Begrotingstussenkomst Gemeenteraad 17 december 2008

Fractievoorzitter Paul Meeus nam in een uitvoerige tussenkomst de stadsbegroting 2009 op de korrel. Het viel op dat er nadien door het schepencollege weinig of geen weerwerk tegen ingebracht werd. We geven u de tussenkomst hier ter lezing. Op vrijdag 19 december werd Paul Meeus hierover overigens uitvoerig aan het woord gelaten in een interview met Radio TOS. Via deze link kunt u het interview beluisteren: http://www.tos.be/audio/pod/begroting2009.mp3


Burgemeester,


Dames en heren Schepenen,


Collega’s,


 


Tijdig werden ons de klassieke dikke begrotingsbundels bezorgd. Opnieuw is de financiële dienst er in geslaagd het toch niet te onderschatten technische werk, dat met de opmaak van een begroting gepaard gaat, te bundelen. Voor deze inzet en vakbekwaamheid dankt en feliciteert onze fractie ook dit jaar alle medewerkers van de financiële dienst. Wij durven hopen dat de schepen van Financiën deze boodschap zal willen overbrengen aan alle betrokkenen.


Opnieuw hebben wij ook deze begroting 2009 niet met het oog van de vakman-boekhouder of van de financiële experten gelezen, al is enige vaardigheid in begrotingstechniek nodig om door de bomen het bos nog te kunnen zien. Ons uitgangspunt was dan ook de vraag hoe de voorliggende begroting overkomt aan de doorsnee-burger en of er los van de massa’s getallen een zekere visie te ontdekken viel in deze jaarlijkse ‘oudejaarsbrief’.


Het zal hier niemand verbazen dat het oppositieoog een andere lezing tot gevolg heeft dan het meerderheidsoog. In die zin lag het dan ook voor de hand dat onze lezing met een uiterst kritisch, bevragend en vermanend oog gebeurde.


Ter zake nu… In het voorjaar werd door deze gemeenteraad het Lokaal Pact goedgekeurd. Het Lokaal Pact dat – heel eenvoudig gesteld en zonder er nog verder dieper op te willen ingaan – 100 euro per burger bezorgde van de Vlaamse overheid om de schuldenlasten af te bouwen, stelde erg duidelijk dat een belastingverhoging in 2009 niet mocht. Dat was de ‘deal’ met de Vlaamse overheid. Toch was het instappen in dit Lokaal Pact voor ons stadsbestuur de gelegenheid om in 2008 onder het mom van ‘de basisfiscaliteit blijft ongewijzigd’ de facto toch nog een lichte belastingsverhoging door te voeren, al was het dan maar na een kostenherberekening van de huisvuilzakken. Niemand heeft onze berekeningen ter zake ooit weerlegd. Men heeft enkel handige manoeuvres uitgehaald om de discussie daarover te ontwijken.


Maar inderdaad, daarnaast stellen we vast dat de aanvullende belasting op de personenbelasting en de opcentiemen niet omhoog gaan. Dat kon dan ook niet anders. In de 308 Vlaamse gemeenten bedroeg in 2008 de aanvullende belasting op de personen belasting gemiddeld 7,18% met een mediaan van 7,50%. Turnhout zat en zit op dit niveau. Wat de opcentiemen op de onroerende voorheffing betreft, lag in datzelfde jaar het gemiddelde tarief op 1334 bij een mediaan van 1300. En hier zit Turnhout met 1450 duidelijk boven.


Hier had een uitdaging kunnen liggen om een mogelijke zelfs maar symbolische poging te doen om de opcentiemen te verlagen. Het heeft eens te meer niet mogen zijn. We worden dan ook in onze indruk gesterkt dat een daling van een van beide of zelfs beide belastingen nooit nog tot de mogelijkheden zal horen.


In Turnhout bedraagt in deze begroting de opbrengst van de personenbelasting ruim 1O miljoen euro en de opbrengst van de opcentiemen ruim 13,6 miljoen euro. Wat veel mensen evenwel onvoldoende inschatten, is dat daarbij nog een bundel van ruim 4,149 miljoen euro aan bijkomende belastingen moeten worden geteld. Dat levert een totaalpakket op van ruim 27,835 miljoen euro. Gerekend aan 40.000 burgers, is dat gemiddeld ruim 696,3 euro per burger. Dat is niet niks. Het is geen goed vooruitzicht voor mensen die zouden overwegen in Turnhout te komen wonen en werken. Zoals wij in het verleden al meerdere keren zegden, is de creatie van een goed fiscaal klimaat erg belangrijk om mensen die stap te doen zetten. En we hebben ook altijd begrepen dat dit een van de uitgangspunten van het stadsbestuur is geweest. We dringen er daarom dan ook op aan bij volgende begrotingen het probleem van de fiscale druk prioritair te stellen, maar dan wel ten voordele van de burger.



Dat geldt overigens ook ten aanzien van de bedrijfswereld. Ik herhaal – ik moet herhalen – wat ik ooit al zei, nl. dat in het Lokaal Pact duidelijk wordt gesteld dat er alles aan moet gedaan worden om in de gemeenten een bedrijfsvriendelijk lokaal fiscaal klimaat te creëren. Zo wordt op het Vlaamse niveau er dan ook voor gepleit om bedrijfsonvriendelijke belastingen weg te werken. Dat is immers niet alleen in het belang van de bedrijven, maar ook van de gemeenten en de tewerkstellingsmogelijkheden. In die zin zou de gemeentelijke belasting op drijfkracht volgens ons tot het verleden moeten behoren. Het is lang niet de eerste keer dat we dit zeggen. We zullen dat blijven herhalen.



Turnhout beschikt trouwens ook over een behoorlijk reservefonds, dat ook in de meerjarenplanning min of meer op het zelfde niveau zal blijven. In deze begroting gaat het om ruim 10, 5 miljoen euro. Deze wordt dan nog aangevuld met de reserve of het algemeen resultaat van het jaar ter waarde van ruim 4,1 miljoen euro, wat dan een totaal oplevert van ruim 14,6 miljoen euro. Gelet op nog een aantal evoluties, wordt zelfs een uiteindelijke prognose voor 2009 opgemaakt van bijna 20,5 miljoen euro. Vergeten we daarbij niet dat deze spaarpot geld van de burger is, waarop óók nog geld verdiend wordt. Sparen is nodig en vooruitziend zijn ook, laat dat duidelijk zijn. Maar het blijft onze overtuiging dat hiervan een deel aan de burger mag en kan teruggegeven worden. Dat kan bijvoorbeeld door een verlaging van de opcentiemen. Wetende dat in de context van voorliggende begroting de waarde van 1 opcentiemen 9385 euro bedraagt, zijn 150 opcentiemen 1,407 miljoen euro waard. Ons lijkt dergelijke verlaging binnen duidelijke financiële marges perfect haalbaar en in de context van het meerjarenplan zeker verdedigbaar. Bovendien zou het ons meteen op het Vlaamse gemiddelde kunnen brengen. Het zou alvast een goed signaal naar de burger zijn. Of moeten we daarvoor wachten tot het jaar vóór volgende verkiezingen, wanneer de zegebulletins elkaar weer zullen opvolgen?


Hoe men het ook draait of keert, wie in tijden van financiële crisis, economische onzekerheid en dalende koopkracht het dure status quo in deze stad mag ophoesten, is duidelijk: de Turnhoutse burger krijgt geen cadeaus. Meer nog: zelfs VVSG krijgt flink wat signalen te horen dat de stabiliteit van de aanslagvoeten in tal van gemeenten mogelijk slechts voor één jaar is. Het zou ons dan ook niet verbazen dat er redenen zullen gevonden worden om ook in Turnhout nog deze legislatuur de tarieven te verhogen. Tenzij de schepen van financiën ons nu al kan verzekeren dat daaraan niet zal getornd worden.


Daarnaast wordt er helemaal geen poging gedaan om op een creatieve manier de inkomsten te verhogen, zonder de uitgaven te milderen. Natuurlijk, de overdracht van De Warande aan het provinciebestuur zal ons wat financiële zuurstof geven. Maar die euforie zal snel gedempt worden door de kostprijs van een aantal projecten die uiteindelijk veel meer zullen gaan kosten dan werd beloofd. We denken daarbij aan de fuifzaal. Nog maar enkele gemeenteraden geleden werd mij op deze plaats verzekerd dat de kostprijs van 3,5 miljoen euro kon gehandhaafd blijven. Ondertussen is het duidelijk – en geeft ook bijna iedereen, schepen Gevers, het toe – dat dat helemaal anders zal uitdraaien. Ook de kostprijs van de academies zal uiteindelijk wel veel meer bedragen dan werd voorzien, als men daar al een bedrag op kan plakken.


Vergeten we ook niet de sluipende kosten in onze begrotingen sinds jaren. Terecht maken burgers en zelfs politici de opmerking hoeveel bepaalde projecten ons in de loop der jaren al niet hebben gekost. Wij denken dan bijvoorbeeld aan de jarenlange investeringen in de infrastructuur van bijvoorbeeld De Wollewei en in de gebouwen in de Otterstraat. Dit laatste kwam gisteren in die zin nog ter sprake in de commissie 4. Als het de bevoegde schepen behaagt, zal ik na bijna drie jaar wachten zeer binnenkort in het bezit gesteld worden van het totale investeringsbedrag sinds 1972 in de Wollewei. Het in al die jaren geïnvesteerde totaalbedrag zal zonder twijfel grote ogen doen trekken en verbazing oproepen. Voor alle duidelijkheid en om een aantal jongeren meteen gerust te stellen: het gaat ons hier niet tegen de Wollewei. Met het opvragen van de bedragen wilden wij enkel aantonen dat de financiële last van bepaalde projecten minder opvalt als die over jaren gespreid is, maar dat die in zijn totaliteit toch op bijzondere inspanningen van onze burgers heeft mogen rekenen. Het lijkt ons dan ook wenselijk dat betere en exactere inschattingen worden gemaakt als bepaalde projecten het levenslicht zien. Het principe van de bodemloze putten moet voor de toekomst absoluut vermeden worden. Het zou jammer zijn moesten we bijvoorbeeld op termijn moeten vaststellen dat niet alleen de locatie van de fuifzaal minder goed gekozen is, maar dat de kosten op termijn niet in verhouding staan tot de bezoekerscapaciteit op maat van een centrumstad en bepaalde architecturale fantasietjes.


Ook het zwembad – waarvoor wij toch 1,4 miljoen euro overdragen aan het Autonoom Gemeentebedrijf – kan in deze context bekeken worden. De blijvende en telkens weer opduikende technische mankementen, vooraf slecht ingeschatte voorzieningen voor gebruikers en personeel, ruimtelijke problemen en dies meer zorgen ervoor dat dit project een dure aangelegenheid zal blijven, begroting na begroting. Gelukkig – en het mag gezegd – zijn er de mensen die er dagelijks werken om met grote energie en verantwoordelijkheidszin er telkens weer het beste van te maken. De spontane duizenden overuren zijn daarvan de dure, maar beste getuigen van.


Al deze kritische beschouwingen willen geenszins insinueren dat het Vlaams Belang geen oog heeft voor projecten die de toekomst van onze stad mee gestalte zullen geven. Zo heeft het Turnova-project altijd op onze kritische steun kunnen rekenen en dat zal onder normale omstandigheden en binnen de geschetste krijtlijnen zo ook wel blijven. Ook de ontwikkeling van woonprojecten en het Stedelijk Plateau, en de investeringen in de vernieuwing van het openbaar domein willen wij welwillend ondersteunen. Kritischer staan wij tegenover de heraanleg van de Grote Markt. In principe zijn wij wel degelijk voor het omvormen van deze centrale ruimte tot een ontmoetingsplaats van mensen. Maar er moet bijzonder gewaakt worden over het functionele karakter ervan en minder over de dure geesteskronkels van hen die onze markt zelden of nooit zullen betreden. Een ereloon voor de ontwerper van 275.000 euro – of ruim 11 miljoen oude franken – alleen al spreekt tot de verbeelding. Om maar te zeggen: stadsbestuur, houd de knip op de beurs, overdrijf niet, wees niet megalomaan en houd centen en projecten goed in evenwicht. En denk daarbij vooral aan de burger die u daartoe de centen moet leveren. Wees mild voor hem! Mutatis mutandis geldt dit overigens ook voor bijvoorbeeld de Noord-Boulevard.


Ondertussen hebben wij ook de uitvaart in mineur en zelfs in doodse stilte mogen ervaren van – ik zet even tussen aanhalingstekens – “het breed debat over alle grenzen van meerderheid en oppositie heen en in samenspraak met socio-economische actoren teneinde onze stad keuzes te laten maken in de opdrachten die zij op zich dient te nemen.” Inderdaad, ik heb het over nooit levensvatbaar geweest kerntakendebat, dat alleen ronkend klonk in verkiezingstijden. We hebben hier als stad kansen laten liggen om gestructureerd plannen te maken en prioriteiten te stellen. Vandaag zitten we met een veelheid aan plannen, beleidsnota’s en projecten waarvan de kostprijs nauwelijks te overzien is, laat staan exact in te schatten, en waarbij het de coalitiepartners vaak alleen maar gaat om het binnenhalen van trofeeën en het uiten van profileringdrang, vooral tegenover elkaar. Ik was er getuige van in commissie 1 hoe de verdere invulling van de algemene beleidsnota inzake doelstellingen – en dan heb ik het nog niet eens over de financiële implicaties die hier vandaag aan de orde zijn – een technische en inhoudelijk moeilijke oefening is, waarin zelfs vakkundige ambtenaren alle moeite van de wereld hebben om een en ander overzichtelijk en gestructureerd in concordantie te brengen.


 


Naar gewoonte richt ik mij – tot slot – nog op enkele concrete dossiers.



1. De toelagen


Het verlenen van toelagen aan verenigingen en aan allerhande  initiatieven binnen de  sociaal-culturele sector blijft nodig. Dat dit oordeelkundig gebeurt en op basis van verantwoordingsstukken, staat buiten kijf. In het verleden hebben wij herhaaldelijk aangekaart om duidelijke criteria vast te leggen voor betoelaging. De schepen van sociale zaken en zijn diensten hebben hier alvast werk van gemaakt en zijn tot een zeer aanvaardbare objectieve regeling gekomen. Onze felicitaties daarvoor. We durven hopen dat de andere schepenen dit voorbeeld volgen zodat het nattevingerwerk ter zake definitief tot het verleden gaat behoren.


We merken ook een bestendiging van de toelage van 16.800 euro aan de Gecoro. Dat is meer dan 677.000 oude franken. We vragen ons af waar dit geld aan besteed wordt, zeker omdat deze raad nauwelijks vergadert en omdat ons in dat verband geen uitgaven, behoudens het uitkeren van zitpenningen, bekend zijn. In die zin vragen wij ons zelfs af of het geld dat de vorige jaren werd ter beschikking gesteld wel op is…


Uiteraard springt de nieuwe toelage van 150.000 euro ten voordele van de Turnhoutse vrijdagen in het oog. Het stadsbestuur heeft er voor gekozen om het initiatief van de vorige burgemeester verder te zetten, zij het in een wat gewijzigde formule en met een wat andere aanpak. Daar is niets mis mee. Maar het toont wel aan dat de Vrijdagen in het verleden een eenmanszaak waren en dat fondsenwerving om de zaak financieel in evenwicht te houden, kan afhangen van slechts een persoon. We hopen dan ook dat het stadsbestuur er met veel inzet in zal slagen om de zaak buiten de stadsbegroting opnieuw in evenwicht te krijgen. In die zin aanzien wij deze toelage dan ook als een eenmalige overgangsmaatregel.


Ook wat de forse verhoging met maar liefst 170.000 euro van de toelage aan het comité Turnhout 2012 betreft, zullen wij mee toezien op het nuttige en verantwoorde gebruik ervan.


Tot slot is er ook de verhoogde toelage van de vzw Buitenschoolse Kinderopvang. Hoewel we dit initiatief zeer genegen zijn, herhalen we nog maar eens dat dit ondertussen onmisbare initiatief tot het kerntakenpakket van onze gemeente zou moeten behoren en uit het luik ‘toelagen’ zou moeten gelicht worden, teneinde het te integreren in de reguliere werking van de stad.



2. Dividenden


Wat met de dividenden? In het financieel beleidsplan worden deze in de prognoses tot 2012 op eenzelfde peil gehouden. Is dit realistisch? Hierbij vragen wij ons af hoe de recente financiële crisis werd ingeschat in de voorliggende begroting en de prognoses voor de volgende jaren. Graag hierover toch wat toelichting.



3. Onze dienstverlening


Dit punt komt elk jaar terug in onze begrotingscommentaar. Ook nu herhalen we het, omdat wij weten dat steeds meer mensen hieraan gevoelig worden. Ter herinnering dus… Turnhout verleent als centrumstad uitstekende diensten aan zijn burgers, maar ook aan duizenden burgers van buiten onze stad. Daar hebben we uiteraard geen probleem mee. Wat ons wel blijft dwarszitten is dat niet-Turnhoutenaren hiervan kunnen gebruik maken aan dezelfde voorwaarden als de Turnhoutse burger. We herhalen daarom tot vervelens toe dat niet-Turnhoutse gebruikers hogere toegangs- of gebruiksgelden zouden moeten betalen. Ook dat zou een billijke geste naar de altijd betalende Turnhoutse inwoner zijn.



Collega’s,


Opnieuw ligt hier voor ons een stadsbegroting die technisch in orde is. Het is de financiële verzameling van keuzes die door de politieke meerderheid werden gemaakt en waarvan de oppositie uiteindelijk alleen kan kennis nemen. Sinds de aanvang van deze legislatuur stellen wij een groeiende profileringsdrang vast van de coalitiepartners – zoals als gezegd: ook en vooral tegenover elkaar -, wat zich soms vertaalt in demarches die het normale debat dat tot besluitvorming moet leiden wel eens haastig voorbij steken. Recent zijn daar de regeling m.b.t. de onderhoudsplicht en de schooltoelagen weinig stichtende voorbeelden van.


Voorts maakt deze meerderheid keuzes die fiscaal – op het vlak van belastingen dus – niet gunstig zijn voor onze hardwerkende en zuinige burgers.


Niettegenstaande het feit dat wij kunnen meegaan met bepaalde investeringen, hebben wij zoals uit al het voorgaande blijkt toch nog altijd meer dan één reden om sceptisch te staan tegenover het financiële beleid in Turnhout. Wij willen dan ook waakzaam blijven en met de handen vrij de capriolen van deze meerderheid gadeslaan en van commentaar voorzien. Het déjà-vu-gevoel dat opborrelt bij het lezen van voorliggende begroting kan ons dan ook tot niets anders leiden dan een tegenstem.

Paul Meeus
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...