Begrotingstussenkomst Gemeenteraad

Begroting 2008 – Stad Turnhout –
Gemeenteraad 21 december 2008

Vooraf en eens te meer wil de Vlaams Belang–fractie haar oprechte dank uitspreken aan alle medewerkers van de financiële dienst voor het vele technische werk dat in de schoot van een begrotingsopmaak altijd moet geleverd worden. Onder een zekere tijdsdruk heeft men duidelijk weer zijn uiterste best gedaan.

Bij vorig budget (2007) sprongen een verhoging van de aanvullende belasting op de personenbelasting én daar bovenop nog de verhoging van de opcentiemen als de meest spectaculaire maatregelen in het oog. Ditmaal trekt het feit dat deze verhogingen ongewijzigd blijven eens te meer de aandacht. Voor wie er al aan zou getwijfeld hebben: de belastingverhoging van het voorjaar werd dus geen eenmalige operatie, ook al werd daar toen de schuldenlast van het ziekenhuis als oorzaak voor aangewezen. Deze schuldenlast is er nu niet meer. De belastingverhoging nog wel…

Vorige keer – dus in april nog – hadden wij voorgerekend dat die operatie gemiddeld tussen de 45 en 65 euro per burger en per jaar vanaf 2008 zou betekenen. Uit de cijfers die ons door schepen Maes werden bezorgd in de loop van de voorbije maanden, bleek dat wij als oppositiepartij nog zeer voorzichtig hadden gerekend. Uiteindelijk ging het om zo’n 75 euro per burger. Hoe ook, het blijft een behoorlijk hoog bedrag.
In de beleidsnota 2008, lezen we bijvoorbeeld: “De stad streeft een zo laag mogelijke fiscaliteit na, wat de ontwikkeling van Turnhout als centrumstad niet mag beletten. De fiscaliteit mag in beginsel het gemiddelde van de centrumsteden niet overschrijden.” Einde citaat. Hier kan men natuurlijk alle kanten mee uit… In principe zou men zelfs hieruit kunnen afleiden dat de fiscale lasten zelfs lager mogen liggen dan het gemiddelde… Hoewel Turnhout voor wat de opcentiemen betreft onder het gemiddelde zit, is dat niet het geval voor de aanvullende personenbelasting. Er is dus nog werk aan de winkel.
Vorige jaren onderstreepten wij reeds het belang van de initiatieven van het stadsbestuur teneinde meer nieuwe inwoners naar onze stad aan te trekken. De blijvende belastingdruk in Turnhout maakt deze stap voor velen moeilijker en ook minder aantrekkelijk. We mogen immers niet vergeten dat de Turnhoutse belastingdruk veel hoger is dan in de omliggende gemeenten. Opnieuw maken we daarbij de bedenking dat men er zich voor moet hoeden de indruk te wekken dat men nieuwe mensen wil lokken om zo meer belastingen te incasseren. We vrezen dat de initiatieven inzake wonen en het aantrekken van jonge gezinnen hierdoor kunnen gehinderd worden.

Wij blijven niettemin ook oog hebben voor de blijvende kost van de statutaire personeelsleden van het ziekenhuis die ook het volgende jaar nog hun nadrukkelijke weerslag zullen hebben op het budget. Ook andere uitgaven zoals deze in het kader van het Turnova-project, de ontwikkeling van woonprojecten, het Stedelijk Plateau en de vernieuwing en verfraaiing van het openbaar domein zijn best te verantwoorden en zullen in principe verder onze steun blijven krijgen.

Maar daarnaast blijft het afbouwen van schulden in het algemeen noodzakelijk een meer dan gewone inspanning.

In die zin dachten wij dat de Vlaamse regering – waarvan de partijen uit de Turnhoutse meerderheid deel uitmaken – een aantrekkelijk aanbod heeft gedaan door een financieel pact met de gemeenten aan te kondigen. Zoals u weet voorziet de Vlaamse regering 612 miljoen euro schuldenverlichting te geven, wat neer komt op 100 euro per inwoner. Voor Turnhout wordt dat dan al gauw 4.000.000 euro of ongeveer 6,5% van de totale schuld in 2008. Hiervan werd in de voorliggende begroting nog niets voorzien. Nochtans wist minister Keulen in het Vlaams Parlement op 5 december reeds dat deze overname van de gemeenteschuld hoe dan ook wordt doorgevoerd door middel van een begrotingswijziging in het voorjaar van 2008. Concreet betekent dit dat de gemeenten deze meerontvangst zullen kunnen inbrengen in de voorliggende begroting. Het zal dus voor 2008 een fameuze extra opleveren. Voor alle duidelijkheid: het geld van de Vlaamse overheid komt niet uit het niets. Door het Lambermontakkoord kreeg Vlaanderen meer middelen van de federale overheid. Het is met een deel van dat geld – 612 miljoen – dat de schuldreductie van de gemeenten wordt aangepakt. Het is dus geld van de belastingbetaler dat via een federale omweg terugkeert via Vlaanderen naar de gemeenten.

We begrijpen dat op dit moment een en ander nog niet zwart op wit in de begroting kan staan, maar dat die meerontvangst er in 2008 komt, is een feit.

Op die manier slaat deze stad een dubbele slag: ze blijft bij de verhoging van de belastingen en ze incasseert nog extra van de Vlaamse regering. Alles ziet er naar uit dat men volgend jaar met enig triomfalisme de begroting zal kunnen opsmukken. De redelijkheid – en niet enkel de zakelijke rekenkunde – zou daarbij naar onze bescheiden mening ook een rol moeten spelen. Daarmee bedoelen we dat hierin een kans zou kunnen liggen om de burger alvast mee te ont-lasten en dus te laten delen van deze aangekondigde meerontvangst. Dat zou kunnen door alvast en dus nu reeds aan te kondigen dat de belastingen in 2009 opnieuw, mogelijk beperkt, naar omlaag kunnen. De burger zou een dergelijk initiatief ongetwijfeld weten te waarderen, zeker nu zijn inspanning al dan niet gedeeltelijk kan worden overgenomen door de overheid aan wie hij overigens – zij het indirect – al zijn belastingdeel bijdraagt.

In het al genoemde fiscaal pact wordt ook duidelijk gesteld dat er alles aan moet gedaan worden om in de gemeenten een bedrijfsvriendelijk lokaal fiscaal klimaat te creëren. Dat is niet alleen in het belang van de bedrijven, maar ook van de gemeenten. U weet dat een gezonde wisselwerking en samenwerking, zeker in een centrumstad als Turnhout zijn goede invloed heeft op de ganse samenleving in het algemeen en op tewerkstellingsmogelijkheden in het bijzonder. Op het Vlaamse niveau wordt er dan ook voor gepleit om bedrijfsonvriendelijke belastingen weg te werken. In die zin zou de gemeentelijke belasting op drijfkracht volgens ons tot het verleden mogen behoren. Het is niet de eerste keer dat wij daar voor pleiten.

En dan – ik kom er nog maar eens op terug – is er nog het begrip dat even furore maakte en even snel weer is verdwenen als het gekomen was. U raadt het al: ik heb het over het ‘kerntakendebat’. Nog even herinneren aan wat het woord precies betekent: een breed debat over alle grenzen van meerderheid en oppositie heen en in samenspraak met socio-economische actoren teneinde onze stad keuzes te laten maken in de opdrachten die zij op zich dient te nemen. Tegelijk zou op die manier een langetermijnvisie kunnen ontwikkeld worden die financiële avonturen en onzekerheden tot een minimum kan beperken. Het heeft niet mogen zijn. Als er al een debat gevoerd werd dat min of meer dat terrein bespeelde, dan lijkt ons dat in de beslotenheid van de politieke meerderheid gevoerd te zijn, hoewel ons ter ore komt dat ook dat niet mag overroepen worden…

Al wie er reikhalzend naar uitkeek – en buiten de politiek waren daar nog andere organisaties vragende partij voor – was er aan voor de moeite. Het open en kritisch debat wordt duidelijk geschuwd en afgeschermd met het in recordtempo aflezen van ronkende beleidsplannen vol operationele, tactische en strategische doelstellingen waarbinnen elke schepen zin ding heeft kunnen doen.

Ook de personeelskosten blijven een flink aandeel behouden in de gewone uitgaven van de stadsbegroting, mede ook door de centrumfunctie van de stad. Er moet over gewaakt worden dat deze kost het huidige peil in de toekomst niet overschrijdt. Naar jaarlijkse gewoonte vragen wij ook nu opnieuw wat het aandeel is van de totale pensioenlast in de totale personeelskosten en welke evolutie in die verhouding de komende jaren verwacht wordt. Bovendien schieten door de oplopende inflatie de personeels- en werkingskosten de hoogte in. Kan ons meegedeeld worden welke hiervan de exacte grootte is?

In april stelden wij in onze begrotingstussenkomst het volgende. Ik citeer: “Verder beklaagt deze meerderheid zich erover dat er minder inkomsten van de dividenden gas en elektriciteit zijn als verder gevolg van de vrijmaking van de energiemarkt. Dat is juist, maar het is oud nieuws. Dat was de vorige jaren al geweten, maar toen dekte men alles toe door de toenmalige winsten nog al dan niet eenmalig te incasseren en de hete aardappel voor zich uit te schuiven. Onze fractie heeft daar herhaaldelijk op gewezen, alsook op de slechts tijdelijke voordelen uit de verkoop van patrimonium. De toekomst is voor morgen, redeneerde men toen… Het getuigt van weinig visie om vooruit te denken.” Ons standpunt daarover is ongewijzigd gebleven.

Tot slot ging onze aandacht in het bijzonder uit naar de beleidsprioriteiten in de deel-beleidsnota’s. Het werd duidelijk dat het relatief eenvoudig is allerhande doelstellingen te formuleren. Het voordeel ervan is dat er nu een vrij omvattende inventaris voorligt. Het nadeel is dat een en ander vroeg of laat een financiële vertaling zal moeten vinden. En dat is uiteraard een ander paar mouwen. Maar niettemin denken we dat de gevolgde werkwijze van planning en vertaling ervan naar budgetten een stap vooruit is die het inzicht in de complexiteit van begrotingen en rekeningen alleen maar kan vergroten.

Ik richt mij tot slot nog op enkele concrete dossiers.

1. De toelagen.

Uiteraard blijven wij voorstander van betoelaging aan de verenigingen en aan allerhande initiatieven binnen de sociaal-culturele sector. Toch blijven wij onze vraag van de voorgaande jaren herhalen om duidelijke criteria vast te leggen die de basis kunnen zijn voor betoelaging. Het blijft momenteel onduidelijk welke de normen zijn die het bedrag van een subsidie bepalen. In het verleden werd hier nogal eens met de natte vinger gewerkt. Hier en daar werden inmiddels al enkele eerste pogingen gedaan om hierin meer eenvormigheid en eenduidigheid te krijgen. We juichen dat toe, maar vragen tegelijk dat deze inspanningen verder gezet worden, door alle schepenen en voor alle toelagen. Ook degenen die betoelaagd worden dienen geresponsabiliseerd te worden om hun vraag naar gemeenschapsmiddelen te motiveren. Allen dan zal kunnen overgegaan worden tot rechtvaardige en evenwichtige verdeling van de beschikbare middelen.
Verder blijven wij betreuren dat de vzw Buitenschoolse Kinderopvang een initiatief blijft dat via betoelaging van middelen wordt voorzien. De praktijk in Turnhout heeft ruim uitgewezen dat een opname van dit initiatief in het kerntakenpakket van onze stad aangewezen zou zijn. De huidige initiatieven inzake de huisvesting gaan zeker in de goede richting en het beleid m.b.t. sociale zaken levert hier goed werk, maar een en ander is uiteindelijk nog onvoldoende in het totale verhaal.

2. Onze dienstverlening

Turnhout verleent tal van diensten – bibliotheek, zwembad, cultuurcentrum De Warande, musea,… – waarvan honderden, duizenden mensen kunnen gebruik maken. Vrijwel al die diensten zijn vanzelfsprekend geworden in een stad als Turnhout. Bij de totstandkoming daarvan werd telkens een beroep gedaan op de geldbeugel van de Turnhoutse belastingbetaler. Op zich was en is daar niets op tegen. Wat ons evenwel blijvend stoort is niet dat mensen uit de buurgemeenten – en soms van ver daarbuiten – ook gebruik maken van deze diensten, maar wel dat zij hiervan kunnen gebruik maken onder dezelfde voorwaarden als de Turnhoutse burger. Daarom blijven wij bij ons standpunt dat niet–Turnhoutse gebruikers hogere toegangsgelden zouden moeten betalen. Het zal de grootste financiële noden van stad niet meteen lenigen, maar vooral naar de eigen burgers toe zou het een billijke geste zijn. En bovendien zouden extra-inkomsten in deze de al eerder genoemde personeelskosten in het kader van onze centrumfunctie – zij het gedeeltelijk – mee kunnen opvangen.

3. De fuifzaal.

Het is nu wel duidelijk: de fuifzaal komt er. En dat is – strikt genomen – goed. Maar het mag duidelijk blijven dat niemand er ons ondertussen van heeft kunnen overtuigen dat een fuifzaal aan de stadsrand of op een andere locatie buiten de strikte binnenstad geen goede keuze zou zijn. Toen het wervelende project aan de Warande werd voorgesteld, leek het wel of alle andere opties achterhaald of uit den boze waren. Niets is minder waar. We zijn ervan overtuigd dat ter zake te weinig gefundeerd vergelijkend studiewerk is geleverd, zoals wij overigens hier al meermaals hebben gesteld. Ook het kostenplaatje van het prestigieuze project aan de Warande lijkt ons erg zwaar. 3,5 miljoen euro betekent algauw 87,5 euro of ruim 3500 frank per Turnhoutse inwoner. Het blijft voor ons een open vraag of ook hiervoor geen alternatieven waren. Overigens is het helemaal niet zeker of naarmate het project vordert de voorziene investering toereikend zal blijven.

4. De studies

Haalbaarheids- en projectstudies door allerhande bureaus zijn noodzakelijk geworden in de voorbereiding en uitwerking van projecten allerhande. Deze studies kosten handenvol geld. Voor volgend jaar voorzien we maar liefst 1 854 305 euro voor erelonen ontwerpen en studies. In mensentaal gaat dat om bijna 75 miljoen Belgische frank. We herhalen dan ook onze vraag om hierin indien het kan wat selectiever te werk te gaan of zo mogelijk meer eigen competent personeel in te schakelen

Collega’s,

Voor ons ligt een stadsbegroting die technisch in orde is en het resultaat is van het samenschrijven van de verschillende desiderata van de onderscheiden schepenen.
Gezien de hier voorliggende begroting weinig vernieuwend is en voorbijgaat aan een van zijn initiële doelstellingen (denk aan wat ik daarnet zei over een zo laag mogelijke fiscaliteit in de context van het gemiddelde van de centrumsteden), en dus in feite gewoon maar een aangepaste voortzetting is van voorgaande begrotingsvoorstellen, kunnen wij niet anders dan tegen deze begroting stemmen.

Paul Meeus
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...