Gespleten tong

We hadden ervoor gewaarschuwd: met zijn stelling dat MR-voorzitter Didier Reynders “gecompenseerd” zou moeten worden voor een volstrekt legitieme eis als de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (zie actueel 13 augustus), opende Jean-Marie Dedecker de doos van pandora. Dat de LDD-kopman in een Franstalige krant suggereerde dat er best te praten viel over de gegarandeerde vertegenwoordiging van de Vlamingen in Brussel, is de Franstaligen niet ontgaan. Bernard Clerfayt, FDF-staatssecretaris en burgemeester van Schaarbeek, nam de gelegenheid onmiddellijk te baat om in Le Soir (18 augustus) te pleiten voor “strenge taalregels die gelden voor overheden, en die rekening moeten houden met verdeelsleutels, aan te passen aan de sociale realiteit in Brussel”. De FDF’er vindt dat de 120.000 Franstalige kiezers in de Vlaamse Rand maar dezelfde garanties moeten hebben als de 60.000 Vlaamse kiezers in Brussel: 17 zetels in het Vlaams Parlement en een minister in de regering.

Compensatie nodig?

Het zal voor de lezer van deze webstek wel duidelijk zijn: het Vlaams Belang en de brede Vlaamse Beweging zullen niet aanvaarden dat voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde welke prijs dan ook wordt betaald. Die splitsing is immers perfect in overeenstemming met een arrest van het Grondwettelijk Hof én met de Grondwet. De ‘onverwijlde splitsing zonder prijs’ staat daarenboven zwart op wit in het Vlaams Regeerakkoord geschreven, dat in 2004 door CD&V/N-VA, Open VLD en SP.A werd ondertekend. Of zoals toenmalig SP.A-voorzitter Steve Stevaert het stelde: “Die splitsing moet er komen. Franstaligen moeten bij ons geen stemmen komen ronselen, dat is niet meer dan redelijk, en daarom wil ik voor de splitsing ook geen prijs betalen." (Het Volk, 11 juni 2004)

Kan iemand mij trouwens eens uitleggen waarom sommige Vlamingen de Franstaligen mordicus willen ‘compenseren’ voor iets waar we gewoon récht op hebben? Waarom zouden we iemand als Didier Reynders moeten ‘compenseren’, de man die zijn Franstalige landgenoten zelfs in 100 procent Vlaamse gemeenten als Londerzeel en Asse oproept om “altijd en overal” Frans te spreken, “ook al antwoordt men u in het Nederlands”. Dezelfde Reynders die in een verkiezingsfolder schreef dat zijn partij “de uitbreiding eist van de Brusselse Regio naar gemeenten waar een significante francofone aanwezigheid bestaat. (…) Als er een vaderland bestaat voor Franstaligen, dan is dat een Franstalig vaderland, een Franstalig België”. Compensatie voor B-H-V? Geen sprake van!

‘Bon Belge’ in Wallonië

De jongste week viel me andermaal op hoezeer Vlaamse politici die aan de Vlaamse publieke opinie stoer verklaren dat het nu maar eens gedaan moet zijn met geven en toegeven, aan de andere kant van de taalgrens een heel ander verhaal brengen. In de Franstalige media profileert men zich als ‘redelijk’ en ‘compromisbereid’. Als ‘bon Belge’.

Het gevolg daarvan is onder andere dat vanuit Vlaanderen jaarlijks meer dan 12 miljard euro – liefst 2.100 euro per Vlaming – naar het zuiden van het land stroomt, en dat wij in ruil zelfs geen greintje dankbaarheid krijgen. Dat in Brussel de taalwetten stelselmatig met de voeten worden getreden, maar de Vlamingen braafjes laten begaan. Dat wij de meerderheid van de bevolking in dit land uitmaken, maar in de regering-Leterme de Franstaligen in de meerderheid zijn.

Iemand als Rik Daems die zich zorgen maakt over de radicalisering in Vlaanderen en verklaart dat hij sinds zijn huwelijk met een Franstalige “meer begrip kan opbrengen voor wat aan de andere kant van de taalgrens leeft”: het hoeft van een Open VLD’er niet te verbazen. Maar ook LDD is in Le Soir en La Libre Belgique plots een stuk minder republikeins en Vlaams-nationaal. Yves Leterme is hier schijnbaar de Grote Staatshervormer, maar op de RTBF-radio laat hij verstaan dat ‘koninklijk bemiddelaar’ Lambertz best een punt heeft wanneer die zegt dat er geen staatshervorming komt voor 2010. Al dient natuurlijk gezegd dat Leterme, die vorige week nog stelde dat de IJzertoren voor hem niets meer is dan een richtpunt voor een fietstocht naar de kust (Humo, 12 augustus), ook benoorden de taalgrens heel wat dubbelzinnige signalen uitstuurt. Kortom, de gespleten tong blijft – helaas – een handelsmerk van nogal wat Vlaamse politici.

De evoluties en verklaringen van de voorbije weken hebben wel een en ander duidelijk gemaakt. Bijvoorbeeld dat er, luidens de uitspraken van de drie Franstalige ‘bemiddelaars’, ten vroegste in 2011 over een grondige staatshervorming kan worden gesproken. De militanten en kiezers van CD&V en N-VA weten nu waar ze staan. Maar eveneens werd duidelijk dat Vlaanderen slechts één geloofwaardige en consequent Vlaams-nationale partij telt. Die partij dat zijn wij, dat is het Vlaams Belang.


Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...