Belgische paringsdans

Deze week werd duidelijk wat iedereen reeds lang met de ellebogen aanvoelde: Vlaanderen is mijlenver verwijderd van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en van de beloofde ‘grote staatshervorming’. Vlak voor de deadline van 15 juli verstreek, ondernam Yves Leterme nog een wanhopige poging om de Franstaligen alsnog over de streep te trekken. Laat in dat verband toch nog maar eens gezegd zijn dat Leterme zich de voorbije maanden meer dan eens bereid heeft getoond om zeer verregaande toegevingen aan de Franstaligen te doen. Dat hem geen andere optie restte dan zijn ontslag aan te bieden, was vooral te wijten aan zijn gedeeltelijk geradicaliseerde achterban, de vrees voor de Vlaamse verkiezingen in 2009 en de Franstalige hooghartigheid.

Van confederalisme geen sprake

Zoals gezegd, probeerde Yves Leterme de deadline over de zomermaanden te tillen door een nieuwe onderhandelingsformule voor te stellen: het ‘overleg tussen de gemeenschappen’. Dat zou N-VA en de Vlaamsgezinde vleugel van CD&V in staat stellen om te doen alsof er een heuse confederale staat in de steigers stond, maar niets was natuurlijk minder waar: in de praktijk zouden de minister-presidenten Peeters en Demotte enkel mogen aanschuiven aan de federale onderhandelingstafel. Het ‘overleg tussen de gemeenschappen’ was slechts een schaamlapje dat geen enkele garantie op een staatshervorming bood, zeker nadat duidelijk werd dat MR-voorzitter Didier Reynders – die elke vraag naar meer Vlaamse bevoegdheden vakkundig afblokt met zijn hallucinante eis voor de uitbreiding van Brussel – opnieuw de eerste viool zou spelen. Het Franstalige front zou bovendien worden aangevuld met Brusselaars en Duitstaligen, waardoor de Vlamingen opnieuw in de minderheid zouden raken. Dat er van écht confederalisme helemaal geen sprake was, werd gelukkig ook tijdig ingezien door een deel van de CD&V-achterban. Waarop Leterme enkel nog de eer aan zichzelf kon houden.

Belgische recuperatie

Sinds Leterme ten paleize het ontslag van zijn regering aanbood, zien we echter een merkwaardige evolutie: Saksen-Coburg reanimeert op slinkse wijze het plan van het ‘overleg tussen de regio’s’. Dat Albert II de minister-presidenten van de regio’s ontbood op het paleis, doet sommigen concluderen dat “het Hof zich op het confederale pad begeeft”. Dat klopt hoegenaamd niet. Het Belgische establishment wil helemaal geen confederatie, wel integendeel. Het is duidelijk dat de Belgische koning zich (opnieuw) naadloos inschrijft in de francofone strategie – het uitstel-scenario van Leterme – om de staatshervorming naar de prullenmand te verwijzen. Door het huidige partijenoverleg met een confederaal sausje te overgieten, geeft men de indruk dat men het ernstig meent met de staatshervorming. Quod non. In de praktijk zullen de Franstaligen elke stap naar ‘meer Vlaanderen’ blijven blokkeren. Zolang België bestaat, kan en zal Vlaanderen nooit krijgen waar het recht op heeft.

Tweede vaststelling. Wie goed oplette, kon dinsdagavond in Terzake vaststellen dat CD&V opnieuw een communautaire bocht inzet. De Franstaligen moeten nu een initiatief nemen, zo klonk na het ontslag van Yves Leterme nog stoer. Gisteren liet CD&V-Kamerfractieleider Servais Verherstraeten een heel ander geluid horen: het Vlaams Kartel is bereid het beleid voort te zetten dat Leterme I tot nu tot heeft gevoerd, ‘maar dan wel op voorwaarde dat er communautaire vooruitgang wordt geboekt’. N-VA-Kamerlid Jan Jambon sprak Verherstraeten helaas niet tegen. Recente verklaringen van Marianne Thyssen en Mark Eyskens geven aan dat Yves Leterme inderdaad opnieuw in beeld komt. De komende dagen zal duidelijk worden of het CD&V/N-VA menens is met de ‘verregaande staatshervorming’, dan wel of het ontslag van Leterme maar om te lachen was…

Plan Boedelscheiding

Het Vlaams Belang heeft de voorbije weken meermaals opgeroepen om 15 juli als breekijzer te gebruiken. Ook gisteren herhaalde onze partij haar pleidooi voor een Vlaams spoedberaad over ‘plan B’: de ordentelijke voorbereiding van de Belgische boedelscheiding. De kansen op Vlaamse onafhankelijkheid waren immers nog nooit zo groot.

In De Standaard (16 juli) slaat Peter De Roover, politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging (VVB), nagels met koppen. “Ook wie de Vlaamse onafhankelijkheid niet als beste oplossing ziet, moet nu erkennen dat dit alternatief niet langer afgedaan kan worden als onrealistisch gedaas van dogmatici,” zo klinkt het. Volgens De Roover “is het vandaag een zaak van Vlaams-democratisch staatsmanschap dat alle Vlaamse partijen de angst voor de eigen schaduw afwerpen en duidelijk maken aan de Franstaligen dat Plan na-B (na België) een realistische optie is geworden.” In Het Belang van Limburg laat Eric Donckier evenmin onduidelijkheid bestaan: “De Vlaamse partijen moet ook durven nadenken over welke hefbomen ze kunnen inzetten om een nieuwe staatshervorming af te dwingen. Zoals een op zichzelf voorbereid onafhankelijk Vlaanderen als alternatief.”

Belgische bidsprinkhaan

De koudwatervrees van de Vlaamse traditionele partijen – inclusief het kartel CD&V/N-VA – om buiten de Belgische structuren te durven denken, blijft verbazen. In plaats van dat ze uit hun correcte vaststelling dat “het Belgische overlegmodel zijn limieten heeft bereikt” de enige mogelijke conclusie – Vlaamse onafhankelijkheid! – zouden trekken, blijven zij als konijnen naar de Belgische lichtbak staren.

Het Belgische establishment en de francofonie gedragen zich als een bidsprinkhaan: ze zijn zeer goed gecamoufleerd en zetten hun prooi op het verkeerde been. Maar na de paringsdans wordt het mannetje verorberd door de vrouwelijke partner. Wij hopen van harte dat de vrijheidslievende krachten in Vlaanderen zich niet opnieuw voor de unitaire kar laten spannen, en de Belgische bidsprinkhaan onverwijld wandelen sturen.

Bruno Valkeniers
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...