PS-JUSTITIE

Heksenjacht

De Franstalige socialisten sleepten na de verkiezingen van 1999 het ministerie van Justitie in de wacht. Marc Verwilghen, de VLD-minister die als voorzitter van de commissie Dutroux nog hoge verwachtingen had gewekt, kon die als minister nooit waarmaken. Niet alleen omdat zijn populariteit de tomeloze jaloezie en afgunst had opgewekt van Verhofstadt, De Gucht en andere VLD-tenoren, maar vooral omdat zijn hervormingsplannen meermaals frontaal in botsing kwamen met de visie van de Parti Socialiste. Dat de door zijn partij schaamteloos in de steek gelaten en uitgebluste Verwilghen niet in aanmerking kwam voor een tweede ambtstermijn op Justitie was al voor de verkiezingen een uitgemaakte zaak. Laurette Onkelinx kaapte het felbegeerde en zwaarwegende ministerie weg. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten.

Het is geen toeval dat onder de impuls van de Parti Socialiste de juridische heksenjacht tegen Vlaamsnationalisten en andersdenkenden aanzienlijk werd opgevoerd. Met de uitbreiding en correctionalisering van de racisme-wet, met maar één doel: de veroordeling en het feitelijke verbod van het Vlaams Blok. Met de antidiscriminatiewet. En vrij recent nog, met de droogleggingswet. Een wet die – zoals u allen weet – niét werd gestemd om corrupte partijen van hun overheidsgeld te beroven, maar om een succesvolle partij die pleit voor Vlaamse onafhankelijkheid en die kritische vragen stelt bij de multiculturele samenleving financieel te wurgen.

Laksheid troef

In schril contrast met de verbetenheid waarmee Onkelinx en de Parti Socialiste de vrije meningsuiting aan banden leggen, staat de laffe laksheid in zowat alle juridische dossiers en knelpunten en in de aanpak van de criminaliteit. Van de boycot van het snelrecht, de regeling voor spijtoptanten en het jeugdsanctierecht tot de met vlotte haast doorgedrukte regularisatie van illegalen, de beruchte snel-Belg-wet en het vreemdelingenstemrecht.

Over die snel-Belg-wet zijn àlle Vlaamse partijen het er intussen over eens dat het een draak van een wet is, die zo snel mogelijk afgeschaft, herzien of aanzienlijk strenger moet worden.
Maar de PS wil daar niet van weten en – hoeft het nog gezegd – de wil van de PS is wet in dit land.

Dat het fameuze inburgeringsbeleid van de Vlaamse regering een dode mus is, of een lege doos, mag weer voor een flink stuk op rekening van Laurette Onkelinx geschreven worden. Zij belet dat de parketten effectief ingrijpen als nieuwkomers feestelijk bedanken voor de integratie. Het was ook Laurette Onkelinx die koppig weigerde op te treden toen uit een rapport van de Staatsveiligheid bleek dat de zogenaamde Moslimexecutieve grotendeels geïnfiltreerd of zelfs gestuurd werd door moslimextremisten en fundamentalisten. De Parti Socialiste verzet zich nog altijd koppig tegen scherpe controles. Een al te streng en doortastend ingrijpen zou wel eens slecht kunnen vallen in allochtone kringen en die vormen voor de PS – ook en vooral in Brussel – een belangrijke electorale visvijver. Niet voor niets werden moslims in een aantal moskeeën opgeroepen bij verkiezingen voor de PS te stemmen. In ruil voor enkele duizenden of tienduizenden stemmen knijpt Vrouwe Justitia – Laurette Onkelinx – graag een oogje dicht.

Open deur

Alsof het bovenstaande allemaal nog niet erg genoeg is, besliste Onkelinx zopas dat alle gedetineerden met ‘lichte straffen’ voortaan nog sneller zullen vrijgelaten worden.
Vergis u niet: met ‘lichte straffen’ worden hier straffen bedoeld tot en met drie jaar.
Voor alle duidelijkheid: dat zijn dus geen kruimeldiefstallen. Wie vandaag veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar, moet al haast een moord begaan hebben.

Wie veroordeeld wordt tot zes maanden, moet geen dag meer de cel in. Een veroordeling van zeven maanden, levert nog één maand effectief op. Wie acht maanden krijgt, zit twee maanden achter de tralies en een straf van een jaar wordt automatisch teruggebracht tot drie maanden. Straffen van één tot drie jaar worden allemaal teruggebracht tot een derde, ook voor criminelen die al eerder een veroordeling opliepen. Laurette Onkelinx liet een en ander weten in een ministeriële omzendbrief. Het algemene klimaat van straffeloosheid, krijgt met andere woorden nog eens de officiële handtekening van de minister. Dit is niet alleen onbegrijpelijk, maar zonder meer wraakroepend.

Het nijpende gebrek aan gevangeniscellen is een oud zeer in ons land. België telt 9.500 gevangenen en maar 7.200 cellen. Dat probleem is niet van gisteren. Het is aan de politiek om daar iets aan te doen, dachten wij. “Onkelinx weigert nieuwe gevangenissen te bouwen en voert daarvoor alle drogredenen aan die al tien jaar gebruikt worden. Als er decennia na mekaar meer gevangenen zijn dan cellen, moéten er gevangenissen bijgebouwd worden. Een minister van Justitie die dat niet wil, verzaakt aan haar plicht”, merkt Guy Tegenbos terecht op in De Standaard. Misdadig plichtsverzuim, jawel. En het bewijs dat Onkelinx niet de juiste persoon op de juiste plaats is, niet de minister die Justitie nodig heeft.

Fout signaal

De omzendbrief van Laurette Onkelinx is een schandelijk fout signaal. Aan de rechters die voor de gek worden gehouden. Want gerechtelijke vonnissen worden met één pennetrek van de minister van tafel geveegd. Aan de politie. Want waarom zou een politieman op het terrein nog veel moeite doen of in sommige gevallen zijn eigen leven op het spel zetten om criminelen bij de lurven te pakken? Nu al viert de demotivatie hoogtij: “Wij van de politie pakken ze op, en het gerecht laat ze toch weer los”. De omzendbrief van Onkelinx versterkt dat beeld nog dramatisch. Waarom nog straatschuimers van de straat plukken? Ze krijgen toch minder dan zes maanden en dus hoeven ze geen dag in de nor. Een slecht signaal aan de criminelen. Die lachen nu al vaak agenten én rechters uit in hun gezicht. De pret kan straks helemaal niet meer op. En een slecht signaal aan de burger. Want wat zeg je tegen de slachtoffers? Handtas gestolen, of voor niets in mekaar geslagen? Pech hoor, maar voor zo’n ‘prul’ gaan we iemand echt niet meer opsluiten … Wat moet de weerloze burger die het slachtoffer werd van een misdrijf dan? Het recht in eigen hand nemen? Geen aantrekkelijke optie, als je het ons vraagt. Maar wat doe je als de overheid zijn verdomde plicht weigert na te komen?

Mei ‘68

Laat het duidelijk zijn: wij kiezen niet voor een lynchjustitie of middeleeuwse toestanden in de gevangenissen. De verdachte en de veroordeelde heeft rechten, maar dat hebben de slachtoffers en de samenleving ook. De samenleving heeft het recht zich te wapenen tegen criminelen.

De gestrengheid waarmee politiek en gerecht vandaag optreden tegen al wie zondigt tegen de nieuwe, strenge verkeerswet steekt ook schril af tegen de fluwelen handschoenen waarmee crimineel gespuis wordt aangepakt. De voorstanders van draconische boetes in het verkeer, van een flitspaal in elke straat en van de nultolerantie in het verkeer, ontpoppen zich als hardste tegenstanders van een nultolerantie tegen criminaliteit. Geen pardon voor iemand die 10 kilometer per uur te snel rijdt, maar wie voor de tweede, derde of vierde keer een handtasdiefstal of overval pleegt, laten we gewoon weer los. Hier klopt iets niet. Een harde aanpak van de criminaliteit werkt niet, klinkt het dan. ‘Geen enkele crimineel wordt beter van een verblijf in de gevangenis’. Dat zou kunnen, maar is er een alternatief? En als dat er is, is dat dan ook beter? Het lijkt ons eerlijk gezegd nogal onwaarschijnlijk dat de samenleving er beter van wordt als we misdadigers zonder straf terug op de maatschappij loslaten.

De politieke laksheid in de aanpak van de criminaliteit vindt zijn wortels in mei ’68. In de ogen van de erfgenamen van ’68, is de crimineel zèlf het ‘slachtoffer van de maatschappij’. Een standpunt dat heel het justitiebeleid van de Parti Socialiste uitademt. In Vlaanderen daarentegen is de grote meerderheid van politiek en publieke opinie van mening dat het individu zélf verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Ja, een veroordeelde heeft recht op een tweede kans. Maar, wie zich bezondigt aan criminaliteit moet daar de gevolgen van dragen. En wie al eens veroordeeld werd, moet niet op bijster veel begrip of mededogen meer rekenen.

“De verdienste van deze rondzendbrief is dat hij de burgers duidelijk maakt hoe erg justitie faalt en hoe de politieke overheid zich daar gewoon bij neerlegt. Het is een ware schande”, aldus Guy Tegenbos nog. Inderdaad. De rondzendbrief maakt ook nog eens duidelijk welke gigantische kloof er gaapt tussen standpunten in Vlaanderen en die in Wallonië. Ook dat is reden genoeg om Justitie te splitsen, of beter nog, de Vlaamse onafhankelijkheid te eisen. Omdat Vlamingen recht hebben op een streng en efficiënt justitiebeleid. Omdat wij het recht hebben om zelf ons beleid uit te stippelen en te bepalen hoe wij criminaliteit willen aanpakken, bevrijd van Waalse veto’s en dogma’s. En, omdat een Waalse justitieminister onze veiligheid en gezondheid schaadt.

Frank Vanhecke
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...