De media en het Vlaams Belang

Media denken graag in hokjes. Sommigen worden heilig verklaard – Obama bijvoorbeeld – en anderen worden verketterd – zoals Berlusconi. Journalistieke afstandelijkheid en nuance zijn ver zoek. Nu valt er over de financiële en seksuele escapades van de Italiaanse premier ongetwijfeld heel wat te vertellen, maar op het einde van de rit zijn het niet de Belgische journalisten maar de Italiaanse kiezers die beslissen wie hun land moet leiden. Een VRT-journaliste leek dat diep te betreuren en riep in de Zevende Dag wanhopig uit: “Maar hoe is dat toch mogelijk, dat die Italianen ondanks alle schandalen voor Berlusconi blijven stemmen?” Het antwoord was vlug gevonden: Berlusconi heeft de vrije pers in zijn land gewurgd en de omroepen voor zijn karretje gespannen. Conclusie van de journaliste: “Een vrij en onafhankelijk nieuws is een illusie in Italië”…

We nemen aan dat nogal wat Vlaamse kijkers bij die tendentieuze uitspraken eens goed gelachen hebben en zich de bedenking maakten: alsof het nieuws in Vlaanderen en bij de openbare omroep zo vrij en onafhankelijk zou zijn.

Grijze eenheidsworst

Berlusconi is natuurlijk een aantrekkelijke en gemakkelijke schietschijf voor de gestroomlijnde media én een handige bliksemafleider voor het eigen falen. Want de toestand van de media in eigen land is zorgwekkend. Zopas verscheen – onder redactie van Johan Sanctorum en Frank Thevissen – een onthullend boek over “Media en Journalistiek in Vlaanderen”. Het boek is – een beetje provocatief – in het bekende rood-witte Marlborojasje gestoken en kreeg de in vet gedrukte boodschap mee: “Media kunnen uw gezondheid ernstig schaden”. Aan het boek werkten bekende namen uit de mediawereld mee: Karel Anthierens, Siegfried Bracke, Bert Cornelis, Jos De Man, Jef Lambrecht, Kim Duchateau, Guido Naets, Jan Neckers, Johan Sanctorum, Wim Schamp, Frank Thevissen, Jef Turf, Luc Van Braekel, Roger Van Houtte, Filip Van Laenen.

Het boek is een kritische doorlichting van het Vlaamse medialandschap in al zijn aspecten. Sommige journalisten en redacties houden er duidelijk niet van dat iemand hen een spiegel voorhoudt, want het toch wel belangrijke en lezenswaardige boek werd zowat overal hardnekkig doodgezwegen.

Dat in het lijstje van mede-auteurs namen opduiken als Siegfried Bracke, Jef Lambrecht en Jef Turf, mag sommigen verbazen, maar geeft wel een meerwaarde aan het boek. Sanctorum en Thevissen zijn er immers in geslaagd de brede opiniewaaier, van links tot rechts, aan bod te laten komen in hun boek. Dat die opiniewaaier in de Vlaamse media zelf niet of veel te weinig zijn gading vindt, is een van de vaak weerkerende klachten in het boek.

Raad van State

De VRT werd deze zomer door de Raad van State zwaar op de vingers getikt. Wegens discriminatie. In de aanloop naar de verkiezingen van 10 juni 2007 organiseerde de openbare omroep enkele grote ‘kanseliersdebatten’ met Guy Verhofstadt, Yves Leterme en Johan Vande Lanotte, de zogenaamde ‘kanidaat-premiers’. Toenmalig Vlaams Belang-voorzitter Frank Vanhecke pikte het niet dat hij niet mocht deelnemen aan de verkiezingsdebatten en trok met een klacht naar de Vlaamse Regulator voor de Media. De VRM gaf Vanhecke gelijk en stelde dat de VRT zijn “verplichtingen van niet-discriminatie en van politieke en ideologische onpartijdigheid niet nakwam.” De VRT ging in beroep bij de Raad van State maar kreeg ook daar het deksel op de neus. Volgens de rechters heeft de VRT de kijkers en kiezers bewust “misleid”.

Bij de openbare omroep zitten ze erg verveeld met de zaak. Kris Hoflack – chef van de VRT-nieuwsdienst – erkende (Knack, 23.09.09) dat “we het Vlaams Belang duidelijk niet behandeld hebben als een andere partij”. En dat had zo zijn reden. In de jaren negentig, verklaart Hoflack, werd het Vlaams Blok steeds groter en “dat konden we toch niet zomaar laten gebeuren. We moésten iets doen.” Waarmee nog maar eens bewezen is dat de zelfverklaarde ‘democraten’ soms grote moeite hebben met de uitslag van democratische verkiezingen (Berlusconi, Haider, Vlaams Belang…).

Het gevolg is bekend: een niet-aflatende moddercampagne, wilde verdachtmakingen en regelrechte nieuwsmanipulatie. Die aanpak werd zelfs in een officiële nota gegoten: “De VRT en de democratische samenleving.” Als je censuur maar overgiet met een democratisch sausje, krijg je het wel verkocht. In de nota staat letterlijk te lezen “dat het verantwoord is om vertegenwoordigers van het Vlaams Belang niet aan het woord te laten in nieuws- en debatuitzendingen.” De censuurnota kreeg niet alleen applaus van de traditionele partijen, maar ook de officiële beroepsvereniging van Belgische journalisten. Dat moet een van de dieptepunten zijn in de geschiedenis van de Belgische pers.

Kwaliteitspers?

Hebben wij hier, in vergelijking met onze buurlanden, wel zoiets als een ‘kwaliteitspers’? Na lezing van het boek ‘Media en Journalistiek in Vlaanderen” zijn wij geneigd om daar luid ‘neen’ op te zeggen. Het vertrouwen in de pers is ver zoek en dat hebben redacties, uitgevers en journalisten in niet geringe mate aan zichzelf te danken. De commercialisering lijkt niet te stuiten. Vervlakking, verpulping en goedkope sensatiezucht grijpen om zich heen. Politieke druk is nooit ver weg. Guy Verhofstadt noemde de greep van Berlusconi op de pers een “gevaar voor de Europese waarden”. Het is dezelfde Verhofstadt die, toen hij hier nog premier was, volgzame journalisten beloonde met gastronomische diners en snoepreisjes. En die er niet voor terugdeinsde om kritische journalisten de mantel uit te vegen, te bedreigen of te laten ontslaan.

Nogal wat auteurs staan uitgebreid stil bij de wijze waarop de media het Vlaams Belang benaderen en noemen dat zonder omwegen een schande voor de democratie en de journalistiek. Ze begrijpen niet hoe de verzamelde pers zo braaf in de pas van de politiek is gaan lopen en het politieke cordon zomaar heeft geadopteerd en omgevormd tot een mediacordon. Met catastrofale gevolgen. Niet alleen voor het al zwaar aangetaste vertrouwen in de berichtgeving, maar ook voor de samenleving.

De al eerder geciteerde Kris Hoflack gaf in het bewuste interview toe dat “zelfs de problemen die door de partij werden aangekaart, aanvankelijk werden doodgezwegen, uit politieke correctheid.” Maar, dat had u ongetwijfeld al gemerkt. Criminaliteit, Vlaamse onafhankelijkheid, de mislukte integratie van grote groepen vreemdelingen… de pers kijkt of keek wel even de andere kant op. Pijnlijke feiten en ongemakkelijke waarheden werden toegedekt. Uit gemakzucht, eerlijke schaamte of politieke correctheid. Wat een schuldbekentenis. Wat een blamage voor de journalistiek.

Bekeringsdrift

De blinde bekeringsdrift van de openbare omroep is een aanfluiting van waarheidsgetrouwe journalistiek. In de heilige oorlog tegen het Vlaams Belang worden alle regels van journalistiek fatsoen en deontologie zonder veel scrupules overboord geworpen. Het mediadecreet heeft de status van een vodje papier gekregen, want volgens dat decreet moet de VRT te allen tijde garant staan voor een volledige, correcte en onpartijdige berichtgeving. Dat kan natuurlijk niet als journalisten en redacties zich in de rol van hoogste rechter hijsen en de tweede grootste partij van Vlaanderen (blijven) behandelen als een of andere vuile ziekte.

Dat zou op zich al erg genoeg zijn, maar bezwarend element is natuurlijk dat de VRT een openbare omroep is, die voor zijn werking (grotendeels) is aangewezen op overheidsdotaties. Geld van de belastingbetaler, met andere woorden. Als de berichtgeving van een krant je niet aanstaat, koop je gewoon een andere krant. Maar met de openbare omroep ligt dat toch iets anders. Die betaal je hoe dan ook mee, of je dat nou leuk vindt of niet.

“We moeten de ‘extremisten’ geen toeter voorhouden”, zei oud-VRT-baas Bert De Graeve destijds als excuus voor de VRT-hetze en boycot. Eigenaardig. De VRT ging vorige week naar een besloten feestje van Europese neo-nazi’s in een schuur in een of ander Vlaams gehucht en verkocht dat onder de noemer ‘extreem-rechts’. Bij de opwarmers voor het programma en bij de aankondiging werd niet onder stoelen of banken geschoven dat “de VRT-ploeg was uitgenodigd” en “dat de organiserende club graag die publiciteit meepikte”. De échte extremisten krijgen dus gratis reclame in ‘prime-time’, terwijl een grote, door de kiezer gelegitimeerde partij met verdedigbare en respectabele standpunten voortdurend wordt aangevallen, doodgezwegen of genegeerd. Dat moeten ze toch eens uitleggen. Maar misschien zit het feit dat wij als succesvolle Vlaamse onafhankelijkheidspartij veel gevaarlijker zijn voor het Belgische establishment dan dat marginale zootje ongeregeld er wel voor iets tussen.

Wij willen geen oorlog met de VRT, maar de VRT moet de omroep worden van álle Vlamingen. Ook van die Vlamingen die zogezegd voor een ‘foute’ lijst zouden stemmen. Gedaan met de betutteling en de roodgekleurde journaals. Het Vlaams Belang heeft in het Vlaams Parlement voorgesteld om de overheidsdotaties van de VRT te koppelen aan een objectieve en onpartijdige berichtgeving. Want daar hebben wij – wij allemaal – recht op.

Burgerjournalistiek

In traditionele mediakringen wordt vaak erg neerbuigend gedaan over de opkomst van nieuwssites en weblogs. Erkende journalisten storen zich aan wat ze het gebrekkige waarheidsgehalte noemen van de ‘doe-het-zelvers’ op het wereldwijde net. Ze stellen de onafhankelijkheid ervan in vraag, de kwaliteitscontrole en de controle van de feiten. Maar, dat klinkt bij nader inzien toch wat als het bekende ‘houd de dief’. Kranten, weekbladen, omroepen zijn de voorbije jaren bij heel wat incidenten zwaar uit de bocht gegaan. De lijst pijnlijke uitschuivers is te lang om hier bij stil te staan. Lees het boek, zou ik zeggen.

De vierde macht als waakhond van de democratie? Was het maar waar. Journalisten schurken aan tegen de macht en duiken gewillig in bed met regeringsleiders en politici. Ze hebben de mond vol van ‘diversiteit’, maar in de pers is de ideologische monocultuur troef. De zelfverklaarde ‘kwaliteitspers’ laat het afweten. Praat-, debat- en spelprogramma’s, kranten en ‘boekjes’ zijn verworden tot een theekransje voor de ons-kent-ons-club, waar BV’s, presentatoren, journalisten en politici mekaar schaamteloos zitten op te vrijen in een eindeloze carrousel.

Je hoort alleen nog maar voorspelbare meningen. Geen wonder dat kijkers wegzappen en lezers de krant links laten liggen. Links, jawel, want Jan Publiek heeft de buik vol van de linkse eenheidsworst. Het échte publieke debat heeft zich intussen verplaatst naar het web en de blogs. “De toekomst is aan de burgerjournalistiek” is een hoopgevende conclusie van het boek “Media en Journalistiek in Vlaanderen”.

De traditionele pers staat voor grote uitdagingen. De economische crisis en de concentratievorming zijn reële bedreigingen. Maar de grootste dreiging in eigen land is wellicht de journalistieke collaboratie met de Belgische macht. Censuur en zelfcensuur hebben de voorbije jaren geleid tot een kwalijke consensusjournalistiek en het zal niet gemakkelijk zijn om dat virus weer kwijt te geraken. Het wordt tijd dat journalisten en redacties de hand in eigen boezem steken en het roer omgooien. Want, de gevleugelde woorden van Yves Leterme zijn helaas ook al van toepassing geworden op een (groot) deel van de Vlaamse pers: “Ach, wie gelooft die mensen (kranten, omroepen) nog?”

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...