaam is in de politiek : u kunt uzelf blijven en samen met ons de partij waar het allemaal mee begonnen is verjongen en vernieuwen, het andere en het nieuwe Vlaams Belang tot het belang van de jeugd en van de toekomst maken. U bent het Vlaams Belang. Ik dank u daarvoor.

Want door bij ons te staan, staat u daar waar de overtuiging en waar het idealisme primeert . Door bij ons te staan verwerpt u de gedachte dat politiek alleen maar gaat over het deelnemen aan de macht of over het niet deelnemen aan de macht. Laat politiek ook wat méér zijn dan dat. Laat politiek ook, in plaats van een vermageringstabel, opnieuw een hart krijgen. Het cordon sanitaire is niet onze uitvinding, en het is niet ons probleem. Tegenover dat cordon sanitaire – dat ik nog altijd als een van de grofste schendingen van de vrijheid en van de vrijheid van meningsuiting beschouw – veel erger dan de grondwet van Mohamed Mursi, plaatsen wij onze unieke kracht : de kracht van een rechtlijnige overtuiging, van onze politieke visie en passie, en plaatsen wij ten behoeve van de Vlamingen de zekerheid dat wij een partij zijn die nooit met een gespleten tong zal spreken, die nooit haar beloften zal verloochenen en die nooit na de verkiezingen iets anders zal zeggen of doen dan wat ze voor de verkiezingen heeft beloofd.

En dus vrienden, laat u niet wijsmaken dat Vlamingen de methodiek van het cordon sanitaire hebben aanvaard. Zij hebben dat niet aanvaard en geloof mij : eens komt de dag dat zij over dat cordon sanitaire de mooie praatjes en de neo-tsjeverijen beu zullen zijn en opnieuw zullen verlangen naar oprechtheid en rechtlijnigheid aan de rechterzijde. En dus tot die tijd spreken wij niet meer over dat onding : het is niet onze uitvinding en het is dus ook niet ons probleem.

Vrienden,

Over de kracht van een overtuiging gesproken. Vlaanderen is een land waar door de voogdij die het Belgisch koninkrijk over Vlaanderen uitoefent een situatie is ontstaan waardoor een illegale vreemdeling 23 keer meer kans maakt om geregulariseerd te worden dan om uitgewezen te worden. In onze gevangenissen zitten 600 veroordeelde illegale Marokkanen waarvan er de laatste jaren 6 – 1 op 100- werden uitgewezen. In mijn thuisstad Antwerpen werden vorig jaar 4000 illegale criminelen opgepakt waarvan er amper 2,4 procent werden teruggestuurd. Al de rest blijft godsjeugdig – of misschien moet ik zeggen Allahjeugdig – hier rondlopen. Ik wil maar zeggen: het is niet met de vrijblijvende inburgeringstrajecten van de Vlaamse regering of met de al even vrijblijvende taalbadjes van de burgemeester van Antwerpen dat wij de immigratieproblemen gaan oplossen. Onze samenleving en onze sociale zekerheid zijn in sneltempo hun kracht en hun draagvlak aan het verliezen.

Er is zeer dringend een immigratiebeleid nodig dat voor nieuwe gelukzoekers een immigratiestop hanteert en dat voor de vreemdelingen in dit land klaar en duidelijk de grenzen en de voorwaarden afpaalt. Eén : illegaliteit wordt niet meer aanvaard. En twee : gij past u aan aan onze wetten en normen of ge kunt uw privéwetten en normen gaan hanteren daar waar die normen en wetten zegevieren of voor mijn part daar waar de wetteloosheid en de normenloosheid zegeviert. De wereld is groot genoeg. Voor zo’n visie op immigratie, een visie die humaan en menselijk is en ook wil zijn, maar die duidelijk en krachtig de toekomst definieert als een toekomst met een Westerse beschaving op Vlaams grondgebied – iedereen voelt het duidelijk – voor zo’n visie is en blijft in Vlaanderen een partij nodig, is en blijft het Vlaams Belang nodig.

Hetzelfde geldt trouwens voor het debat, dat hopelijk de inzet wordt van de volgende verkiezingen, het debat over de toekomst van België.

Aan de ene kant staan daar bijna al de politieke partijen van Vlaanderen te roepen “Confederalisme!”. De Vlamingen weten begot niet wat het is, trouwens ik ook niet, behalve dan dat iedereen er een zogenaamd “eigen invulling” aan geeft. Overigens allemaal zonder dat ze kunnen aantonen dat ze aan de Franstalige overkant partners hebben die er zelfs nog maar aan willen beginnen, nochtans noodzakelijk want alle confederalisten willen België behouden. De confederalisten dus aan de ene kant. En aan de andere kant staat daar, eenzaam maar niet alleen, voortrekker in een gebied waar niemand durft te gaan, de partij die wij -Vlaams Belang- willen zijn, de Onafhankelijkheidspartij van Vlaanderen. Vlaanderen gaat momenteel dus kapot aan zijn eigen gematigdheid op dat vlak, maar onafhankelijkheid is de toekomst.

De Catalanen wijzen de richting. Wie daar laatst – ik heb het verhaal gehoord van Bruno Valkeniers- vlak voor de regionale verkiezingen in het grote voetbalstadion van Barcelona kon horen hoe een paar duizend supporters uit Zaragoza “Eviva Espana” begonnen te zingen, die kon ook horen hoe plots vanuit zowat 80.000 Catalaanse stemmen Espana werd weggeblazen door een gigantisch “Inde- Inde- Independencia “. Dàt is de toekomst. Een kleine maar dappere natie, grijpt haar eigen staat. Een staat die zij aan zij met Rijksnederland, lidstaat wil zijn van een Europese samenwerking en die die niet uit de weg gaat, maar die niet de vazal wil zijn van Eurocratisch centralisme, geen lid wil zijn van de Verhofstadtiaanse eenheidsstaat, en die een propere munt wil in plaats geld en welvaart te zien verdwijnen in het zwarte gat van de euromunt. Een kleine maar dappere staat waar banken zullen moeten leren zich deftig te gedragen. Waar de sociale zekerheid opnieuw sociaal wil zijn in plaats van haar draagkracht – naar het woord van de Antwerpse procureur generaal- te zien ondermijnen door de wilde immigratiepolitiek van de laatste jaren. Een kleine maar dappere staat waar het goed is om te leven. Ook daarvoor, om die droom te dromen, om die droom te durven koesteren, om die droom te durven prediken en over het hele politieke marktplein uit te spreiden, voor zo’n visie is en blijft in Vlaanderen een partij nodig, is en blijft het Vlaams Belang nodig. Stem Vlaanderen vrij! Vlaanderen Onafhankelijk !

Vrienden, het nadeel van wat ik –de afgelopen dagen- over het verschil tussen grimmig en grappig heb gezegd, is dat de meesten van u wellicht gehoopt hadden dat ik hier een soort eindejaarsconférence zou gaan houden en ik besef nu dat het veel en veel te ernstig is geworden al bij al. Ik ben er niet aan ontsnapt.

Het moment is ook ernstig. U hebt mij allemaal beladen met een loodzware plicht, die enkel maar verlicht wordt doordat ik weet dat ik omringd ben door u allemaal, door zoveel trouw en zoveel onverzettelijkheid. Mijn ploeg, mijn nieuwe ploeg, dat bent u allen. Ik heb van de week voor mijn TV, nog eens zitten kijken naar zo’n knutselprogramma. Mijn vrouw en mijn dochters kijken naar kookprogramma’s, ze zijn dan ook in de meerderheid. Ik kijk naar het verbouwprogramma van die jonge Britse architect die de mensen hun huis verbouwt door het eerst leeg te halen en wit te schilderen. Zodat ze een mooi zicht hebben op de ruimte en op 1 van die witte muren maakt George Clarke, zo heet de architect, dan een vaag schetstke van zijn plannen. En ik ben dan altijd ontroerd als die jonge koppels daar dan in dat witgeschilderde huis zie staan met al hun spaarcentjes, bij de ouders en de schoonouders gaan schrapen, nog een extra hypotheek er bovenop bij gepakt. De juwelen van madam en de oldtimer Volkswagen Kever van meneer verkocht. Zij staan daar dan dremmelend bij George en overhandigen hem een cheque. De camera zoemt in, en George vouwt dan voorzichtig de cheque open. Het bedrag dat hij ondanks al de inspanningen van het jonge koppels krijgt is altijd kleiner dan wat George denkt nodig te hebben om de dromen van zijn schetske waar te maken. George kijkt dan altijd met zo’n triestig gezichtje, het hoofd enigszins schuin. Ook de jonge moeder van het koppel houdt haar hoofd enigszins schuin en ze vraagt dan poeslief : “George, wilt ge het toch proberen, wilt ge het doen voor ons…please?” De camera zoemt dan in op George, die een kindergezichtje heeft dat het ergste laat vermoeden maar dan plots George (met een schattige smile op zijn gezicht en met gepaste vioolmuziek op de achtergrond en tranen op de voorgrond) zegt dan : “Ja, hiermee kan ik het doen, voor jullie ga ik het proberen!”. Daaraan heb ik deze week zitten denken – in de wetenschap dat al die verbouwingen van George achteraf goed aflopen – dat ga ik, aan het congres zondag, zeggen : “Ja, hiermee kan ik het doen, voor jullie ga ik het proberen. “

Kortom vrienden : Als u maar 1 ding goed onthoudt en in uw geheugen mee naar huis neemt vandaag We gaan er aan beginnen. We zijn terug vertrokken.

Aan u allemaal : een Zalig Kerstmis en een gelukkig Nieuw Jaar.

Gerolf Annemans
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...