Het VB en het nieuwe bestuursakkoord

Op maandag 22 januari, een uurtje voor de gemeenteraad, kon fractievoorzitter Paul Meeus voor radio TOS reeds zijn bedenkingen kwijt bij het bestuursakkoord. Het interview kan beluisterd worden op www.turnhoutkiest.be. Voor wie het interview evenwel eens rustig wil lezen, hebben we de tekst hier even uitgetikt. Leo Sauvillers was de interviewer.

Straks wordt het nieuwe bestuursakkoord van de stad Turnhout besproken tijdens de gemeenteraad. Zo meteen vragen we alvast een toelichting van burgemeester Hendrickx, maar eerst hebben we een gesprek met Paul Meeus van het Vlaams Belang, de grootste partij in de oppositie. Welkom in de studio, meneer Meeus.

PM: Dank u, goeie avond

Wat denkt u ervan? U hebt zeker het bestuursakkoord al gelezen. Bent u er wijs uit geworden?

PM: Ik heb het inderdaad gelezen en ik heb het ook herlezen. Maar echt wijs ben ik er niet uit geworden; om maar rechtstreeks op uw vraag te antwoorden. Dit is een programma dat kan geschreven worden door eender welke coalitie, in welke combinatie ook. Ik denk niet dat er iets in staat waar iemand eigenlijk echt problemen mee heeft. Dit is eigenlijk het bestuursakkoord van de open deuren die in een recordtempo en in grote aantallen worden ingetrapt. Het lijkt mij zelfs heel sterk op de Paarse goed-nieuws-show die ik al jaren ook al beroepshalve in het federale parlement mag horen. Dit is: morgen scheert men gratis. Ik denk dat dat precies is wat in Turnhout niet meer kan.

Eigenlijk zegt u: men zou het kunnen vervangen door één zin ‘we zullen de stad goed besturen’….

PM: Inderdaad, dan had men net hetzelfde gezegd en dan was de intentie even zuiver en even mooi geweest. En even geloofwaardig of even ongeloofwaardig.

Nu moeten we toch proberen van dat even toe te lichten. Welk zijn uw punten van kritiek op dit bestuursakkoord.

PM: Wel zoals ik eigenlijk al aangaf, zitten we natuurlijk in Turnhout met een financieel probleem, daar is iedereen het over eens. Ik herinner mij toen ik eind 2005 bij de begrotingsbesprekingen in de gemeenteraad het voorstel deed aan de toenmalige schepen van Financiën om in Turnhout een kerntakendebat te houden om financiële avonturen uit de weg te gaan en om een lange termijnvisie te creëren, dat toen nog smalend werd afgedaan als oppositiepraat. Een mooie theorie zo’n kerntakendebat… Nochtans is het dat precies wat een stad moet doen. Het verheugt me dan ook dat men nu eindelijk tot het juiste inzicht komt en dat men tot een kerntakendebat gaat komen. Men heeft ingezien dat dit voorstel niet zo dom was en dat het effectief moet uitgevoerd worden. Een kerntakendebat is nodig, waarmee ik wil zeggen dat deze stad moet gaan aflijnen wat ze nog kàn betalen en wat ze wìl betalen.

Vindt u dat terug in het bestuursakkoord? Die punten, die kerntaken?

PM: In dit bestuursakkoord niet. Ik weet natuurlijk ook dat de diverse schepenen met hun beleidsnota’s nog gaan afkomen waarin heel wat van deze punten zullen geconcretiseerd worden. We zullen dat op de voet volgen om daar precies te zien in welke mate men uitbouwt wat men hier nu in de vage termen op papier heeft gezet én wat dat gaat kosten. Want ik denk dat dat in deze legislatuur de discussie is die in Turnhout gevoerd zal worden bij elk voorstel dat er gedaan wordt: ‘Wat gaat dat kosten?’ We staan nu voor een periode die al aangekondigd wordt – door de meerderheid zelf – van ‘we gaan moeten besparen’; het woord ‘belastingverhoging’ wordt al aarzelend in de mond genomen. We zitten hier in een perspectief, dit is iets nieuws, dat we dus echt onze centen gaan moeten tellen en we vooral aan de burger moeten blijven denken als we zo’n dingen doen.

Turnhout centrumstad op mensenmaat, wat zegt u daarop?

PM: Turnhout is een centrumstad en die moet op inderdaad mensenmaat bestuurd worden, begeleid door de politiek, zou ik zeggen. ‘Op mensenmaat’, daar ben ik het volkomen mee eens.

Bestaat er kans dat men – laten we zeggen – de indeling als centrumstad kwijtspeelt?

PM: Dat kan ik momenteel niet echt inschatten. Het is wel zo dat we de kleinste centrumstad van de dertien zijn in Vlaanderen en dat wij hard moeten werken om inderdaad een centrumstad te kunnen blijven. Ik hoop dat we dat niet kwijtspelen. Dat is mijn grote zorg. Ik vind dat Turnhout de capaciteit heeft om een centrumstad te zijn. Op micro- en macro-economisch vlak denk ik dat wij onze rol moeten blijven spelen. Stel u voor dat wij inderdaad dat statuut van centrumstad kwijt geraken, ja dan begint het pas écht erg te worden en dat moeten we toch met iedereen die het ernstig meent met Turnhout toch verhinderen.

Als we nu het beleidsplan doorlopen, dan zie ik hier ‘communicatiedialoog dicht bij de mensen’…

PM: Dat vind ik wel een goed uitgangspunt. Alleen moet men daar menen wat men zegt. Dialoog dat is ‘in’: we moeten praten met iedereen, iedereen zal gehoord worden, iedereen mag rond de tafel zitten. Maar men moet ook er ook rekening mee houden dat dat niet alleen is: met de burger gaan praten in de wijken, in de buurten, in de comités en dergelijke en met de adviesraden. De burger zit ook in de gemeenteraad, de burger is vertegenwoordigd, democratisch gelegitimeerd vertegenwoordigd in de gemeenteraad. Daar zitten alle politieke strekkingen die in deze stad aanwezig zijn namens een groep burgers en dààr moet de dialoog mee gevoerd worden. En daar heb ik altijd als Vlaams Belanger de grootste vraagtekens bij gezet, of de dialoog daar wel echt gevoerd wordt. De oppositie is in het verleden nauwelijks gekend in deze stad. Die mocht haar nummer opvoeren op de gemeenteraad en daarmee was de kous af, maar fundamentele gesprekken zijn er niet. Ik herinner bijvoorbeeld aan ons verkiezingsprogramma waar ik uitdrukkelijk in geschreven had van kijk, als wij goed willen georganiseerd werken, dan is er minstens bijvoorbeeld maandelijks of tweemaandelijks – om het even – een overleg nodig tussen de verschillende partijen, via de fractievoorzitters of bepaalde werkgroepen en dergelijke om de denktank mee in gang te zetten. En communicatie kan in deze stad pas lukken als er een denktank is waar iedereen aan kan participeren. De mensen in de buurten, maar ook de politici zelf. En dat men niet met politieke spelletjes mensen aan de kant zet of uit allerhande organen houdt, daar haalt men niets mee. Dat is tegen de dialoog. Dus men moet zeer consequent zijn als men spreekt over communicatie en dialoog.

U hebt het over het ‘cordon sanitaire’?

PM: Ondermeer, maar ik stel het niet alleen als Vlaams Belanger vast. Ik heb ook vastgesteld dat andere oppositiepartijen in het verleden nauwelijks aan de bak kwamen in dat debat. Het cordon sanitaire is daar één aspect van, maar ik stel vast dat de oppositie in zijn totaliteit een noodzakelijk kwaad is in deze stad. Ze is er en ze mogen op de gegeven momenten hun mond opentrekken en dan is het ook gedaan. Maar structureel overleg waar voor en tegen, waar oppositie en meerderheid met elkaar samen denken, dat is meer nodig. Ik verwijs dan ook naar de geest van het nieuwe gemeentedecreet waar het de bedoeling is om de participatie van de politieke strekkingen open te trekken. Ik merk daar hier op dit moment in Turnhout zeer weinig van. Als ik zie hoe men bijvoorbeeld vanuit de meerderheid de macht naar zicht toe blijft trekken door de gemeenteraad opnieuw in handen te blijven geven van de burgemeester, door bijvoorbeeld de voorzitters van de gemeenteraadscommissies toch weer in handen te houden van de meerderheidspartijen, dan zeg ik: ja, dit is een gemiste kans, dit is het decreet niet goed gelezen of niet willen lezen.

Woonstad op mensenmaat, lees ik hier. Uniek woonconcept, wat zegt u daarop?

PM: Wel, Turnhout moet initiatieven nemen op woongebied. Dat was, denk ik, één van de punten waar in de verkiezingscampagne het iedereen over eens was. Er moet geïnvesteerd worden om deze stad bewoonbaar te maken. En daarmee bedoel ik dan niet dat er nu niemand woont, maar dan bedoel ik dat die stad een aantrekkingspool moet zijn voor bijvoorbeeld jonge gezinnen om die te stimuleren om in onze stad te komen wonen. We moeten inderdaad onze stad verruimen met mensen die er willen komen wonen, leven en werken en met ons samenleven.

Mobiliteit met veiligheid als prioriteit, daar komt het terug: mobiliteit. Dat zal niet gemakkelijk zijn.

PM: Dat wordt niet gemakkelijk, en ik ga het straks in de gemeenteraad ook zeggen dat toch wel een verstandig man als de vorige schepen van Mobiliteit daar zich eigenlijk op stukgelopen heeft omwille van de onmogelijkheid waarmee dat dossier goed kon georganiseerd worden. Ik wens de jonge dynamische schepen die nu in zijn plaats zit het allerbeste en vooral veel sterkte toe, want dat gaat een harde noot om kraken worden. Nu is dat ook een dossier waarin men realistisch moet zijn. We hebben hier bij radio TOS eens een debat gehouden met alle fracties. Toen was iedereen het er eigenlijk over eens dat dat een dossier is dat doordacht, langzaam en vooral écht heel verstandig moet aangepakt worden: waar er moet geëxperimenteerd worden, waar moet gezien worden wat is mogelijk en wat onmogelijk is. Ik denk dat deze schepen daar een harde dobber aan gaat hebben, want niemand zal echt altijd tevreden zijn, er zullen altijd critici blijven. Ik denk dat het de kans is van het beleid nu, om daar iets aan te doen, maar ik zeg het opnieuw: ik hou mijn hart toch wel een beetje vast.

Op uw terrein: het veiligheidsgevoel, een actieve rol voor de wijkagent en de stadswacht.

PM: Wel, dat blijft een belangrijk punt als we de recente politiestatistieken van vorige week dacht ik – nog maar lezen. Dan merken we dat veiligheid inderdaad een zorg blijft in onze stad. Er is heel wat criminaliteit die dus echt de mensen wel stoort en bang maakt. Wij zijn er voorstander van dat men de buurtinformatienetwerken uitbouwt. Dat is ook een vorm communicatie met de burger in zijn straat: dat hij zich veilig voelt, dat hij kan overleg plegen met zijn wijkagent, met de stad als dusdanig, dat er kan gesignaleerd worden. Het zijn eigenlijk samenwerkingsverbanden. Als ik merk dat in de gemeenten rondom ons, of in tal van gemeenten rondom ons, die buurtinformatienetwerken reeds operationeel zijn en ik zie dat er in Turnhout van de elf wijken eigenlijk nog maar twee buurtinformatienetwerken echt operationeel op actief zijn, ja dan vind ik dat dus eigenlijk wel heel erg en dan moeten we daar echt dringend werk van maken, want de burger – van waar hij ook komt en wie hij ook is -, moet zich in deze stad kunnen veilig voelen. Er is daar nog heel wat werk aan de winkel.

Hoe worden die netwerken opgericht?

PM: Wel dat is dus binnen de politiestructuur; binnen de politiezone moet elke stad dan een initiatief nemen om die netwerken uit te bouwen. Een aantal gemeenten zijn daar al verder mee.

Komt dat vanuit de basis of komt dat vanuit de politie naar de basis toe? Hoe gebeurt dat eigenlijk?

PM: Wel, dat is eigenlijk een tweerichtingsverkeer. Het is voorzien in de lokale politiestructuur. De uitdaging is om inderdaad heel dicht bij de burger te komen staan. De stad, het bestuur, kan daar in participeren door van zijn kant met die politie samen te werken precies om die dialoog tussen burger en politiediensten op mekaar af te stemmen. Ik denk dat het dringend nodig is dat de stad daar initiatieven neemt.

Ik zie hier nog: dynamische stad voor leren werken en ondernemen, nieuwe bedrijventerreinen met voorbeeldfunctie, wat begrijp je daaronder?

PM: Ik heb dat ook gelezen en ik zou eigenlijk ook wel van de meerderheid willen weten wat ze daar nu precies mee bedoelt, met die voorbeeldfunctie. Dat is natuurlijk allemaal mooi gezegd, maar de realiteit is wat ze is. Industrie is in een stad als Turnhout nodig, dat moet geen wildgroei zijn, maar dat moet gecontroleerd en binnen de perken, binnen de normen en binnen leefbaarheid van die stad gecreëerd worden. Ik denk dat de stad daar in eerste orde aan moet werken en al die grote benamingen die men daaraan geeft, die laat ik liever voor wat die zijn, want die zeggen eigenlijk niets.

Ook een multiculturele centrumstad waar altijd iets te beleven is…

PM: Ja, wel wij gebruiken eigenlijk veel liever – zoals in de Warande trouwens – het begrip ‘intercultureel’ waar eigenlijk mensen mekaar ontmoeten. Dat is de filosofie die enkele jaren geleden in de Warande en ook binnen het Cultuurdecreet tot stand is gekomen. Men spreekt over interculturaliteit waar culturen met mekaar omgaan, waar ze hun eigenheid kunnen behouden langs de ene kant, maar anderzijds zeer sterk met mekaar moeten kunnen samenwerken. Multicultuur is eigenlijk de “melting-pot” en dat is allemaal eigenlijk ongedefinieerd. Een stad waar veel te doen is, is een verdienste ook van de voorbije legislatuur. De stad heeft een uitstraling gekregen, ik denk aan de Vrij-dagen. We kunnen discussiëren over de modaliteiten waarop die georganiseerd worden, maar dat die er zijn, dat is een verdienste van de stad. Het geeft de stad een uitstraling en dat moet absoluut behouden blijven; daar zijn we van overtuigd.

Dan lees ik hier nog een punt: zorgzame stad voor zijn burgers. Duidelijke taal – onwetendheid wegwerken…

PM: Ja, dat is juist. De burger moet geïnformeerd worden, de burger moet als hij vragen heeft, terecht kunnen bij onze diensten. Onze stad moet zorgen voor zijn burger, het mag niet meer zijn dat burgers de communicatie met de overheid niet begrijpen, niet kunnen lezen omwille van het jargon op de techniciteit. Ik denk dat een stad echt met zijn burgers goed moet communiceren en de kansen moet geven dat die burger informatie kan vragen opdat hij te weten komt wat hij wil te weten komen.

We zijn nu door dat beleidsplan doorgefietst aan grote snelheid. Zijn er dingen die u nog speciaal opgevallen zijn?

PM: Een ding wil toch wel onderstrepen. Een grote zorg van onze partij is ook altijd geweest dat de afstemming van het OCMW en het stadsbestuur op elkaar een blijvende prioriteit blijft. Vandaar dat wij ook betreurd hebben bij de installatievergadering dat de OCMW-voorzitter niet opgenomen is in het schepencollege. Wij vinden dat een gemiste kans. Dit had een mogelijkheid geweest om die twee beleidsstructuren en beleidsniveaus dichter bij mekaar te brengen, veel intensiever en structureler te doen communiceren met elkaar. We zitten nu in het oude straatje, alles blijft zo’n beetje wat het is. Wij vinden dat dus daar zeker aan moet gewerkt worden. Zeker in functie ook van het ziekenhuisdossier dat dus ook nog zeer actueel is, zoals u weet, en dat precies het dossier is dat onze centen zal gaan aanspreken.

Op welke manier gaat Paul Meeus – het Vlaams Belang – oppositie voeren? Gewoon dooreen njet-houding aan te nemen of gaat u constructief in de oppositie meewerken?

PM: Wij hebben nu twaalf jaar ervaring in de gemeenteraad hier. Wij hebben nooit aan negativisme gedaan, aan afbraak, aan nee-om-nee-te-zeggen. Wij hebben altijd constructief meegewerkt. En ik bedoel daarmee dat we in een aantal moeilijke dossiers – het KV-Turnhout dossier bijvoorbeeld en ook het BREPOLS-dossier – ook altijd een constructieve houding hebben aangenomen. We gaan ervan uit dat wat goed is, dat dat ook moet kunnen gezegd worden, dat over details kan gediscussieerd worden, maar dat we in grote lijnen moeten zien wat is hier goed voor onze burger. Waar kunnen we onze stad mee vooruit helpen op sociaal vlak, op economisch vlak, op allerhande andere vlakken,…? Daar willen wij aan meewerken. We hebben altijd constructieve oppositie gevoerd en dat zal in de toekomst niet anders zijn. Wij gaan wel duidelijker dan in het verleden oppositie voeren omdat ook onze opdracht is veranderd als Vlaams Belang, als grootste oppositiepartij. Steeds meer mensen hebben hun vertrouwen aan ons gegeven. Wij nemen de verantwoordelijkheid op om ook steeds meer mensen te vertegenwoordigen en ook te laten horen dat er een andere stem in de stad is die kritiek geeft, duidelijk kritiek geeft, maar die anderzijds ook opbouwend wil meewerken en constructief wil meewerken en we hopen dat we daartoe ook de kans krijgen. Want die kiezers van ons zijn ook wel burgers van deze stad, natuurlijk.

Gaat u als woordvoerder optreden? Of gaat er een zekere specialisatie gebeuren binnen uw fractie?

PM: Ja, dat is dus inderdaad een nieuwe stijl die wij ons zullen aanmeten. Er zijn een aantal mensen die zich zullen specialiseren in de loop der jaren in een aantal dossiers. Het zal dus niet langer zo zijn dat ik – dat was een afspraak vroeger – alleen de woordvoerder was. Er zullen nu ook meerdere mensen zijn en dat doet mij veel plezier, want dat zal bewijzen dat wij inderdaad talent in huis hebben gehaald, dat wij onze basis en onze slagkracht hebben kunnen verruimen en dat wij niet alleen meer zetels hebben, maar ook mensen in huis hebben inderdaad hun zeg zullen doen. Het Vlaams Belang zal er met meer stemmen dan één staan.

Paul Meeus bedankt voor uw komst naar de studio.

PM: Graag gedaan.

Steven Joosten
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...