Niets veranderd

De kiezer heeft gesproken en een duidelijk signaal gegeven. Een signaal voor verandering. Nu zou het gaan gebeuren. ‘Bart De Wever en Elio Di Rupo hebben elkaar gevonden en het klikt’ schreven politieke waarnemers. De Vlaamse pers was lyrisch over de plotse dooi in de communautaire betrekkingen. Van dat voorbarige optimisme blijft vandaag niet veel meer over.

Kafka

Het kan verkeren, zoals Bredero al zei. Vóór enkele weken heette het nog dat de Franstaligen het – eindelijk – begrepen hadden en dat ze zouden instemmen met een verregaande staatshervorming – in Vlaamse termen ‘een Copernicaanse revolutie’. Die wat naïeve hoop werd door de Kafkaiaanse soap rond de Europese nummerplaten de kop ingedrukt.

U kent het verhaal. Ook in België moet de bestaande nummerplaat voor voertuigen plaats maken voor een ‘Europese nummerplaat’. Experts en politiediensten voerden praktijktesten uit om na te gaan welke kleuren het meest geschikt zijn. Uiteindelijk kwamen ze tot de bevinding dat zwarte letters op een gele achtergrond in alle opzichten het best scoorden. Simpel, dan doen we dat toch, zou je denken. Maar België zou België niet zijn als ook daar geen communautaire heibel over kwam. Zo’n ‘Vlaamse’ nummerplaat was voor de Franstaligen immers onaanvaardbaar en dus haalde madame-mille-fois-non Joëlle Milquet nog eens haar vertrouwde stopwoord boven. Ontslagnemend staatssecretaris voor Mobiliteit, Etienne Schouppe, probeerde de Franstaligen nog vruchteloos over de streep te trekken met een rood randje voor de zwart-gele nummerplaten. De laatste knieval van de CD&V voor de grillen van Di Rupo en Milquet is nog niet voor morgen, maar zelfs dat oer-Belgische compromis was voor de Franstaligen onverteerbaar. En dus krijgen we straks rode letters op een witte plaat en blijft alles bij het oude. Of zoals Laurette Onkelinx het zei: “wij, in het zuiden, zijn gehecht aan die nummerplaten.”

Twee jaar – u leest het goed: 2 jaar! – is er over de kwestie gepraat. En na twee dagen marathon-onderhandelingen kon men alleen maar vaststellen dat er geen vergelijk mogelijk was. Als het nog niet lukt voor futiliteiten als de kleur van een nummerplaat, hoe zou het dan kunnen lukken voor gevoelige materies als Brussel-Halle-Vilvoorde, of de splitsing van de sociale zekerheid?

“Dat Leterme II (zelfs over die kwestie) geen akkoord kon bereiken, zegt veel over die regering. En over België”, schrijft Guy Tegenbos (De Standaard, 22.07.10). “België is dood.” Tegenbos merkt op dat België in het verleden alom geprezen werd voor zijn bereidheid en vaardigheid tot compromissen (alsof dat een deugd zou zijn). Maar “de nummerplatenoorlog bewijst dat die compromisvaardigheid dood is. België zal volgen.”

Doof en blind

Oké, Elio Di Rupo heeft – om zijn Vlaamse gesprekspartners te sussen – nu wel gezegd dat de Franstaligen ermee instemmen dat het zwaartepunt van de bevoegdheden straks naar de gewesten of gemeenschappen verhuist. Alweer hoera-gejuich in de Vlaamse pers. Maar om de champagne te laten knallen, lijkt het ons toch nog wat te vroeg. Op het terrein is er nog altijd geen enkel signaal – geen enkel! – dat de Franstaligen tot inkeer zijn gekomen en echt bereid zouden zijn tot toegevingen. Of zoals Tegenbos in de marge van de nummerplatenkwestie schreef: “De Franstaligen dromen niet over een toekomst voor België; zij dromen van het België uit de tijd dat het was zoals zij het wilden.”

Inderdaad. Zwart-gele nummerplaten. Non. Wij willen de zaken graag houden zoals ze zijn, ‘de mensen’ zijn nu eenmaal gehecht aan die rood-witte platen. Een ceremoniële monarchie? Non! ‘De mensen’ zijn gehecht aan het koningshuis, ook al is dat een dure en ondemocratische poppenkast. De splitsing van de sociale zekerheid. Neen mijnheer! Wij Walen zijn nu eenmaal gehecht aan het principe van de ‘interpersoonlijke solidariteit’. De ‘federale loyaliteit’ weet u wel, zolang het maar in hun kraam past.

Durven!

Bart Maddens slaat nagels met koppen in zijn 11 juli-toespraak: “We hebben nood aan Vlaamse politici die ook eens met de vuist op tafel durven te slaan, die ook eens durven te zeggen waar het op staat, die meer doen dan lippendienst bewijzen aan de Vlaamse zaak, die hun conflictangst overwinnen en die de confrontatie niet schuwen als er vitale Vlaamse belangen op het spel staan.”

Maddens heeft gelijk als hij stelt dat Vlaanderen nooit iets gratis en voor niets heeft gekregen. Zelfs onze meest elementaire rechten zoals onderwijs en rechtspraak in onze eigen taal hebben we pas na een lange strijd afgedwongen. En net zo zal het met andere rechten gaan: het recht van Vlaanderen om zelf belastingen te heffen, zelf een sociaal-economisch beleid te voeren, het recht om een efficiënte justitie op poten te zetten, een strenge maar rechtvaardige immigratie- en integratiepolitiek uit te tekenen. Er is nog een lange weg te gaan en het zal niet vanzelf gaan.

Druk opvoeren

Ook Jean-Pierre Rondas – bekend van Klara – roept de Vlaamse onderhandelaars in een zeer lezenswaardige 11 juli-boodschap (te lezen op de website van de Vlaamse Volksbeweging, VVB) op om wat meer druk op de ketel te zetten. Rondas hekelt het slappe handje van de Vlaamse onderhandelaars en veegt de vloer aan met wat hij de “suïcidale dialoog en de rotte compromissen” noemt. Hij laakt de Vlaamse media die slechte Belgische compromissen die – laten we het niet vergeten – aan de basis liggen van de huidige politieke crisis, verkopen als het ware staatsmanschap. Die het de normaalste zaak van de wereld vinden dat Vlaanderen voor de toepassing van de grondwet – want daarover gaat het in het dossier BHV – water bij de wijn zou moeten doen.

Neen, zegt Jean-Pierre Rondas. “Het zijn de Franstaligen die van geen onderhandelde oplossing willen weten. Het is juist het omgekeerde van wat Vlaamse (?) editorialisten schrijven. Het zijn de Franstaligen die niet willen onderhandelen. Het zijn de Franstaligen die de separatisten zijn.”

Wij hebben er al vaker op gewezen. En recente uitlatingen van Olivier Maingain bevestigen die stelling. “Nog liever een onafhankelijk Vlaanderen dan een confederalistisch België” zei Maingain in een interview. Met ander woorden: het is duidelijk dat de Franstaligen nooit akkoord zullen gaan met een staatshervorming die de machtsverhoudingen in dit land respecteert en dus fundamenteel wijzigt. “Een staatshervorming, akkoord, maar België moet een toegevoegde waarde behouden”, aldus Elio Di Rupo.

Vertaald: splits de sociale zekerheid, zet de schaar in de erg genereuze transfers of draai de kraan toe en België heeft voor de Franstaligen geen enkele meerwaarde meer. In dat geval zullen zij het zijn die België opblazen.

We hebben het in het verleden al gezegd en herhalen het nog een keer. Wij geloven niet in een Belgische staatshervorming, want om dit land te hervormen moet in de eerste plaats de democratie hersteld worden. Moet er komaf gemaakt worden met de noodlottige ‘beschermingsmaatregelen’ voor de Franstaligen die in hun handen tot eeuwige blokkeringsinstrumenten zijn geworden. Weg dus met de fameuze pariteit. Weg met de faciliteiten. Weg met grendelwetten, belangenconflicten en alarmbelprocedures.

Onrustwekkende signalen

Franstalige toppolitici herhalen om de haverklap dat ze willen ‘praten’ en bereid zouden zijn tot toegevingen. Maar eerst willen ze van de Vlamingen ‘rustgevende signalen’. Een verhaal dat in de Vlaamse pers haast unaniem wordt nagekakeld. Helaas. Die ‘vertrouwenwekkende signalen’ zouden erin bestaan dat de Vlamingen de Franstaligen de verzekering geven dat deze staatshervorming het eindstation is. Of dat ze akkoord gaan met inschrijvingsrecht voor Franstaligen in heel Vlaams-Brabant, een federale kieskring, samenvallende verkiezingen, een paritaire Senaat, de benoeming van drie incivieke burgemeesters, 500 miljoen euro extra per jaar voor Brussel. En ga zo maar door.

Met Jean-Pierre Rondas zeggen wij dat het genoeg is geweest. Of om het met een oude verkiezingsslogan te zeggen: Gedaan met geven en toegeven! In plaats van ‘vertrouwenwekkende signalen’ pleit Rondas voor een schoktherapie, voor “onrustwekkende signalen”. Hij doet enkele interessante suggesties. Eis een democratische zetelaanpassing in het parlement, want een Waalse zetel kost minder stemmen dan een Vlaamse. Een verschil dat door niets wordt gerechtvaardigd. Schrap de pariteit. Eis de erkenning van de tweeledigheid van België en dus de herziening van het statuut van Brussel. En schrap alle grendels. “Pasmunt hebben de Franstaligen al gekregen, onder de vorm van onze financiële solidariteit.” Jaarlijks nog altijd goed voor 6 tot 12 miljard euro. En als die druk niet volstaat, gooi dan ook maar die zogenaamde ‘solidariteit’ op tafel.

Rondas heeft gelijk. Dat is de enige taal die de Franstaligen verstaan. Als zij mogen dreigen met een ‘institutionele atoombom’, waarom zouden de Vlamingen dat dan niet mogen doen. Waarom moeten de Vlamingen altijd kruipen en bedelen aan de poort?

De tijd dringt

“België is geen glas water dat rustig zal verdampen als we het maar lang genoeg in de zon zetten”, zegt Bart Maddens. “België is een goed bewapende vesting, een machtsbastion, met hand en tand verdedigd door al wie belang heeft bij het voortbestaan ervan, door een bevoorrechte kaste, door unitaire vakbonden en mutualiteiten, door een ondemocratisch koningshuis en zijn tricolore vazallen met lintjes en medailles en protserige feodale titels. Dit Belgische establishment zal nooit macht en privileges afstaan omdat we het zo mooi vragen.”

De Vlamingen moeten een vuist tonen en hard op tafel slaan. Zo nodig de stekker uit de Belgische onderhandelingen trekken. De Vlaamse regering is momenteel de enige legitieme regering die we hebben. Als het fout loopt aan de federale onderhandelingstafel, moet die Vlaamse regering zelf het heft in handen nemen en – net zoals de Catalanen – het recht op een eigen natie opeisen. Op 13 juni koos bijna de helft van de Vlamingen voor (meer) autonomie en een radicale breuk met het Belgische verleden. Wallonië stemde voor de stilstand en het behoud van de verworven rechten. Dat is hun keuze, maar het is niet de keuze van de Vlamingen. Eigenlijk was het resultaat van 13 juni niet meer of minder dan een referendum voor Vlaamse onafhankelijkheid. De tijd dringt en de tijd is er rijp voor. Vlaanderen is er klaar voor. Waar wachten we nog op?

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...