Meer dan een lapje stof

“De sluier heeft een cultuur gestimuleerd waarin respect voor de vrouw wordt afgemeten aan de lengte van haar rokken en de mate waarin ze zich bedekt. “ Dat schrijft de Egyptisch-Nederlandse journaliste Nahed Selim in haar boek “Zwijgen is verraad. Openhartige verhalen over vrouwen en islam.” Het citaat zet de discussie over hoofddoeken meteen op scherp.

Eind vorig schooljaar beslisten de athenea van Antwerpen en Hoboken om het dragen van religieuze symbolen voortaan te verbieden binnen de schoolmuren. Aanleiding was de onstuitbare opmars van islamitische hoofddoekjes en de sociale druk of dwang die daaraan vaak te pas kwam. Het hoofddoekenverbod stuitte op zwaar protest. De Antwerpse imam Nordin Taouil gooide nog wat olie op het vuur en dreigde met een schoolboycot van allochtone ouders. Begin september ontaardde het protest in een mum van tijd in intimidatie, vandalisme en verbaal geweld. Moslimmeisjes die toch naar school gingen, zonder hoofddoek, werden uitgescholden. Directie en leerkrachten werden bedreigd. “Vlamingen buiten” klonk het aan de schoolpoort. Aan duidelijkheid geen gebrek. Fanatieke moslims maakten, wijzend naar leraars en leraressen, een snijbeweging langs de keel en de directrice kreeg te horen dat ze zweepslagen verdiende of moest opgeknoopt worden. Opgejaagd door een advies van de procureur van de Raad van State, dat de wettelijkheid van het hoofddoekenverbod op de bewuste scholen in twijfel trok, kondigde de koepel van het Gemeenschapsonderwijs een algemeen verbod af in al haar scholen. Sindsdien woedt er een hevig debat over hoofddoeken en de wenselijkheid van zo’n verbod.

Nuance

Laten we beginnen met enkele nuchtere, genuanceerde vaststellingen. Eén: het groeiende succes van de hoofddoek is een onmiskenbaar fenomeen. Vlaamse vakantiegangers die terugkeren uit Marokko of Turkije stellen nu tot hun verbazing vast dat er in onze steden veel meer hoofddoeken gedragen worden dan ginder. Merkwaardig. Twee: moslimmeisjes – met of zonder hoofddoek – doen het op school doorgaans veel beter dan hun mannelijke allochtone leeftijdsgenoten en ze veroorzaken ook minder overlast. Studeren is voor moslimmeisjes blijkbaar hét middel bij uitstek om zich los te rukken uit de knellende cocon van gezin of gemeenschap, het breekijzer naar emancipatie. Drie: we twijfelen er niet aan dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom moslimmeisjes of -vrouwen een hoofddoek dragen: omdat ze het beschouwen als hun plicht of door hun man, vader of broer(s) verplicht worden. Omdat ze ‘er zelf voor gekozen hebben’. Omdat ze het mooi vinden of omdat het schijnbaar ‘in de mode’ is. Omdat ze niet nagefloten, bespuwd of bepoteld willen worden door hitsige jongens die meisjes of vrouwen zonder hoofddoeken beschouwen als loslopend wild, als ‘hoeren’ die erom vragen verkracht te worden, zoals in de Franse ‘banlieus’ vaak gebeurt. Of misschien ook wel om hun kansen op de huwelijksmarkt wat op te krikken, want allochtone jongelingen halen bij voorkeur nog altijd hun bruid uit het thuisland omdat ze de moslima’s hier te vrijgevochten, te modern en te Westers vinden…

Onzin

In het debat wordt, het moet gezegd, nogal wat onzin geventileerd. Zo beweren tegenstanders van het verbod dat het ‘een inbreuk op de vrije meningsuiting en de mensenrechten’ zou zijn, of alleszins ‘een beperking van de godsdienstvrijheid’. Met alle respect, maar dat klopt niet. Het feit dat heel wat moslima’s er zelf voor kiezen om géén hoofddoek te dragen, bewijst dat je ook een vroom moslim kan zijn zónder hoofddoek. Het hoofddoekenverbod is dus géén fundamentele aantasting van de godsdienstvrijheid. Niemand belet moslims hun geloof te belijden. De hoofddoek wordt in de discussie vaak opgevoerd als een geuzensymbool, een teken van verzet tegen het gezag en de maatschappelijk orde. ‘Een verbod zal alleen maar leiden tot verdere radicalisering en nog meer hoofddoeken.’ Kan zijn, maar met dat argument slaan de tegenstanders de bal flink mis. De radicalisering van de moslimgemeenschap was al lang aan de gang, nog vóór er sprake was van een eventueel verbod. Moslims hebben overigens weinig reden tot klagen. Aan tegemoetkomingen geen gebrek: hun godsdienst is officieel erkend en hun moskeeën worden erkend. Ze mogen ook overal in Vlaanderen moskeeën bouwen en oprichten, waar ze maar willen. Ze hebben aparte zwemuurtjes voor vrouwen gekregen in publieke zwembaden, aparte gebedsruimtes in scholen en universiteiten. Halalvoedsel op school, in ziekenhuizen en rusthuizen. Je kan dus moeilijk volhouden dat ze zwaar te lijden hebben onder ‘discriminatie’ of ‘islamofobie’. Dat de hoofddoek steeds prominenter aanwezig is in het straatbeeld en in openbare gebouwen lijkt ons dan ook geen reactie op de zogenaamde ‘onverdraagzaamheid’ ten aanzien van moslims, maar eerder het gevolg van onze verregaande toegeeflijkheid en de openlijke aanmoedigingen die allochtonen krijgen om hun éigen cultuur te koesteren en hun geloof uit te dragen. Radicale moslims duiken enthousiast in de ruimte die we voor hen gecreëerd hebben. Of hoe de integratie geofferd wordt op het altaar van de heilige diversiteit.

Emancipatie?

Bij het hoofddoekenprotest in Antwerpen mogen kritische kanttekeningen gemaakt worden. Zo merkten getuigen op hoe kortgerokte moslimmeisjes zich vóór de schoolpoorten omkleedden en een hoofddoek en lang kleed aantrokken. Wat de stelling zou bevestigen dat het bij een aantal meisjes niet zozeer om hun geloof dan wel om een provocatie gaat. Nog steeds volgens getuigen werd het protest gestuurd door baardige moslimmannen en radicale kringen uit Den Haag. Volgens imam Nordine Taouil moeten alle ‘moslimzusters’ de handen in elkaar slaan en opkomen voor hun rechten, want ‘het dragen van een hoofddoek is een religieuze verplichting.’ Tja, wat is het nu? Hun recht of hun religieuze plicht? Eigen keuze of een godsdienstig voorschrift dat moet nageleefd worden? De éne keer beroept men zich op het eerste, de andere keer op het tweede.

Islamspecialisten wijzen er op dat de hoofddoek nergens expliciet vermeld wordt in de koran, maar dat het hoofddoekgebod berust op de interpretatie van conservatieve moslimgeleerden en geestelijke leiders, niet toevallig allemaal mannen, die angstvallig waken over de eer en de eerbaarheid van moslimvrouwen… Dat gesluierde moslima’s en hun ‘progressieve’ medestanders strijd voeren onder de vlag van de “emancipatie” is niet alleen verbazingwekkend, maar ook bijzonder pijnlijk. De Iraanse schrijfster Chadortt Djavann die Iran ontvluchtte voor het ayatollah-regime en in Frankrijk met vuur streed voor een algemeen hoofddoekenverbod in de scholen, maakt in haar boek “Weg met de sluier!” brandhout van de ‘sluier als middel tot emancipatie’-mythe: “Ze hebben niet gezien hoe in Teheran vrouwen bij hun haren werden gegrepen, op de grond werden gesmeten, hoe ze geslagen werden omdat ze geen sluier wilden dragen.”

“Ach, het is maar mode, meer niet”, beweert Fatima Bali (Groen!). Marianne Thyssen (CD&V) vindt hoofddoekjes gewoon “mooi”. Mieke Vogels (Groen!) en Bettina Geysen (Spirit) trokken ooit demonstratief een hoofddoek aan “uit solidariteit met de moslimvrouwen”. Geef ons dan maar Femke Halsema (voorzitster van GroenLinks in Nederland) die moslima’s opriep om hun doekje over de haag te gooien. Dat zou pas een stap in de richting van emancipatie en integratie zijn.

“Ik maak me geen zorgen over de hoofddoeken”, schreef een Vlaams journalist. “Het is een fase in het moeizame proces van integratie van een vreemde cultuur in onze samenleving. Een hoofddoek is tenslotte maar een lapje stof, geen wapen.” Hoe naïef kan je zijn? De hoofddoek is een symbool van onderwerping, van de ongelijkheid tussen man en vrouw, tussen gelovige en ongelovige. Het is een symbool van het ‘wij-tegen-zij-denken’, een symbool van de zelfgekozen apartheid, een provocatie aan het adres van het vrije Westen.‘Een fase in het moeizame proces van integratie’? Is de opmars van de hoofddoeken niet eerder het bewijs van de mislukte integratie en de manifeste onwil van een deel van de allochtonen om zich aan te passen aan onze samenleving, aan onze gebruiken, normen en waarden?

Het voornemen om nu aparte moslimscholen op te richten, bevestigt alleen maar die stelling. Het is niet de eerste maar de zoveelste stap in de richting van een gesegregeerde samenleving, met islamitische enclaves in onze steden waar imams de wet uitmaken en ‘religieuze wachten’ – net zoals in Iran – waken over de goede zeden.

Wapen tegen moderniteit

Zomaar een lapje stof? Vergeet het maar, waarschuwen Benno Barnard, Wim Van Rooy en Johan Sanctorum in een opgemerkte vrije tribune (De Standaard, 10.09.09). “Dit gaat over cultuur en beschaving, niet over textiel of alternatieve tienermode. De hoofddoek is een symbool van onderdrukking dat bewust in onze vrije samenleving wordt geïntroduceerd door hen die met die vrijheid weinig goeds van plan zijn. Het is een tactisch wapen in een kruistocht tegen de moderniteit.” In de visie van het moslimfundamentalisme “een vlag, geplant in het hart van het Westen”. En dat geldt ook voor de bouw van moskeeën: “voor ons, verlichte westerlingen, een uitdrukking van godsdienstvrijheid, voor de islam het uitzetten van bruggenhoofden in een veroveringsproject.”

Volgens Barnard en Sanctorum is het hoog tijd om de dingen bij naam te noemen. “Waarom gunt men overigens in dit levensbelangrijke debat het Vlaams Belang zijn rol niet van klokkenluider?”, merken ze terloops op. “Eerlijk is eerlijk: zij hebben ooit in tempore non suspecto het probleem op de politieke agenda gezet, en het is tot op vandaag een kernthema van hun programma.” De auteurs van het scherpe opiniestuk kregen meteen de linkse kerk op hun dak en werden verketterd als ‘verlichtingsfundamentalisten’. Afwijkende of tegendraadse standpunten zijn niet gewenst.

“Linkse” bondgenoten

Bij het protest tegen het hoofddoekenverbod krijgen de ‘rebellerende moslimpubers’ – die in hun rebellie vlotjes doen wat hun vader, broers of de imam verlangt – en moslimfundamentalisten het gezelschap van feministen en linkse actievoerders. Een bizar bondgenootschap. Bij het onderdrukken, uithuwelijken, mishandelen of genitaal verminken van vrouwen kijken die ‘feministen’ wel even de andere kant op, als het maar gebeurt in het kader van een exotische cultuur of een macho woestijngodsdienst. Volgens de multiculturele dogma’s en het cultuurrelativisme zijn alle culturen immers gelijk, en waar zouden wij dan het recht vandaan halen om daarover te oordelen. Maar, zoals een Nederlandse journalist ooit opmerkte, als het waar zou zijn dat culturen gelijk zijn, dan is kannibalisme niet meer dan een kwestie van smaak… Wie zegt dat moslimmeisjes en -vrouwen altijd en overal het recht hebben om te dragen wat ze willen, heeft nauwelijks nog een zinnig argument over om de boerka te weren op school of achter het loket. Want wat als die vrouw zegt dat ze daar zelf voor kiest, of dat ze die vestimentaire dwangbuis draagt omdat dit nu eenmaal haar religieuze plicht is? Overdreven? Geenszins. In een aantal Antwerpse scholen begon het aanvankelijk met een ‘onschuldige’ hoofddoek, maar intussen grijpen meer en meer meisjes naar de halsbedekkende niqaab, zwarte handschoenen en lange gewaden. De graad van kledingbedekking als waardemeter voor wie het meest rechtlijnig is in haar geloof. Aan het einde van de rit blijft dan enkel de boerka nog over…

Dat de moslima’s en hun orthodoxe vaders, broers, imams de steun krijgen van de linkerzijde mag op het eerste zicht verbazen, bij nader inzien is dat niet zo gek. Het is ook niet de eerste keer dat de linkerzijde de ogen sluit voor de kwalijke trekjes van een autoritair systeem en er enthousiast mee collaboreert…

De voorbije decennia stroomden onze kerken leeg en ook de linkse kerk kreeg rake klappen. Die linkse kerk moet dringend op zoek naar nieuwe gelovigen en daarbij wordt niet zo nauw gekeken. Ook fanatieke moslims zijn welkom. Het oude credo van Marx “godsdienst is opium voor het volk” is al lang begraven. De allochtonen zijn vandaag de laatste strohalm, de levensverzekering van de politieke linkerzijde. En dus moeten ze dom en achterlijk gehouden worden, een beetje zoals de katholieke kerk dat vroeger wel eens placht te doen. Of zoals linkse ontwikkelingshelpers ontwikkelingslanden graag hulpbehoevend houden. Zo stellen ze hun bestaanszekerheid en hun job veilig.

“Wat is de meest sexy categorie van beschermwaardige wezens?”, vraagt de Nederlandse publicist en islamcriticus Efshin Ellian zich af. “De allochtonen”. En wie zijn de beschermheren van de allochtonen? Socialisten, ‘groenen’, linkse politici en linkse opiniemakers. “Waarom houden zij van allochtonen?”, gaat Ellian verder. “Omdat het een goed gevoel geeft. Je voelt je een beter mens” – beter dan rechts, uiteraard. Al is ook enige vorm van eigenbelang niet ver weg. “Het is een existentiële kwestie. Hoe meer sukkelaars, hoe meer genot! Hoe meer allochtonen in de problemen, hoe meer behoefte aan links. Daarom moet de allochtoon vooral allochtoon blijven.” Een rake analyse. Professionele ‘anti-racismeclubjes zoals het CGKR willen helemaal niet dat allochtonen zich integreren, want dan droogt hun geldstroom op en zitten ze morgen zonder werk. Links wil geen integratie, want over wie moeten ze zich dan ontfermen en – ook niet onbelangrijk – wie stemt er straks dan nog voor hen? En zo is de linkerzijde de objectieve bondgenoot geworden van de rabiate aanhangers van een veroveringsgodsdienst. Niet meteen iets om fier op te zijn.

Islam en integratie

Het hoofddoekenverbod is niet de lont aan het kruitvat, maar moet net de lont uit het kruitvat trekken. Het moet ook de aanzet zijn tot een veel ruimer maatschappelijk debat over de rol van de islam en de integratie in onze samenleving. Een debat zonder taboes. Over allochtone jeugdcriminaliteit, over eerwraak en eremoord, over gedwongen huwelijken en importbruiden, over genitale verminkingen. En dat heeft niks met vreemdelingenhaat of ‘islamofobie’ te maken, maar alles met onze oprechte bezorgdheid over onze democratische vrijheden.

“Natuurlijk is de islam een probleem”, zegt de al eerder geciteerde Femke Halsema (GroenLinks). “Een rem op de integratie”, zeggen vele anderen samen met haar. Dat zou je inderdaad geloven, als je er de peilingen hier te lande bijneemt, waarin jonge moslims gevraagd wordt naar hun band met onze samenleving en hun houding tegenover de islam. Dat een meerderheid zich in de eerste plaats moslim noemt en islamitische wetten boven de wetten van het gastland plaatst of pleit voor de invoering van de sharia, stemt niet hoopvol.

Voor sommigen is de hoofddoek niet meer dan ‘een lapje stof’, anderen noemen het zonder omwegen “de swastika van de islam”. We laten het oordeel aan u over. Geloof is een privé-zaak en dus pleiten we er voor om hoofddoeken te verbannen uit het publieke domein. Het wordt tijd dat de overheid grenzen trekt en onze Westerse waarden en vrijheden in bescherming neemt. Over de vrije meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk (moskee) en staat wordt niet onderhandeld. Ook niet in naam van de multiculturele verdraagzaamheid of de godsdienstvrijheid. In Engeland hebben ze dat wel gedaan en de shariarechtbanken rijzen er nu als paddenstoelen uit de grond. Zo gek moet het hier niet worden. Wij wachten trouwens vol spanning op de eerste journalist die zich ‘undercover’ waagt in moskeeën en islamitische boekenwinkeltjes en uitpakt met een stevige reportage over de boodschap die dààr verkondigd wordt. Maar daar is natuurlijk meer lef voor nodig dan het binnensluipen bij een politiek verdwaalde onthaalmoeder… Wie of wat zou nu het grootste gevaar opleveren voor onze veiligheid en democratie?

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...