Neen tegen deze begroting!

Tijdens de gemeenteraad van gisterenavond hield Reccino Van Lommel namens onze fractie een opgemerkte begrotingstussenkomst. We drukken ze hieronder in extenso af.

Burgemeester,
Dame en heren Schepenen,
Geachte collega’s,
 
In de allereerste plaats wil ik namens de Vlaams Belang-fractie woorden van dank uitspreken aan de medewerkers van de financiële dienst van onze stad die onder tijdsdruk onderhavig document hebben opgesteld dat een begroting hoort te heten.
 
Voor vele van de nieuwbakken gemeenteraadsleden is de begroting nog Chinees. Nochtans behoort dit document tot de meest voorname instrumenten van deze raad om bakens uit te zetten voor de toekomst en tegelijkertijd het gevoerde beleid te toetsen aan wat werd vooropgesteld.
 
In alle oprechtheid kan ik de dame en de heren van het college melden dat ik hoge verwachtingen geschapen had. Tijdens de toelichtende vergadering van de afgelopen week wist onze schepen van financiën echter doodleuk mee te delen dat dit budget maar een summier-technisch budget is. Er wordt van ons –gemeenteraadsleden- hier vandaag verwacht dat wij deze begroting au sérieux nemen, terwijl ons college het zelf maar aanziet als een verplicht nummertje. Dat zegt dus al heel veel over het denkwerk dat er is ingestoken. Desalniettemin stel ik vast dat er opnieuw een negatief resultaat op het eigen dienstjaar zal zijn, dit keer van ruim 3,2 miljoen euro. Het verlies dat zich begon te manifesteren in 2011 zet zich onverminderd door en neemt elk jaar toe. Het is duidelijk dat er nog maar bitter weinig denkoefeningen gemaakt werden, wat impliceert dat 2013 dus bij voorbaat om zeep. En ja, ik kan de gedachten van het college tot hier horen dat de vorige bestuursmeerderheid verantwoordelijk is en jullie het allemaal zo niet hadden gewild, maar laten we toch wel wezen: Naast de nieuwe N-VA –die nog alles moet bewijzen- zijn het opnieuw dezelfde partners die mee de plak zwaaien in deze stad en dus mee de kracht van verandering zullen moeten bewerkstelligen. Gelet op het verleden plaatsen we daar toch wel vraagtekens bij. Het minste dat wij op deze korte termijn van het nieuwe bestuur hadden mogen verwachten, is dat zij getracht hadden om een break-even punt te bereiken in afwachting van de beleidsvisie waar we tot op heden weinig over mochten vernemen. Men probeert ons hier wijs te maken dat niet zal worden geraakt aan het saldo van de reservefondsen. Dat kan zo lijken op het eerste zicht, maar anderzijds moeten de resultaten van de voorbije dienstjaren fungeren als schaamlapje om die 3,2 miljoen euro onder de mat weg te moffelen. Resultaat: de financiële toestand van onze stad zakt onverminderd verder weg. Ik vraag mij af of de burgemeester alvast een konijn in zijn hoed heeft zitten om de situatie van dit jaar alsnog recht te trekken en het verlies mogelijks nog kan beperken. Ik kijk alvast uit naar de eerste begrotingswijzigingen. Hoewel er nog niet is nagedacht over wat men wil bereiken met de beschikbare middelen in de komende jaren, schrijft men met de natte vinger volgende alinea in de beleidsnota bij het budget van 2013 : “Wat de financiële ontwikkeling betreft tot en met 2015 komt het resultaat in 2015 uit op een positief saldo van 1,32 miljoen euro. Samen met het saldo uit het reservefonds sluit de algemene financiële toestand in 2015 af met een positief saldo van 2,064 miljoen euro.” Samengevat: de financiële toestand in 2015 is gelijk aan 10,5% aan die van de prognose van 2012. Het eigen dienstjaar zou dan een resultaat genereren van -7,5 mio euro. De muizen zullen dood vallen, want het enige wat nog overblijft zijn luttele broodkruimels.
Ik vraag mij nochtans af hoe dit kan. Met de opcentiemen van 1450 voor wat betreft onroerende voorheffing heeft de Stad nochtans een heuse cash-cow in huis. Turnhout zit daarmee boven het gemiddelde van de provincie. Reeds meermaals heeft onze fractie ervoor gepleit om gradueel af te zakken naar het huidige gemiddelde. Het verlies aan inkomsten kan toch gedeeltelijk gecompenseerd worden door mensen van buiten Turnhout meer te laten betalen voor de diensten die wij als centrumstad ook aan hen aanbieden. Wat is de visie van het college om tijdens deze legislatuur aan te vangen met de onroerende voorheffing? U mag overigens niet vergeten dat een lagere belasting zou kunnen fungeren als een ware magneet om nieuwe gezinnen in Turnhout aan te trekken, wat in ruil opnieuw zou zorgen voor nieuwe inkomsten.
 
Het is immers altijd een van onze, maar ook een van jullie objectieven geweest om Turnhout attractiever te maken voor jonge gezinnen en dan liefst tweeverdieners met kinderen die in onze stad zouden willen komen wonen en vooral werken. En toch lijkt men daar maar niet in te slagen, want zoals ik net aanhaalde hangt een hogere belastingdruk in tegenstelling tot onze omliggende gemeenten als een sluier boven onze stad. Dat schrikt mensen af. Niettemin mochten wij de jongste jaren liefst 2000 extra burgers in Turnhout verwelkomen en toch blijven de inkomsten voortvloeiend uit de personenbelasting min of meer gelijk. Moeten wij daaruit dan concluderen dat het overgrote deel van die nieuwkomers terecht komen in de werkloosheid of bij het OCMW? De vraag stellen, is ze meteen beantwoorden. De cijfers van onder meer et OCMW-budget kunnen ons hier wellicht meer over leren. De armoede stijgt in onze stad, de vergrijzing gaat onverminderd door en we hebben in onze regio nog steeds te kampen met een blijvende hoge werkloosheid. Volgens de cijfers van Arvastat bedroeg in december 2012 de werkloosheidsgraad van het arrondissement Turnhout 6,87% en van de stad Turnhout 11,07% (de hoogste binnen het arrondissement), want ondanks alles blijft de werkloosheidsgraad relatief groot. De afgelopen vier jaar steeg het aantal werkzoekenden in Turnhout met 13,7% en in het arrondissement met 15,3%. Desondanks daalde in het laatste jaar de werkloosheid bij de Turnhoutse autochtone bevolking met 1,7%, maar tegelijkertijd steeg die met 4,3% bij de allochtone bevolking. Gelet op deze feiten hebben wij de verdomde plicht om prioritaire financiële initiatieven te nemen om jonge gezinnen naar onze stad te krijgen. Het is onze taak om eerst in mensen en pas secundair in bakstenen te investeren. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst. Of wachten we liever tot de problemen ons over het hoofd groeien?
 
Een niet te onderschatten fenomeen, want dit blijkt alvast uit alle cijfers, is de pensioenproblematiek van het stadspersoneel dat extra koren op de molen gooit en zelfs als een loodzware molensteen rond onze nek hangt. Niemand kijkt door een roze bril naar de toekomst. De bijdragen van de stad aan de RSZPPO en andere pensioenkassen stijgt zienderogen. De toelichtingen die in de tweede helft van 2012 ter zake werden gegeven, spraken boekdelen. Gelet op het stijgend aantal pensioneringen en het niet vervangen van personeel (wat uiteraard minder inkomsten genereert) moeten wij ons de vraag durven stellen hoe en vooral of wij deze evolutie in de hand gaan kunnen houden. We vernemen graag van de bevoegde schepen hoe wij – nu het nog kan – hier een aantal krachtlijnen zullen uitzetten. Het lijkt ons dan ook meer dan wenselijk dat wij hieromtrent eens een grondige studie maken om alles tot in het detail in kaart te brengen, want zonder kaart zal men ongetwijfeld verloren lopen in het bos. We spreken bijvoorbeeld over het statutair personeel van het ziekenhuis, de stad en het OCMW. Maar wie weet in het kader van de pensioenproblematiek hoe groot de impact exact is van deze personeelsgroepen op de toekomstige pensioenevoluties en de betaalbaarheid ervan? Die enkele algemene cijfers in dit budget zeggen ons helemaal niets, want zonder deftig onderzoek is dat maar nattevingerwerk. Mogen wij vragen dat de schepen ertoe wil engageren om een en ander in kaart te brengen?
Van het Turnova-spook dat steeds opduikt in de begrotingen lijkt men te ontkomen. Voorlopig toch althans. De vorig jaar nog voorziene 11 miljoen voor de ontwikkeling van de academies op Turnova die dit jaar normaal zou ingeschreven worden in het budget, werd gelet op de fameuze vertragingen in dat dossier niet voorzien. Daarmee ontsnapt het college aan een zware aderlating. Ik denk dat we hier kunnen stellen dat dit een fatale slag zou zijn geweest op de financiële ontwikkeling van onze stad. Hierbij willen wij toch opmerken dat wij – maar wij zeker niet alleen – ons ernstige zorgen maken over het steeds in tijd voor zich uitschuiven van dit dossier. Weten we nog wanneer ons werd verzekerd dat de academies hun intrek zouden nemen in de nieuwe gebouwen van Turnova? Niemand in deze zaal durft het wellicht hardop zeggen. Ondertussen nemen de problemen bij de huidige gebouwen van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans niet af. U weet allen dat de gebouwen op het Kerkplein reeds enkele jaren geleden door bevoegde inspectiediensten werden afgekeurd op basis van de slechte staat ervan en de steeds minder te garanderen veiligheid van allen die er werken of lessen volgen. Naar verluidt zouden de inspectieteams van het departement Onderwijs bewust deze academie niet meer inspecteren omdat het verdikt dan bijzonder duidelijk zou zijn, en die is: sluiten en iedereen letterlijk op straat. Het zou ons wel eens benieuwen wat de schepen van onderwijs over deze toestand denkt en of zij ons kan zeggen wat er gaat gebeuren als er vroeg of laat eens een plafond naar beneden komt of wanneer er een brandprobleem is… Ik durf oprecht hopen dat het allemaal niet gebeurt. Mevrouw de schepen, bent u ter plaatse al eens gaan kijken?
 
In plaats van tijdens de vorige legislatuur een stadshoeve en gronden aan te kopen en nu weer te voorzien in 135 000 euro om deze af te werken, had men die gelden beter geïnvesteerd in bijvoorbeeld al dan niet tijdelijke gebouwen voor de Muziekacademie. Voor alle duidelijkheid en ter herinnering: onze fractie heeft zich nooit verzet tegen de ontwikkeling van een stadshoeve op zich, maar heeft dit nooit een prioritaire aangelegenheid gevonden. Zeker gelet op de povere situatie waarin wij ons vandaag de dag als stad vinden. Wij stelden dan ook herhaaldelijk voor om dit wat vooruit te schuiven en prioriteit te geven aan andere, dringende zaken. Het is dan ook een beetje potsierlijk om het principiële bedrag van 6650 euro te voorzien voor de muziekacademie voor “kleine aanpassingen”. Het is hier om een gaatje dichten waarna er even verder weer een nieuw ontstaat. Laat ons vooral niet lachen.
 
Voor het onderhoud van de stoepen wordt jaarlijks wederkerend 75.000 euro ingeschreven in de begroting. Dit bedrag strookt helemaal niet met de noden om onze voetpaden meer toegankelijk te maken. Veilige voetpaden zouden nochtans bovenaan de prioriteitenlijst moeten staan om veiligheid van onze voetgangers, maar ook minder mobiele mensen in onze stad te garanderen.
 
De nieuwe fietsbrug genereerde 150.000 euro aan meerwerken die voor dit bedrag beslag legt op de begroting van 2013. De huidige schepen van financiën verklaarde tijdens de verkiezingscampagne nochtans meerdere malen dat deze brug hoofdzakelijk werd gefinancierd door subsidies van onder meer Europa, toen men de beschikbare bestedingsruimte aan banden legde. Vandaag zien we dus dat die verklaringen niet helemaal stroken en er alsnog een extra hypotheek wordt gelegd op ons budget van dit jaar.
 
Daarnaast werd er in het budget 70.000 euro ingeschreven voor het opkalefateren van het monument voor de gesneuvelden op het Zegeplein. Het is juist dat het monument voor de gesneuvelden op het Zegeplein zich in een erg belabberde toestand bevindt. De in het vooruitzicht gestelde renovatie ter waarde van 70 000 euro – een bedrag dat naar ons gevoel ongetwijfeld zal oplopen – zou een ideale gelegenheid zijn om de zaken iets ruimer te bekijken, zoals wij overigens al eerder voorstelden. Waarom zou dit monument niet kunnen overgebracht worden naar de historisch-militaire Blairon-site en gecombineerd worden met de gedenkplaat van gesneuvelde soldaten die nu erg oneerbiedig is weggemoffeld en die nauwelijks iemand weet hangen? Op die manier zouden beide gedenkstukken echt tot hun recht komen en een unieke en zichtbare plaats kunnen krijgen op de plaats die tot op de dag van vandaag geassocieerd wordt met een stuk militaire geschiedenis van ons land en onze stad. Aan de rand bij de trappen van de oude paradeplaats, nu de parking voor de bezoekers, is daar beslist plaats voor. Wij zijn dan ook van mening dat de voorziene renovatiekost en de haast onvermijdelijke kost voor meerwerken hier evengoed voor zouden kunnen dienen. Een monument verplaatsen kan geen ontluistering zijn, als de uitstraling er elders van kan vergroot worden. Hoe vaak wordt het overigens al niet ontsierd op de huidige plaats, wanneer uitgaande jongeren het voetstuk gebruiken als drank- en stortplaats, urinoir of zelfs als fietsenstalling?!
 
Op vlak van ICT wordt 40.000 euro uitgetrokken voor de koppeling van toepassingen met de website en intranet van de stad. Graag had ik van de bevoegde schepen voor ICT vernomen hoe de concrete invulling voorzien is.
 
Het college heeft ons bij monde van de schepen van financiën alvast laten verstaan dat er in de komende tijd een grondige oefening gemaakt zal worden. Het Vlaams Belang heeft er altijd voor gepleit om onmiddellijk na de verkiezingen in Turnhout over alle partijgrenzen heen, maar binnen de context van de gemeenteraad, eindelijk een open kerntakendebat te voeren, om uit te maken wat nu precies tot die kerntaken van een stad als Turnhout behoort en hoeveel men daarvoor wil betalen. Zolang dat niet gebeurt, zal men elk jaar financiële evenwichtsoefeningen blijven maken en kan men nog voor tal van verrassingen komen te staan. Een financieel beleid dient in eerste orde gebaseerd te zijn op een langetermijnvisie. Zo is het zeker noodzakelijk om besparingen op de werkingskosten in de eerstvolgende jaren door te voeren en aan te houden. Ik zou graag van de burgemeester willen vernemen of hij zich hiertoe engageert.
 
In eerste instantie gaan wij ervan uit dat bezuinigingen starten in eigen rangen van het college. Tijdens de eerste gemeenteraad van deze legislatuur reeds hekelden wij het feit dat het schepencollege uit een maximaal aantal leden is samengesteld. Volgens ons hoefde dat helemaal niet, want het decreet is daarover erg duidelijk: het had met een mandaat minder gekund. Mocht het nieuwe college echt de tering naar de nering hebben willen zetten en een voorbeeld voor de burgers had willen zijn, dan had men alvast op één goed betaald schepenmandaat kunnen besparen. Ter oriëntatie: de bruto jaarwedde van een schepen in Turnhout bedraagt vanaf 1 januari 2013 (geïndexeerd): 51.194,81 euro. Die van de burgemeester: 85.324,68 euro, of 99,13 % van de wedde van een parlementslid.
Burgemeester Brentjens repliceerde daarop met het flauwe argument dat de schepenen tegenover de vorige legislatuur er financieel op achteruit gaan en dat als men die ‘achteruitgang’ optelt, men uiteindelijk financieel gezien een besparing doet van ongeveer één schepenmandaat. Daarom kon het aantal mandaten op hetzelfde niveau blijven…
Dat 1+1=2, hadden wij intussen ook al wel door. Dat rekensommetje hadden we zelf ook wel al gemaakt. Maar dat is volledig naast de kwestie. Tenslotte hoefde het stadsbestuur hiervoor zelf geen enkele inspanning te leveren… want in de vorige legislatuur werden de leden van het college gewoonweg te veel betaald op basis van een richtlijn van hogerhand. Vandaag zit men dus terug op het werkelijke normale niveau. Men gaat er dus niet op achteruit. Alleen het extraatje valt weg! En dan had men pas echt kunnen besparen. Het komt er onze fractie op aan dat het college zelf actief en bewust een signaal van besparing aan de bevolking moet geven opdat het duidelijk zou zijn dat het hen menens is met het zetten van de tering naar de nering, in de zin van: met minder volk meer doen. Zoals dat gebeurt wanneer er stadspersoneel met pensioen gaat, bijvoorbeeld… In deze tijden is dat in het bedrijfsleven eveneens common practice. En dat was perfect mogelijk geweest als men de bevoegdheidsverdeling van de schepenen even van dichterbij bekijkt. Wij herhalen hierbij dan ook dat deze naar ons gevoel niet erg oordeelkundig was gebeurd. Sommige schepenen hebben immers een zo beperkt pakket aan bevoegdheden dat zij wellicht vaak met hun duimen zullen zitten draaien en zullen moeten zoeken om hun dag rond te krijgen. Wij stellen dan ook dat men beter had afgesproken een tandje bij te steken door wat bevoegdheden toe te voegen bij sommige andere schepenen zodat er naast de ‘automatische besparing’ – nl. het niet meer teveel betalen – ook nog een effectieve besparing had plaatsgevonden. Dat had dubbel winst geweest voor de stad én een duidelijk signaal dat het schepencollege het goede voorbeeld wil geven, ook uit eigen initiatief.
Niets daarvan. Eerst de postjes, dat is duidelijk gebleken.
Dat bleek overigens ook uit de verdeling van de commissiemandaten. In de vorige legislatuur bestonden de commissies uit negen leden. Vandaag uit tien leden. Dat maakt in totaal een extra van 50 zitpenningen méér per jaar of al snel zo’n 10.000 euro. Deze operatie was in wezen voor niets nodig, want na de verdeling volgens het systeem D’hondt kwamen de meerderheidspartijen voldoende aan een meerderheid van 5 op 9 zetels. CD&V is hier iets te gulzig geweest en paste de besparingswoede niet toe op zichzelf. Alweer geen goed signaal. Ondertussen moeten vooral de oppositieleden wel betalen voor een fotokopietje bij de voorbereiding van hun dossiers. Mensen die hun werk naar behoren willen uitoefenen, moeten daar voortaan voor betalen. Begrijpe wie kan.
 
Laat een ding duidelijk zijn. De fata morgana’s en de cowboy en indianenverhalen naar aanleiding van 8 oktober zijn voorbij. Wij roepen alvast de schepenen op om verantwoordelijkheidszin en voldoende collegialiteit aan de dag te leggen en hopen dat de belovende veranderaars die het mandaat van de kiezer verkregen in deze moeilijke tijden voor de stad kunnen zorgen voor meer cohesie en coherentie dan het geval was in vorige legislatuur.
 
Collega’s,
Samengevat kom ik –wat betreft deze begroting- tot de conclusie dat de stemming van de voorlopige twaalfde niet meer was dan een beleefdheidsoperatie om de nieuwe coalitiepartner mee te duwen in de verantwoordelijkheid, want in feite zie ik eenzelfde tendens zoals voorbije jaren: een steeds verslechterende financiële toestand van de stad, zonder dat er echt tering naar de nering wordt gezet om van Turnhout opnieuw een gezonde stad te maken. Eveneens is er nog geen enkele visie gekend over hoe Turnhout in de komende jaren zal worden bestuurd. In de repliek had ik van alle bevoegde schepenen graag een antwoord verkregen op mijn vragen in mijn tussenkomst. De begroting blinkt niet uit in grote kracht en signalen van verandering. Het ligt dan ook voor de hand dat wij de begroting niet goedkeuren.
 
Reccino Van Lommel
Gemeenteraadslid Vlaams Belang

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...