‘Revolutie’ of flop?

Het woord ‘historisch’ wordt vaak te pas en onpas gebezigd, maar is zonder enige twijfel toch wel van toepassing op de verkiezingsuitslag van zondag 13 juni. Ooit was de CVP in Vlaanderen goed voor 40 % van de stemmen, nu duikelde de partij ver weg onder de magische 20 %-grens. CD&V werd dan ook zwaar afgestraft voor 3 jaar politieke stilstand en onmacht, een onwaarschijnlijk brokkenparcours op justitie en financiën, de gebroken beloftes op zowat elk domein en het uitblijven van iets wat ook maar van ver op het ‘goed bestuur’ lijkt dat Yves Leterme in vooruitzicht had gesteld.

Grote winnaar van de meer dan ooit door de media gedomineerde verkiezingen is de N-VA. Daarmee lijkt Bart De Wever nu de oogst binnen te halen van de Vlaamse autonomiegedachte die het Vlaams Blok en later Vlaams Belang vele jaren lang gezaaid heeft. Dat levert een beetje een wrang gevoel op, maar als Vlaams-nationalisten kunnen we alleen maar blij zijn met de zwart-gele overwinning van 13 juni. Uiteraard hadden we liever gehad dat onze partij beloond werd voor haar standvastigheid en rechtlijnigheid, maar de kiezer heeft er anders over beslist. Partijraad en partijbestuur zullen zich ook de komende weken buigen over de tegenvallende resultaten om daaruit de nodige conclusies te trekken. Het komt erop aan onze visietekst met nog meer kracht uit te dragen en de hervormingen van de partij, die eind vorig jaar door de partijraad werden goedgekeurd, versneld door te voeren. Wij hebben een aantrekkelijk toekomstproject: goed bestuur in een veilig, welvarend en onafhankelijk Vlaanderen met behoud van onze eigen identiteit. Niet over 10 of 20 jaar, maar zo snel mogelijk. Daar kùnnen en moéten wij het verschil maken met die andere Vlaams-nationale partij. Vandaag zijn wij terug de zweeppartij die wij vroeger waren en in die positie zijn wij groot geworden. Op 13 juni kregen we een klap, maar de strijd is niet verloren. We moeten weer rechtstaan, schouder aan schouder, want Vlaanderen heeft een partij als het Vlaams Belang meer dan ooit nodig.

Voor het eerst in de Belgische geschiedenis behalen de staatsdragende en –behoudende partijen (christendemocraten, liberalen en socialisten) in Vlaanderen geen meerderheid meer. Neem van ons aan dat dit in Laken en de Belgische salons voor slapeloze nachten heeft gezorgd. Ook in de buitenlandse pers maken ze de rekensom: N-VA, Vlaams Belang en LDD zijn samen goed voor 45 % van de stemmen. “De verkiezingen hebben de kloof tussen Vlamingen en Walen dieper gemaakt”, luidde het in de ‘Frankfurter Algemeine’. Het Franse ‘Le Monde’ poetste de bekende titel ‘Bye Bye Belgium’ op. Het einde van België nadert, geven meer en meer buitenlandse waarnemers aan. Maar misschien loopt het allemaal niet zo’n vaart. Bart De Wever is aan zet. En wat nu? Dat is de hamvraag: wat doen Bart De Wever en de N-VA met die honderdduizenden stemmen en wordt Vlaanderen er beter van?

Confederalisme?

De onvoorwaardelijke splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Vlaamse pensioenen als de aanzet voor de splitsing van de sociale zekerheid. De afslanking of zo mogelijk zelfs de afschaffing van Brussel als derde gewest. Het verlanglijstje van Bart De Wever oogt aantrekkelijk en indrukwekkend. Maar dat waren de verkiezingsbeloftes waarmee Yves Leterme in 2007 de verkiezingen won ook. De N-VA belooft nu een ‘Copernicaanse revolutie’ waarbij de macht en de bevoegdheden grotendeels overgeheveld worden naar de deelstaten. Maar confederalisme is een containerbegrip geworden. Zowat iedereen is er nu voor: de N-VA is voor, CD&V en VLD zijn officieel voor, zelfs de Franstaligen zijn opeens voor, maar ze willen allemaal iets anders. Dus rijst de vraag: stél dat we naar een confederaal model gaan, welk confederalisme krijgen we dan? Dat van Bart De Wever, dat van Marianne Thyssen of Alexander De Croo, of dat van Elio Di Rupo?

Bart De Wever werd onlangs in een Franstalige krant afgebeeld als een Japanse sumo-worstelaar, maar hij zal toch veel spek moeten eten en al zijn gewicht in de weegschaal moeten werpen om de zaken in beweging te krijgen, ook aan Vlaamse kant… Op de vraag welke bevoegdheden Vlaanderen mag krijgen, drukten zijn Vlaamse (?) collega-partijvoorzitters (Thyssen, Gennez en De Croo) aan de vooravond van de verkiezingen meteen alle illusies de kop in. Vlaamse pensioenen? ‘Niks van’, ‘waar haal je het?’ Géén defensie, géén justitie, géén buitenlandse handel. ‘Aan de fameuze ‘interpersoonlijke solidariteit’ (de unitaire sociale zekerheid en de beruchte miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië) mag niet geraakt worden.’ En dan hebben we het nog niet eens over de Franstaligen die straks aan de onderhandelingstafel zitten en de lat heel hoog hebben gelegd (de benoeming van incivieke Franstalige burgemeesters in de Vlaamse rand, de uitbreiding van Brussel en een ‘corridor’ die Brussel geografisch loswrikt uit Vlaanderen, de aanpassing van de taalgrens enzovoort enzoverder )

Di Rupo for president?

Misschien is het een meesterlijke strategische zet van Bart De Wever om Elio Di Rupo de sleutels van de Wetstraat 16 aan te bieden. Als Di Rupo premier wordt, moet hij de kastanjes uit het vuur halen en de Franstaligen tot toegevingen dwingen. Maar of je met die stroop van het premierschap (Franstalige) vliegen kan vangen, is lang niet zeker. Het is een gewaagde gok en ook wel een merkwaardige bocht van een partij die bij vorige verkiezingen nog stemmen ronselde met de niet mis te verstane oproep “Laat Vlaanderen niet verst(r)ikken”. Een affiche die na de verkiezingen van 13 juni 2010 in allerijl overal werd weggehaald.

“Wie had kunnen bevroeden dat koning Albert de republikein Bart De Wever vier dagen na de verkiezingen zou aanstellen als informateur? Wie had een week geleden durven voorspellen dat de Vlaams-nationale rebel die geen belastingverhogingen wil nu België probeert te redden door het pad te effenen voor premier Elio Di Rupo, een Franstalige socialist die de begroting wil saneren door geld uit te geven?”, schrijft Bart Haeck in De Tijd (19.06.10). Die analyse legt haarscherp de contradicties bloot en de quasi onoverbrugbare kloof tussen de Vlaamse en Waalse verzuchtingen en de aspiraties van De Wever en Di Rupo.

Gaan we echt naar confederalisme en welk confederalisme is dat dan? Is het een springplank naar de Vlaamse onafhankelijkheid? Of is het een ‘eindstation’, de laatste vluchtheuvel voor België, de gammele roestbak die bij de laatste keuring een rode kaart opliep en eigenlijk naar het autokerkhof moet?

Waakhond en bondgenoot

Al op de verkiezingsavond zelf hebben we Bart De Wever en de N-VA van harte gefeliciteerd en onze hand uitgestoken. Vandaag doen we dat nogmaals. Als hij en de zijnen fundamentele stappen zetten naar Vlaamse autonomie of onafhankelijkheid, zullen ze in ons een loyale bondgenoot vinden.

We gunnen Bart voorlopig het voordeel van de twijfel, maar de eerste tekenen zijn niet hoopvol of geruststellend. Franstalige politici en de Franstalige pers zijn dezer dagen wel opvallend mild over Bart De Wever. Ook dat voorspelt – denk maar aan Yves Leterme – niet veel goeds. “Door zijn hoge score bij de verkiezingen is Bart De Wever zich nu bewust van zijn verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid is kiezen voor onderhandelingen. En onderhandelen betekent toegeven”, klinkt het bij de Franstaligen.

Dat is ook de teneur in de Vlaamse pers, waar Belgisch ‘staatsmanschap’ automatisch het verloochenen van partijprogramma’s en principes en het breken van Vlaamse verkiezingsbeloftes betekent. Dat de pers met die houding zèlf ook een aardig steentje heeft bijgedragen in de gigantische vertrouwensbreuk tussen de traditionele partijen en de kiezers, is in de redactielokalen nog niet doorgedrongen.

‘Leterme heeft de juiste toon gevonden’ klonk het aan Franstalige kant, nadat ze bijna twee jaar op hem hadden ingebeukt en hij als een lammetje door de knieën ging. Misschien heeft Bart De Wever nu al ‘de juiste toon’ gevonden? De altijd kritische blogger Filip van Laenen schetst een beklemmend beeld van de immense metamorfose die de N-VA de voorbije jaren en vooral maanden doormaakte: van radicale zweeppartij naar Belgische machtspartij. Van een partij die zwoer bij de Maddens-doctrine naar een partij die zweert bij onderhandelingen. Van het separatisme uit de beginjaren, naar het mistige confederalisme en de zelfverdamping van België in de Europese Unie.

“Dat partijvoorzitter Bart De Wever inging op de uitnodiging van het paleis hoeft niet te verbazen”, aldus Van Laenen, “maar dat hij zich als republikein hield aan het zogenaamde ‘colloque singulier’ – de zwijgplicht over gesprekken met de koning – was toch wel opmerkelijk. Als er in België één ding in aanmerking komt voor wat verandering (‘nu durven veranderen’, nietwaar?) dan toch wel de koninklijke poppenkast in Laken en de manier waarop politici daarin meespelen.”

“Ik zal wel niet de enige zijn die toch wat gemengde gevoelens heeft rond het feit dat De Wever voor rekening van Di Rupo rijdt”, stelt van Laenen nog. “En dus ook voor Joëlle Milquet, want de enige andere partij naast N-VA en PS die al zeker lijkt te zijn van een toegangsticketje tot de volgende federale regering is inderdaad… de cdH.” En, hij besluit: “Vermoedelijk vraagt meer dan één N-VA-kiezer zich (nu al…) af of dat werkelijk de verandering was waar hij of zij voor gestemd heeft…”

We hopen dat Van Laenen en wij ons vergissen, want de Vlaamse kiezer werd de voorbije jaren al genoeg gerold. Eerst door ‘modelstaat’-Verhofstadt en nadien door ‘goed bestuur’ en ‘staatshervorming’-Leterme. Sluit ‘confederalist’ Bart De Wever zich straks aan in het illustere rijtje van illusionisten?

Tijdverlies

Misschien zijn alle gesprekken om de brokken te lijmen en de Belgische meubels te redden alleen maar tijdverlies. Zelfs met de beste plastische chirurg, een facelift, borstimplantaten en liposuctie wint België straks geen schoonheidswedstrijd. Het Tsjechoslowaakse scenario lonkt en – met de woorden van Mark Grammens (Journaal, 17.06.10) – straks zal men niet meer begrijpen “hoe het komt dat het zo lang heeft moeten duren voordat men wist dat partijen (zoals nu N-VA en PS) die zo fundamenteel verschillen over alles, eigenlijk niet samen een kabinet behoren te vormen.” Misschien hebben de partijen – zowel in het Noorden als in het Zuiden van het land – dan toch nog altijd niet de lessen getrokken uit deze verkiezingen, want – zoals ook Grammens vaststelt – “een stembusuitslag die een totaal verschillend resultaat geeft in de twee deelstaten, is op zichzelf al een referendum voor de splitsing van het land.” Misschien krijgt het Vlaams Belang sneller gelijk dan onze tegenstanders in pers en politiek denken. De Belgische boedelscheiding en Vlaamse onafhankelijkheid zijn onafwendbaar.

Bruno Valkeniers

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...