Een partij, niet zoals alle andere

 

Toespraak ter gelegenheid van het openingscollege politicologie aan de UGent

Gemiddeld om de twee jaar hebben wij in België een verkiezing. Een politieke wel te verstaan. Ik reken de miss-verkiezingen en het televoten tijdens het Eurovisie-songfestival niet mee. Moest het aantal verkiezingen per jaar en het aantal parlementen per vierkante meter een maatstaf zijn, dan waren wij wereldkampioen in de democratie. Quod non.
Ach natuurlijk, verkiezingen zijn nodig, al was het maar om te zien of de opiniepeilingen kloppen.

Maar de politieke moeheid bij Jan Modaal sluimert. De mensen worden hét beu: verkiezingen die niks veranderen, politici die daags nadien hun beloften inslikken en toch weer dezelfde coalities fabriceren.

Hoeveel verkiezingen we ook organiseren, de anti-politiek groeit. Boven en buiten alle partijpolitiek stemt de Vlaming vooral “Neen”. En ja, die bubbel van het ongenoegen verplaatst zich wel af en toe vn partij naar partij, maar ze is nooit weg. We leven dus wel degelijk in een regimecrisis. De vraag is dan, of een “normale”, met het regime en het politiek establishment verbonden partij, hier nog wel soelaas kan bieden.

En de vraag is meteen ook, of een partij die zich buiten het systeem opstelt, niet noodzakelijk is, om die regimekritiek te kanaliseren én de democratie te redden. EN om een perspectief te bieden op iets nieuws, iets écht anders.

Laat ik beginnen met een politiek feit dat zijn gelijke niet heeft in de na-oorlogse geschiedenis van Europa.

Op 10 mei 1989 ondertekenden Herman Van Rompuy (CD&V), Frank Vandenbroucke (sp.a), Annemie Neyts (Open Vld), Paul Van Grembergen (VU) en Jos Geysels (Agalev) een protocol waarin ze elkaar plechtig beloofden om, -en ik citeer-:

“Geen politieke akkoorden af te sluiten of afspraken te maken met het Vlaams Blok, noch in een kader van democratisch verkozen organen op gemeentelijk, provinciaal, gewestelijk en Europees niveau, noch in het kader van verkiezingen voor de genoemde niveaus.” Einde citaat.

Een afspraak die men zou blijven houden, ook op het moment dat één miljoen Vlamingen voor onze partij koos, en dus eigenlijk monddood werd gemaakt. Moet kunnen, zullen sommigen zeggen, in de 19de eeuw mocht ook niet iedereen zomaar gaan stemmen.

In 2001 komt pas de echte aap uit de mouw, wanneer onze Vlaamse overheidsomroep een nota produceert, getiteld, “De VRT en de democratische samenleving”, waarin woordelijk het volgende staat:

“Het criterium moet (…) niet zijn dat we alle partijen evenredig aan bod laten komen, maar wel dat (1) enkel journalistiek relevante standpunten weergegeven worden; en (2) dat het Blok geen politieke partij als alle andere is.”

Ook deze nota is tot op vandaag niet officieel herroepen. Het Vlaams Belang wordt dus door de media én door de staatsomroep gekwalificeerd als “geen politieke partij zoals de andere”.
Als dat waar is, betekent het dat alle andere politieke partijen zijn zoals alle andere, of, korter gezegd: allemaal dezelfde, één pot nat. Dank u VRT, voor het compliment!

Want is het dat niet wat een kiezer zoekt: “een partij, niet zoals de andere”?,- een partij dus die het verschil maakt? Waarin we dan zo verschillen, dat zegt de VRT niet. Sta me toe, dames en heren, om dat in een kort tijdsbestek zelf proberen te omschrijven. En de kritische geesten onder u meteen te overtuigen waarom een Vlaams-Belang-stem in Vlaanderen en (tot nader order in België) wel degelijk nuttig en noodzakelijk is.

Ten eerste, en dat kan niemand ontkennen, zij wij een partij die scherp analyseert, ideeën levert en concrete oplossingen voorstelt, “out of the box”, zoals dat heet. Buiten het stramien van de politieke correctheid. Ideeën die dikwijls hun tijd vooruit zijn. Inzichten die nu pas her en der worden nagepraat, weliswaar in een verdunde of gewatteerde vorm. En die zelfs nu in de ons omringende landen als beleidsvisie opgang maken.

Wat 20 jaar geleden als “politiek incorrect” werd beschouwd –zoals onze visie op de Europese identiteit, multiculturaliteit, de islam, de migratie en veiligheid- is nu mainstream en wordt zelfs bij ons door links overgenomen. Lees er de columns van Groen-voorman Luckas van der Taelen op na. Moest er een copyright bestaan op maatschappelijke visies, dan zaten de andere partijen dus zonder twijfel met een probleem.

Voor ons is er hier geen probleem. Als ideeënpartij gaan wij voor een programma, niet voor de promotie van BV’s. Het zenuwcentrum van het Vlaams Belang is dan ook zijn studiedienst en kenniscentrum, waar opvallend veel jong volk, mensen van uw leeftijd, aan de slag is.
Samen proberen wij het huidige systeem tot op het bot te fileren, én een verhaal te schrijven voor de toekomst,- ik zou zelfs durven zeggen: een groot verhaal.

En dat groot verhaal, die uitdaging is: resoluut breken met de Belgische ziekte, en Vlaanderen tot een betere plek maken, als vrije, onafhankelijke republiek in een confedraal Europa. Een republiek die een eigen koers durft te varen, economisch, sociaal, en cultureel. En in dat toekomstdenken durven wij, ja, moeten wij, ons radicaal opstellen.

Dat brengt me tot een tweede kenmerk van een partij “niet zoals alle andere”: wij sluiten machtsdeelname niet uit maar voor ons zijn inhoud en principes niet verhandelbaar. Zij zijn even goed gediend vanuit de oppositie, waar het Vlaams Belang zich van nature goed voelt.
Oh, ik hoor u denken, “natuurlijk”, het zijn caractériels”. De geuzenmentaliteit is ons inderdaad niet vreemd, en het Koninklijk Paleis heb ik als VB-partijvoorzitter nog nooit van binnen gezien. En we willen het zo houden, als waakhonden en klokkenluiders.

Want het is een gevaarlijk misverstand om te denken dat men alleen voor zogenaamde beleidspartijen moet kiezen. Zij hebben natuurlijk de luxe om héél vele goed betaalde postjes tijdens coalitie-onderhandelingen over tafel te schuiven en compromiskes te sluiten. Die zullen aan ons voorbij gaan. Maar dat maakt ook juist onze integriteit uit: men wordt geen Vlaams-Belang-politicus om gouverneur van Oost-Vlaanderen te worden.

Wij zijn dus in essentie een “zweeppartij”, die inspireert, ja soms prikkelt of uit de tent lokt, en net daarom het gesloten spel van de formele democratie en de ons-ken-ons-cultuur doorbreekt. En dat geldt zowel voor de nationale als voor de locale politiek. Een democratie zonder echte oppositie is een Noord-Koreaanse democratie.

Ook op lokaal vlak zullen wij dus ongecomplexeerd onze rol van waakhond en stok-achter-de-deur blijven spelen. Omdat democratie maar deugt als iemand buiten de consensus gaat, en erop wijst dat de keizer geen kleren aan heeft.

En zo kom ik als vanzelf bij ons inhoudelijk verhaal. Weet u, beste toehoorders, ik ben geen politoloog en nog minder filosoof, maar jurist van opleiding. Ik studeerde niet, ik “deed” rechten, zoals men vroeger zei.

Toch ben ik er steeds meer van overtuigd dat onze Westerse traditie van vrijemeningsuiting, de aloude dialectische idee van these en antithese, en het inzicht dat ideeën moeten kunnen botsen, uniek is, en een gevecht meer dan waard.

Het Vlaams Belang denkt in dat opzicht veel authentiek-Europeser dan de zelfverklaarde Eurofielen. Wij zijn fervente democraten én Europeanen. Wij zijn tegen elke vorm van totalitarisme en geloven dus NIET in laksheid ten opzichte van intolerante wereldbeschouwingen. Denk aan het incident met de Mohammed-cartoons. Denk aan de massa-hysterie vandaag in Arabische regio’s zoals Libië, Egypte, Pakistan en zelfs hier in Borgerhout, omdat een of andere Amerikaan op een blauwe maandag een dom islam-onvriendelijk filmpje in elkaar heeft geknutseld. Hebt u die hysterie gezien nav Life of Brian van Monty Python? Ik niet. En maar goed ook.

Wij kunnen niet de islam blijven koesteren als één van de vele mooie plaatjes in de multiculturele etalage, en blind blijven waar die islam zelf wereldwijd een nieuwe monocultuur wil installeren. Rn dan heb ik het zelfs over sommige officiële door België erkende islamitische regimes.

En we bevinden ons hier trouwens in goed gezelschap, want niemand minder dan Salman Rushdie zegt in een interview in DS vorige week juist hetzelfde.

Het Vlaams Belang vindt dus dat wij assertief op onze strepen moeten durven staan. Vanuit de ruimte bekeken zijn alle culturen misschien gelijk, maar vanuit onze mensengeschiedenis bekeken zijn er geëvolueerde en minder geëvolueerde. Binnen haar eigen ruimte, dus zeker in West-Europa, moet onze Westerse cultuur van de moderniteit zich als “leidcultuur” durven voorop stellen, waaraan alle andere invloeden en cultuurimmigraties moeten worden afgemeten. Ziet het Belgisch regime dat anders, dan is dat net een reden te meer om dit regime in vraag te stellen.

Dat brengt ons op punt vier van ons politiek “anders-zijn-dan-de-anderen”: het Vlaams Belang ziet in de Belgische staat, hervormd of niet, geen enkele meerwaarde, maar dat wist u waarschijnlijk al.

Ons verblijf in België, als oppositiepartij, is er een met het oog op een nieuwe natievorming. Zoals de Vlaming mentaal al afscheid aan het nemen is van België, bereiden wij de Vlaamse staatsvorming voor. De gemeenteraadsverkiezingen zullen in dat opzicht niets anders tonen: ook op lokaal vlak zijn de republikeinse accenten duidelijk.

Alleen al om onze welvaart en ons welzijn veilig te stellen moeten we UIT het Belgische paradigma breken, en gaan voor een propere boedelscheiding, via een onmiddellijke en éénzijdige soevereiniteitsverklaring, gevolgd door interstatelijke onderhandelingen.
Dat is ook het grote verschil met onze concurrent, hier links/rechts naast mij. Gerolf Annemans heeft daar een lijvige blauwdruk voor uitgewerkt, bij mijn weten nog altijd het enige, in zijn boek “O2-zuurstof voor Vlaanderen”. Een boek dat u niét op de boekenbeurs zult vinden omdat het Vlaams Belang daar geweerd wordt. En waarvan een Brusselse rechtbank zelfs beslist heeft dat het onder die titel en met dat logo niet meer mag verschijnen. Ik zou zeggen, beste mensen: kopen of lezen op e-books! Want boeken die op de index geplaatst worden, die zijn pas interessant,- zo heeft het verleden ons geleerd.

Voor ons dus geen confederalistische face-lift. Wij gaan resoluut voor een heruitgevonden democratie die zich losmaakt van de 19de eeuwse natiestaat. Een “new deal” rond een nieuwe Vlaamse burgermaatschappij. Een warme samenleving ook, die wat ons betreft ook een stevige sociale poot moet hebben. Voor ons heeft het woord “volksnationalisme” alles te maken met sociale solidariteit en zorg voor wie het echt nodig heeft.

En dat brengt me tot de vijfde en laatste goede reden waarom een Vlaams-Belang-stem meer dan nodig is. Een stad als Antwerpen bestaat vandaag uit pakweg één derde allochtonen, waarvan ongeveer 20% niet eens een Europese taal spreekt. Met als resultaat o.m. een desastreuze achteruitgang van het lokale onderwijsniveau. Voor Gent zijn de cijfers gelijklopend. Mijn partij viseert géén mensen, maar wel een systeem dat de migratie totaal uit de hand heeft laten lopen, en daarenboven nauwelijks of geen inburgeringsvoorwaarden stelt. De fundamentele vraag is dus: welk percentage anderstalige vreemdelingen een gemeenschap kan verdragen, alvorens ze desintegreert.
De overheden, nationaal en lokaal, blijven bovendien schromelijk in gebreke inzake een andere fundamentele kerntaak, namelijk het beschermen van hun burgers.

Want ja, we zitten opgescheept met een uit de pan swingende criminaliteit, mede dankzij onbestaande grenzen, waar de misdaadbendes vrolijk over fietsen.

En ja, onze gevangenissen zitten overvol met niet-Belgen (50 à 60%, zegt justitie zelf).
En ja, er is een levensgroot probleem van waardenconflicten en andere normen bij sommige allochtonen, die bijna allemaal vasthouden aan een dubbele nationaliteit.

Daarom hebben wij “veiligheid” als campagnethema gekozen voor deze lokale verkiezingen. En ook hier zou ik zeggen: “Weigert alle namaak”, want alle partijen proberen er momenteel electorale munt uit te slaan.

En ja, ik weet het, de affiches van Igor, Malik, Saïd en Frans hebben de goegemeente weer eens gechoqueerd. En al wie Frans heet, heeft zijn beklag gemaakt bij onze communicatiedienst. Maar dat rechttoe-rechtaan is ook onze stijl: niet verbloemen, maar zeggen waar het op staat. Aan alle partijen die vandaag als bij toeval de zero-tolerantie hebben boven gehaald: de boodschap op die affiches, dat is zerotolerantie.

En als u mij vraagt, welke oplossingen wij voorstellen, dan zeg ik: van twee één. De overheid moet de fysieke onveiligheid wegnemen door een efficiënte criminaliteitsbestrijding en een rigoureus uitwijzingsbeleid. Buitenlandse criminelen horen in buitenlandse gevangenissen thuis. “Zonder pardon”, zoals onze slogan zegt.

Maar het onveiligheidsGEVOEL, het feit dat oudere mensen ’s avonds zelfs de deur niet meer uit durven, dat jongeren amper nog veilig kunnen fuiven, is zelfs niet alleen op te lossen met meer blauw op straat of strengere gevangenisstraffen. Dat zijn maar voorwaarden om tot iets anders te komen,- namelijk tot een nieuw en sterk sociaal weefsel, waardoor dat blauw op straat misschien zelfs niet meer nodig is.

Mensen moeten het gevoel krijgen dat de straat, de publieke ruimte, van hen is, en niet van de amokmakers, gauwdieven of drugdealers. Mensen moeten de reflex krijgen van gezamenlijk een stel brutale snotneuzen aan te pakken, in plaats van weg te kijken wanneer die een buschauffeur bedreigen.

Mensen moeten Vlaanderen, hun dorp, hun gemeente, hun stad, hun buurt, hun straat, zien als hun thuis, hun tuin, hun eigen dom … eigen domein, jawel, letterlijk hun “res publica”, waarvoor ze opkomen. Iets dat hen beschermt, maar dat ze ook zelf willen verdedigen en zich emotioneel mee willen verbinden. Noem het “nestwarmte”, zin voor eigenheid en collectieve identiteit, of voor mijn part zelfs gezond chauvinisme.

Ras of kleur interesseren ons niet, geloof me. Wel het recht van de modale Vlaming op een thuisgevoel. “Il faut cultiver son jardin”, zoals Voltaire het in Candide zegt. En daarvoor moeten wij dezelfde taal spreken, letterlijk en figuurlijk. Pas dan kan men het met elkaar op een beschaafde manier oneens zijn.

Het hangt dus allemaal aan elkaar, beste dames en heren, van klein tot groot en van groot tot klein: een geloof in de waarden van de Europese Verlichting, een kritische kijk op het multiculturalisme, streven naar een republikeinse civil society, de zoektocht naar identiteit, tot en met de zorg voor een leefbare en veilige stek, – het zijn allemaal pijlers van één consistent programma. Voor ons geen gekapt stro of elders weggeplukte ideetjes. Of zoals de VRT het zegt: wij zijn “geen politieke partij zoals alle andere.”

“Hoe zien wij de verkiezingen tegemoet?” vraagt mij tot slot professor Devos.
Mijn antwoord: “Zoals dolfijnen een storm tegemoet zien. Blijven zwemmen, en liefst tegen de stroom in, dat stuurt beter”.

Ik dank u en wens u veel succes met uw academische carrière.

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...