Nieuwjaarsboodschap Vlaams Belang

Dames en Heren,
Vlaamse vrienden,

2008 wordt een belangrijk jaar voor het Vlaams Belang, een jaar met enkele uitdagingen en met een paar hordes die we moeten nemen, maar een jaar ook met heel veel mogelijkheden en heel veel kansen en heel veel mogelijkheden om onze partij eensgezind en sterk en met alle kansen op succes naar dat verkiezingsjaar 2009 te loodsen. Ik denk dat U van mij weet dat grootspraak aan mij niet besteed is en dat ik van nature bovendien een (weliswaar vrolijke) pessimist ben maar toch zeg ik en bevestig ik dat de zaken er voor alles waar we in geloven goed voorstaan.

Er zijn politieke waarnemers die beweren dat het Vlaams Belang zijn beste tijd gehad heeft. Met alle respect gezegd, ze zijn van slechte wil, of ze hebben er niets van begrepen, of ze beseffen niet dat het Vlaams Belang een zeer bijzondere partij is, anders dan alle andere. Bij de verkiezingen van 2007 hebben wij in onwaarschijnlijke omstandigheden, zonder één politieke meevaller, met de handicap van opzettelijk gemanipuleerde “kanseliersverkiezingen”, met concurrentie op populistisch rechts, met de tsunami van de Leterme-mania en met de Vlaamsgezinde zogenaamd “nuttige stem”voor het zogenaamde Vlaams Kartel in ons nadeel, niet enkel stand gehouden maar zelfs met dicht tegen de 20% nog gewonnen in vergelijking met de vorige Kamer- en Senaatsverkiezingen. We zijn een goed georganiseerde partij met ongeveer 1200 verkozen mandatarissen op alle politieke niveaus, met afdelingswerking in alle uithoeken van Vlaanderen. Wij zijn een partij die als geen andere kan rekenen op een menselijk kapitaal van onbaatzuchtige inzet en trouw, zowel van kiezers als van militanten. En bovenal: we beschikken over een programma en we profileren ons op thema’s die de komende jaren alleen maar prangender en actueler zullen worden. Vooral dat laatste is van belang. Het is immers merkwaardig dat onze vele tegenstanders zich voorbarig vrolijk maken omdat we vorig jaar niet de historische score van 2004 evenaarden, terwijl het toch zonneklaar zou moeten zijn dat wij met de definitieve doorbraak van de Vlaamse onafhankelijkheidsgedachte eigenlijk letterlijk geschiedenis aan het schrijven zijn.

Het zijn onze thema’s die de politiek in dit land en zelfs in Europa de komende jaren zullen beheersen. Dat geldt zeker voor het vreemdelingenthema, voor de identitaire strijd, voor onze afweer tegen d e opmars van een onverdraagzame en totalitaire islam. Dat geldt dezer dagen actueler dan ooit voor ons communautair standpunt. België kan niet meer behoorlijk bestuurd worden omdat Vlaanderen en Wallonië nu eenmaal twee verschillende naties geworden zijn. De analyse en de oplossing van de Vlaamse onafhankelijkheid die wij decennia lang alleen en tegen alles en iedereen uitdroegen kan men nog uitstellen en tijdelijk tegenhouden met lapmiddelen en met chantage en met een regen van barontitels, maar uiteindelijk komt het er toch van. Het failliet van het Belgische model is onafwendbaar omdat België enkel kan bestaan door het geven en toegeven van de Vlamingen. Maar nu de Vlaamse publieke opinie van langsom minder volgzaam blijkt, luiden de doodsklokken voor België. Dat de Vlaamse onafhankelijkheidsidee in 2007 zo’n reuzenstap vooruit gezet heeft is een politieke overwinning zonder weerga voor het Vlaams Belang. We moeten aan die politieke overwinning van onze ideeën echter ook een organisatorische en dus electorale overwinning in 2009 koppelen. Want we beleven eigenlijk bijzonder merkwaardige tijden. Volgens de Chinese kalender zou 2008 dan wel het jaar van de rat zijn, maar ik heb de indruk dat het in politiek Vlaanderen eerder het jaar van de dode mus wordt. Wat een afgang van de Vlaamse regeringspartijen, wat een afgang in het bijzonder van dat zogenaamde “Vlaams” kartel van CDV& – N-VA . Ze hebben niet enkel al hun dure eden en verkiezingsbeloftes verloochend, maar spelen ook nog eens mee in het octopusspel van de Belgische recuperatie. Ze vinden zichzelf moedig omdat ze geven en toegeven na zes maanden in plaats van onmiddellijk door de knieën te gaan. Sukkelaars en schijn-Vlamingen, knechten van het regime zijn het, mensen die het belang van hun Vlaamse gemeenschap ondergeschikt maken aan de macht, aan de postjes, aan de kabinetten, aan hun eigen verstikkende Belgische ministerambities. Dat zij zich als kleuters aan het handje laten nemen door de Verhofstadt die zij gedurende acht jaar zo hard en zo terecht bestreden hebben spreekt boekdelen. En vooral moeten we daaruit leren dat Vlaanderen dat soort “reaalpolitici” niet kan vertrouwen, en dat er een sterke, harde, compromisloze en nonconformistische en Vlaams-nationale strijdpartij nodig is om straks de knopen door te hakken.

Het Vlaams Belang is dus allesbehalve overbodig of op zijn retour. Wat een arrogantie van onze tegenstanders. We hebben de voorbije maanden trouwens helemaal niet stilgezeten, met twee massale campagnes rond Vlaamse onafhankelijkheid die op evenzeer massale respons konden rekenen, nationale en internationale persconferenties, talrijke acties rond het dramatische probleem van de islamisering en rond de toestand in de faciliteitengemeenten, de offensieve houding tegenover die verziekte profitariaatsmechanismen van de Belgische staat die de vakbonden in dit land zijn, en ga zo maar door. En dat wij wat concurrentie op rechts zouden hebben, dat zal wel, het zij zo. Dat die concurrentie zich positioneert als het beste wapen tegen de onafhankelijkheidspartij en dus op brede steun van het establishment kan rekenen, daar nemen we nota van, zonder vrees en met de ervaring van mensen die de voorbije dertig jaar toch al wat meegemaakt hebben. Concurrentie hoeft trouwens geen slechte zaak te zijn. Het moet ons er integendeel toe aanzetten altijd en overal de beste te zijn: de hardste werkers, de meest efficiënte organisatie, het duidelijkste programma, en vooral de meest eensgezinde ploeg waar alle gevoeligheden en karakters schouder aan schouder strijden voor dezelfde zaak, en waar plaats is voor nieuw talent dat zich aanmeldt om mee onze strijd te voeren..

Het is in die zin dat ik na lang beraad beslist heb bij de komende bestuursvernieuwingen geen kandidaat meer te zijn voor het voorzitterschap van onze partij, een functie die ik straks 12 jaar lang onafgebroken heb mogen bekleden. Dat is voor mij een menselijk zeer ingrijpende beslissing omdat het Vlaams Belang eigenlijk mijn hele leven is, omdat ik niet enkel rationeel maar ook emotioneel met hart en ziel van deze partij hou, en omdat ik er bijzonder trots op ben dat ik destijds Karel Dillen mocht opvolgen en van zoveel mensen gedurende heel die tijd zoveel vertrouwen en politieke vriendschap kreeg. Maar we moeten goed weten waar we mee bezig zijn. Het Vlaams Belang moet een efficiënte en aantrekkelijke strijdorganisatie zijn, en geen gezellig clubje “old boys” dat zichzelf in stand houdt tot aan het pensioen. Het Vlaams Belang moet een wervend project zijn. Wanneer iemand na 12 jaar voorzitterschap alleen zichzelf als opvolging goed genoeg vindt, is die man vermoedelijk heel ijdel en egocentrisch en in elk geval niet voldoende bekommerd om de toekomst van zijn vereniging. We hebben in deze partij terecht Karel Dillen geprezen omdat die verschillende keren zijn onaantastbare posities als parlementslid en later als voorzitter overliet aan anderen die zijn vertrouwen genoten. Dat was toen de juiste keuze en dat is het vandaag mutatis mutandis ook.

Beste vrienden,

Ik heb de voorbije weken met talrijke mensen gesproken, eerst om de beslissing te nemen en daarna om de toekomst voor te bereiden. Ik weet dus met zekerheid dat mijn wens om het voorzitterschap niet meer te ambiëren geen vaandelvlucht is maar exact het tegendeel van vaandelvlucht, want we komen sterker dan voorheen uit deze uitdaging. Ik weet dat er minstens twee of drie mensen – en wellicht nog meer, niemand is onvervangbaar – in de partij over de nodige capaciteiten beschikken om onze nieuwe voorzitter te worden. Laat de procedure dus maar zijn gang gaan, de kandidaturen kunnen vanaf vandaag ingediend worden en dan kunnen partijbestuur, partijraad en later kaderledencongres in eer en geweten oordelen. Ik verheel U niet dat ik mijn voorkeur heb en moeilijk mijn enthousiasme over één bepaalde kandidaat kan verbergen, en ik verheel U ook niet dat er zich bij heel wat mensen een brede consensus aftekent ten voordele van die kandidaat, maar er is nog niets beslist en bovendien is dat voer voor een debat dat ik de komende dagen snel en efficiënt zoals het hoort binnen de partij wil voeren en niet voor het oog van de camera’s.

Vlaamse vrienden,

Rest mij nog U de traditionele maar daarom niet minder oprechte nieuwjaarswensen van gezondheid en voorspoed aan te bieden, en U uiteraard veel moed en inzet te wensen om onze partij inderdaad klaar te stomen voor de grote uitdaging van volgend jaar. Volgend jaar staat hier al lang een andere voorzitter om U die wensen aan te bieden en om die laatste rechte lijn naar de verkiezingen van juni 2009 aan te vatten. Het zal een andere voorzitter zijn, maar het zal dezelfde rechtlijnige partij gebleven zijn; de partij die ik dankbaar ben voor 12 jaar voorzitterschap, de partij van ons “Vlamingen eerst” en “Vlaanderen eerst”.

Frank Vanhecke
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...