Schepencollege zonder begroting…

Gisteravond – 16 december – hekelde fractievoorzitter Paul Meeus scherp het schepencollege dat er maar niet in slaagt een deugdelijke begroting voor 2010 voor te leggen. U vindt hieronder zijn niet mis te verstane toespraak.


Mijnheer de burgemeester,


Dames en heren schepenen,


Collega’s,


Als op de dag dat normaal gezien de begroting zou moeten worden goedgekeurd, gevraagd wordt om voorlopige kredieten goed te keuren voor de volgende drie maanden, dan is er iets mis.  Ik kom daar dadelijk op terug, want vooraf wil ik voor alle duidelijkheid stellen dat onze fractie uiteraard die kredieten zal goedkeuren, al was het maar als signaal naar onze personeelsleden dat zij niet de dupe zullen zijn van het uitblijven van een begroting, maar loon naar werken zullen blijven krijgen, ook op het moment dat het bestuur nog niet weet hoe het de begrotingsknoop kan ontwarren.


Er is dus iets mis, zoveel is duidelijk. Al vele weken zijn er binnen het college gesprekken aan de gang, maar nog steeds leidden die niet tot een evenwichtig resultaat. Vorige gemeenteraad probeerde de schepen van Financiën ons nog te sussen en wijs te maken dat men ‘goed bezig’ was. Er moest nog wat gestudeerd en bestudeerd worden en er moesten nog een aantal knopen doorgehakt worden. Zo simpel zou het zijn. We moesten ons geen zorgen maken. Het was louter maar en kwestie van nog wat meer tijd. Maar in de wandelgangen hoort men andere taal. Gefrustreerde schepenen en andere leden van de meerderheid klagen steen en been en luchten hun hart over de impasse waarin men zit. En erger nog: over de vraag hoe men daar ooit uit moet geraken. Uit hun ergernis is duidelijk op te maken dat deze coalitie een huwelijk zonder liefde is, maar een soort zakelijk contract dat in de praktijk eerder lijkt op een noodgedwongen LAT-relatie. Klaarblijkelijk kunnen geen belangrijke keuzes gemaakt worden in het kader van een gezond financieel huishouden van de stad. Blijkbaar moeten de megaprojecten en laat ik het noemen de ‘persoonlijke trofeeën’ van een aantal schepenen onverminderd doorgang vinden en binnengehaald worden, waarbij men elkaar geen millimeter speelruimte laat en rauw zijn aandeel uit de stadskas eist. Profileringsdrang en eigengereidheid krijgen voorrang op goed en evenwichtig bestuur dat als norm de ‘haalbaarheid’ en de betaalbaarheid zou moeten dragen.


Collega’s, het kan in die omstandigheden dan toch niet verbazen dat een en ander politieke frustratie opwekt, die ik hier vanuit onze invalshoek verwoord.


Met het magische jaar 2012 voor ogen waarin Turnhout de culturele hoofdstad van Vlaanderen moet worden, wil men koste wat het kost de stad een ander uitzicht geven met spectaculaire, maar dure bouwprojecten. Op zich is er niks tegen op nieuwe projecten en we zijn als oppositiepartij zelfs bereid een heel eind mee te denken te gaan, maar moeten we ons als goede bestuurders niet de vraag stellen of daar altijd wel geld voor is, zeker als ook van aan de andere kant van de stad om veel meer geld dan voorheen wordt geroepen?! Ik heb het dan over het OCMW waar dezelfde meerderheid het moeilijk heeft met samenleven met elkaar en met het in elkaar boksen van een begroting.


Het is duidelijk dat enkele schepenen een of meerdere grote projecten claimen als hun ‘persoonlijk ding’. Denken we maar aan het peperdure fuifzaaltje, de Noordboulevard, de Grote Markt, Turnova en het innovatiepark, het stedelijk plateau. U kunt er gemakkelijk de namen zelf bij invullen.  Sommigen willen willens nillens en vaak tegen beter weten in een en ander op hun palmares schrijven, vooral tegen 2012, het grote culturele feestjaar, maar ook het jaar waarin de Turnhoutse kiezer in de kieslokalen wordt verwacht. Het valt evenwel af te wachten of de burger het allemaal wel zal weten te appreciëren.


Vorig jaar spiegelde men ons nog voor dat het overdragen van de Warande aan het provinciebestuur ons een zak geld zou opleveren waarmee  zo zorgvuldig mogelijk zou worden omgegaan. Vorig jaar zei ik daar tijdens de begrotingsbesprekingen het volgende over: “Die euforie zal snel gedempt worden door de kostprijs van een aantal projecten die uiteindelijk veel meer zullen gaan kosten dan werd beloofd. We denken daarbij aan de fuifzaal. Ook de kostprijs van de academies zal uiteindelijk wel veel meer bedragen dan werd voorzien, als men daar al een bedrag op kan plakken.” In alle bescheidenheid denk ik dat dit geen plat populisme kan  genoemd worden, maar dat het harde werkelijkheid is. En waarom zouden we de fuifzaal niet nog even op “on hold” zetten, nu het nog kan en waardoor er weer wat financiële zuurstof kan binnenstromen?


O ja, er zijn ook ijverige schepenen, in de goede zin van het woord, die het geld van de gemeenschap ook in functie van de gemeenschap aanwenden. Onder het motto ‘als het goed is, zeggen we het ook’, denken we zo – eens te meer overigens – aan de schepen van sociale zaken die als een ijverige woelmuis in alle stilte en zonder al te veel poeha zijn ding met intelligentie en dossierkennis doet. Denken we maar aan realisaties in de buitenschoolse kinderopvang, zowel voor wat de werking als de materiële omkadering betreft. Of de afschaffing van de onderhoudsbijdragen voor ouderen. Als de spreekwoordelijke uitzondering op de regel slaagt hij bovendien in het objectiveren van de toelagen en retributies in zijn beleidsdomein. Ook de schepen van milieu en burgerzaken doet met kennis van zaken wat moet gedaan worden en dat kan beslist geapprecieerd worden.


Ondertussen drammen anderen dus dapper door en slaagt de schepen van Financiën er niet in wat begrotingsdiscipline te eisen en financiële grenzen te trekken. Ook de burgemeester laveert brandjesblussend tussen de hakketakkende troepen en de meningsverschillen in de rangen. En tot overmaat van ramp is er nog het drama van het stedelijk zwembad waar iedereen naar iedereen lijkt te wijzen, maar waarvan uiteindelijk de Turnhoutse burger de betalende pineut is. Als oppositie kijken wij met ontzetting toe hoeveel euro’s hier al verloren zijn gegaan en beangstigend is ons besef dat deze stille wateren ons nog vele, vele euro’s gaan kosten. Het deficit van een totaal niet functionerend zwembad – niettegenstaande de hooggewaardeerde inzet van het personeel ter plaatse – is een schoolvoorbeeld voor het gemis aan visie van dit schepencollege.


En in gans deze moerlemeie staan daar dan de burger enerzijds en de grote groep oppositieleden van deze gemeenteraad anderzijds met vele onbeantwoorde vragen over tal van onderwerpen die hen bezighouden. Er wordt gesmeekt naar antwoorden op ernstige, goed overwogen en voor de hand liggende vragen. Goede communicatie blijft evenwel uit en sommige vragen moeten tot in den treure herhaald worden alvorens er nog maar een tipje van de sluier wordt opgelicht. Veelal wordt rond de pot gedraaid en worden antwoorden gegeven waarmee men alle kanten uitkan, maar waarmee de vraagsteller flink in de kou blijft staan. De veelvuldige vragen aan en vooral de aard van de antwoorden van de schepen van ruimtelijke ordening en mobiliteit mogen hiervoor als droevig model staan. Hoe vaak zijn we al niet door hem met een kluitje in het riet gestuurd? De jonge dynamische schepen van weleer is niet meer. Ik zei het hem al eens persoonlijk dat hij niet alleen erg veranderd is sinds hij uit de oppositie stapte en ging samentroepen met de jarenlange tegenstrever die hij ooit kritisch en onbevangen bestreed. Mijns inziens lijdt hij aan een soort politiek Stockholmsyndroom. Want hij slaagt er ondertussen in al veel betere tsjevenantwoorden te geven dan zijn coalitiepartners zelf.


Ik rond af. Ik was begonnen over de centen die er niet zijn en over hoe het komt dat die er niet of nog niet zijn. Eens te meer hoop ik op het gezond verstand en het maken van prioritaire keuzes. De Turnhoutse bevolking verdient dat, want zij doet aardig mee haar duit in het zakje, waarvan zij verwacht dat die goed beheerd en besteed wordt. Ik durf hopen dat na de donkere dagen ook het licht mag dagen in het cenakel van  het schepencollege opdat de persoonlijke glorie van een aantal schepenen mag plaats maken voor het algemeen belang van alle Turnhoutenaren. En dat er dus een deugdelijke begroting kan voorgelegd worden. Wij houden ons hart vast.


Collega’s, het moest mij allemaal even van het hart. Een leuke, dankbare nieuwjaarsbrief is het niet geworden. Het spijt me. Maar die kan het college ons helaas ook niet voorleggen.


 


                                                                                               


 

Paul Meeus
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...