Brussel: debat geopend

In zijn toespraak tijdens de IJzerwake hield Frans Crols een pleidooi voor het loslaten van Brussel als hoofdstad van het onafhankelijke Vlaanderen. Letterlijk stelde de voormalige Trends-directeur het als volgt: “Schuif een zware grendel weg van de poort naar de onafhankelijkheid. De nep-toegeving die we moeten doen om de onafhankelijkheid van Vlaanderen te bruuskeren is luid en zelfbewust zeggen: wij laten Brussel los”. Voorwaar een gedurfde stelling, die op zijn minst het voordeel van de duidelijkheid heeft. Maar of het ook de goede strategie is?

Steriliteit doorbroken

Vooreerst dit: het is de verdienste van Frans Crols, die een integer flamingant is, dat hij het debat over ‘waarheen met Brussel?’ heeft geopend. Uit reacties van het publiek viel op de IJzerwake af te leiden dat de vragen van Frans Crols de bekommernissen van velen zijn. Ondanks verdienstelijke pogingen binnen de brede Vlaamse Beweging – niet in het minst van onze partij, die herhaaldelijk congressen en colloquia aan het thema wijdde – bleef de discussie over de rol van Brussel de afgelopen jaren veelal steriel. Al te lang is ‘het probleem Brussel’ als alibi gebruikt om het debat over onafhankelijkheid uit de weg te kunnen gaan. Belgicistische krokodillen als Eyskens (CD&V) en De Croo (Open VLD) schermden, niet zelden bij gebrek aan andere argumenten, met de dooddoener ‘dat er toch geen oplossing is voor Brussel’. Die steriliteit lijkt nu doorbroken.

Met elkaar verbonden

Zonder het debat ten gronde uit de weg te willen gaan, dient toch ook klaar en duidelijk gesteld dat Brussel om historische, culturele en economische redenen onlosmakelijk deel uitmaakt  van Vlaanderen. Niettegenstaande het feit dat de traditionele partijen en de Volksunie door de gewestvorming Brussel van Vlaanderen hebben vervreemd, zijn de Vlaamse en de Brusselse economie nu eenmaal zeer nauw met elkaar verweven. In een interview met het internationale zakentijdschrift The Economist (21 juli 2007) stelde de directeur-generaal van de Brusselse Kamer van Koophandel: “Of je het nu leuk vindt of niet, de echte economische macht in Brussel is Vlaams.” Honderdduizenden Vlaamse pendelaars zijn overdag in Brussel aanwezig. En Zaventem, de internationale luchthaven van Brussel, bevindt zich op Vlaams grondgebied.

Tweetalig statuut

Hoewel Brussel niet zonder Vlaanderen kán, moeten we durven toegeven dat de hoofdstad binnen de Belgische context voor Vlaanderen in toenemende mate verloren gaat. Mede als gevolg van typisch grootstedelijke problematieken als criminaliteit en vervreemding is het aantal Nederlandstaligen in Brussel tot een dieptepunt gezakt. De Franstalige elite maakt dankbaar gebruik van de Belgische constructie – en van de machtshonger van de traditionele Vlaamse politici in de hoofdstad – om de Vlamingen in Brussel verder te minoriseren. Nochtans is Brussel evenmin een Franstalige stad. Door de massale immigratie en de europeanisering is de samenstelling van de Brusselse bevolking de afgelopen jaren drastisch gewijzigd, waardoor tussen de 50 en de 60 procent van de inwoners van buitenlandse oorsprong is. Waarom zouden de Vlamingen dan met minder recht en reden aanspraak kunnen maken op Brussel dan de Franstaligen?

Het is mijn oprechte overtuiging dat de enige mogelijkheid om Brussel voor Vlaanderen terug te winnen, precies de onafhankelijkheid is. In de visie van het Vlaams Belang kunnen de Vlamingen Brussel een aantrekkelijk toekomstproject bieden als hoofdstad van Vlaanderen en als internationaal venster op de wereld. In een onafhankelijk Vlaanderen – dat de taalwetten in Brussel uiteraard wél correct dient toe te passen – behoudt Brussel zijn tweetalig statuut. Brusselse Franstaligen kunnen hun aparte identiteit behouden door garanties op taalkundig, cultureel en onderwijsvlak.

Niet loslaten

We hoeven niet naïef te zijn: zelfs Vlaams-nationale politici moeten beseffen dat Brussel bij het uitroepen van de Vlaamse onafhankelijkheid niet zomaar voor Vlaanderen zal kiezen. Daarvoor is de scheiding der geesten (voorlopig) te groot. Maar evenmin kan het de bedoeling zijn dat de Vlamingen de stad die op hun grondgebied is gelegen, waar hun parlement en regering is gevestigd én waar nog steeds meer dan 100.000 Nederlandstaligen wonen, zomaar zouden loslaten. Daarenboven zijn er niet enkel principiële, maar ook tactische bezwaren tegen het opgeven van Brussel: door nog vóór de Vlaams/Waalse boedelscheiding en de daarmee gepaard gaande onderhandelingen vrijwillig afstand te doen van Brussel, zal Vlaanderen de gebiedshonger van de Franstalige politici, ook wat betreft de Vlaamse Rand, enkel maar aanscherpen.

Wat dan wel te doen? Ik pleit in de eerste plaats voor een realistisch debat. Reeds in 2001 hield onze partij rekening met het feit dat Brussel niet van meet af aan deel zou uitmaken van de onafhankelijke Vlaamse staat. In de resoluties van ons onafhankelijkheidscongres werd destijds echter ook gestipuleerd dat dit de eigenlijke onafhankelijkheid niet zou mogen afremmen. Twee jaar geleden diepten wij dat standpunt verder uit: nu reeds dient een uitgebreid raamwerk te worden voorbereid, waarbij de Brusselse Franstaligen ruime autonomie krijgen in de schoot van de Vlaamse staat.

Ten gepaste tijde moet Vlaanderen zijn troeven ten aanzien van Brussel op tafel leggen en de Brusselaars duidelijk maken dat zij, puur rationeel gesproken, er alle (eigen)belang bij hebben om bij Vlaanderen aan te sluiten. Enkel Vlaanderen is in staat om de grote economische en sociale problemen van Brussel op te lossen. Vanzelfsprekend bestaat de mogelijkheid dat Brussel minstens tijdelijk zijn eigen weg gaat. Dit is niet de keuze van het Vlaams Belang, maar het mag onze onafhankelijkheid niet in de weg staan.


Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...