Thuisblijven is geen antwoord

 
Het was weer een bommetje in het circus van politiek en media: zanger Stijn Meuris besliste om in juni niet te gaan stemmen, wegens gedegouteerd van België en zijn politici. Een afkeer waarin ik hem helemaal kan volgen. Maar zijn premissen zitten grondig fout.

Vooreerst: wie is die Stijn Meuris eigenlijk, die met dat defaitistisch statement nu alle krantenkoppen haalt? We kennen hem als een onvervalste Belgische patriot, wiens liedje “Ik hou van jou” dagelijks door het paleis in Laken galmt, als we Koning Albert II mogen geloven. In 2009 was hij een van de bezielers van de Belgavox-concerten, waarin artiesten van diverse pluimage wilden “bijdragen tot het versterken van de solidariteit, de dialoog, het respect, het samenhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België”. Talloze Vlamingen, lang niet allemaal “radicalen” of “extremisten”, hebben zich van dat Belgavox-gedoe gedistantieerd, omdat de neo-unitaristische agenda er een beetje te dik op lag, inbegrepen een warme knipoog naar het koningshuis. Iets wat mij van “progressieve” intellectuelen en kunstenaars steeds weer verbaast, maar soit. Als we even verder doordenken, klopt er van alles niet in het nieuwe foert-gevoel van Meuris en C°. Waren zij niet juist tegen wat zij noemen de foert-partijen, tegen het extremisme (door hen met het “enggeestig” Vlaams-nationalisme geassocieerd) en voor een positieve attitude rond een vrolijk cosmopolitisme op zijn Belgisch?

Er moet dus iets gebroken zijn bij deze oudstrijders, en ik vermoed al wat. Met BHV, en de recente beslissing van een aantal rechters om de komende verkiezingen in de actuele kieskringen als ongrondwettelijk te verklaren, is de vrolijke Bouillon Belge van Stijn en zijn makkers definitief verzuurd. Het feest is uit. Lang, al te lang is de culturele elite in Vlaanderen blijven geloven dat het Belgische verhaal een brede uitkijk op de wereld biedt, en dat elke vorm van autonomisme ons naar de prehistorie voert. Maar nu blijkt het andersom te zijn: de staat die in 1830 het levenslicht zag met een lichtvoetige operette die door Meuris kon zijn geschreven, is ten onder gegaan aan zijn ondraaglijke lichtheid. Ze heeft de democratie zodanig geperfectioneerd dat er geen verkiezingen meer kunnen gehouden worden, ze heeft het institutioneel kader zodanig verfijnd dat een complete politieke klasse dag-in-dag-uit niets anders doet dan vergaderen waarover ze moet vergaderen, belangenconflicten inroepen en alarmbellen laten luiden. Een Belgicist zou van minder depressief worden.

Ik ga hier geen lange geschiedenisles geven, maar men moet weten waar de huidige impasse vandaan komt. Toen de Waalse politicus Jules Destrée in 1912 ter attentie van Albert I de historische woorden neerpende: “Sire, il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands ; il n’y a pas de Belges”, bedoelde hij niét dat de twee gemeenschappen elk hun eigen weg moesten gaan. Integendeel, hij beschrijft verder in zijn brief nauwkeurig hoe de Belgische identiteit moest geconstrueerd worden, als iets dat per definitie halfslachtig is, en getekend door het ongeveer, het compromis, het flou artistique. Daarmee preludeerde de visionaire Destrée eigenlijk al op de fameuze wafelijzerpolitiek, de lange nachten in Hertoginnendal, de deals, de “pacificaties” die aan beide kanten op een totaal verschillende manier worden uitgelegd, het fameuze Belgische compromis met zijn beperkte houdbaarheidsdatum. België is per definitie een bouwval waar het altijd binnenregent en waar iedereen met emmers rondloopt.

Het verbazingwekkende – en in mijn ogen perverse – is nu dat bepaalde intellectuele en artistieke kringen dat paradigma hebben omarmd, en het geïmproviseerde, halfslachtige broddelwerk hebben gezien als iets positief, iets dat wij als een stuk “Belgische identiteit” moeten koesteren, naast de pralines en het bier. Onvermijdelijk werd daar ook het surrealisme bij betrokken,- naar mijn gevoel een schaamteloze usurpatie van een puur artistieke beeldtaal ten behoeve van een staatsideologie. Tot op vandaag – en het ergert me steeds weer -, wordt de Belgische chaos monkelend toegedekt als iets “surrealistisch”, vrolijk, grappig, absurd.

Het pijnlijke voor Stijn Meuris is nu, dat heel het BHV-gekonkel waar hij zo van walgt, als hét ultiem meesterwerk van dat Belgisch surrealisme moet beschouwd worden. Het zit vol dubbele bodems en trompe-l-oeils, iedereen ziet er iets anders, het is een doolhof van intenties, associaties en geruchten, het leest als een werk van Magritte of Delvaux. Zoiets moet hij toch prachtig vinden, als kunstenaar en Belgavox-performer?

Niet dus. Zou het kunnen dat zijn euro eindelijk gevallen is, en dat Meuris en C° inzien dat de vrolijke chaos van het verenigde België een moeras blijkt, op institutioneel, politiek, maatschappelijk, juridisch vlak? Dat kan een pijnlijk ontwaken zijn, maar ook het begin van iets nieuws, het vooruitzicht op een andere staatsvorm, die de surrealistische mythe achter zich laat en écht aan besturen toekomt. Daar willen de heren kunstenaars en intellectuelen echter niet aan beginnen, hier houdt hun revolutionair elan op. Ze gaan dus nog liever thuis zitten kniezen en zich in het politieke defaitisme wentelen, dan op te staan, de rug te rechten en voor een nieuw maatschappelijk project te gaan. In een volgende fase zouden deze teleurgestelde “progressieve” Belgen misschien wel een coup ondersteunen, een drastische restauratie van het Ancien Régime met een vorst die echt regeert,- mij dus niet gezien.

De 40% gewone Vlamingen – en we gaan in juni voluit voor een kantelpunt van 50% – die het Belgische politieke establishment de rug hebben toegekeerd, trekken wél de logische conclusie: de Belgische chaos valt enkel te remediëren met nog meer chaos, dus kunnen we er beter een streep onder trekken. Dat heeft niets te maken met provincialisme of met eilanddenken, integendeel: vandaag zijn we de risée van de internationale gemeenschap, België heeft zijn krediet allang verspeeld op Europees en wereldvlak, afgezien dan van de pralines en Manneken Pis. Ik zou dus graag hebben dat Meuris en C° zich eens wat constructiever en politiek meer bewust opstellen. Thuisblijven is geen optie. Wie echt de democratie is toegenegen, kan nu zijn stem gebruiken om het degoutante verhaal van pappen-en-nathouden definitief naar de geschiedenisboeken te verwijzen. We zijn aan een nieuw paradigma toe, dat mijn partij en ikzelf zonder omwegen als Vlaams-republikeins omschrijven. Een new deal met een andere bestuurscultuur, meer democratie, meer rechtvaardigheid, meer sociale billijkheid, meer freedom of speech.

Als voorzitter van Vlaanderens grootste oppositiepartij zeg ik niet dat iedereen Vlaams Belang moet stemmen, al zou ik dat natuurlijk wel willen. Laat de boodschap gewoonweg deze zijn: wie het systeem, zoals het reilt en zeilt, grondig beu is, moet zijn democratische macht als burger gebruiken om dat systeem te contesteren. Men heeft de leiders die men verdient en de politici die men kiest. Wat belet Meuris om eens een echte, radicale, “extremistische” proteststem uit te brengen? Of heeft hij, uit opportunisme, al die tijd steeds braafjes het bolletje gekleurd van een partij die ook de vetpotten van de kunstensibsidies beheert? Neen toch, mag ik hopen? De mensen zijn het beu en snakken naar iets anders. Zij die wél gaan stemmen, zullen bepalen hoe dat “andere” er moet uitzien. Misschien wordt kiezen dan terug iets opwindend, iets om naar uit te kijken.

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...